Op onderzoek in de City

Bankiers zijn net mensen

Wie kom je tegen als je jezelf onderdompelt in de wereld van bankiers? Hoe praten ze, en waarover? Joris Luyendijk over zijn ervaringen in de City, het beeld van ‘de bankier’ en going native.

PER E-MAIL ZEI IK ALTIJD TEGEN ZE: IEDEREEN HEEFT EEN HEKEL AAN JE. Heb jij een hekel aan jezelf? Nee. Vertel me dan maar over je leven, je hoogte- en dieptepunten en hoe je gemiddelde werkdag eruitziet. Dan maak ik van je verhaal een portret van een bankier als een mens. Dat anonimiseren we, want waarschijnlijk heb je een document getekend waarin je belooft nooit met de pers te zullen praten, en we posten het op mijn Guardian-blog. Als mensen buiten de financiële sector over je lezen in je eigen woorden gaan ze misschien anders over je denken - of gaan ze in elk geval genuanceerder en realistischer denken over mensen als jij.
Dat was mijn pitch, en meestal mislukte die. Sommige bankiers antwoordden: waarom zou ik bijdragen aan een beter begrip van mijn sector als mensen van buiten ons alleen maar willen haten? Andere zeiden beleefd dat ze noch journalisten noch The Guardian vertrouwden. Of ze vertrouwden mij niet, want waarom wil een Nederlandse antropoloog zo graag praten met bankiers in de Londense City?
Iedereen heeft met financiën te maken, maar veel mensen zijn er niet echt in geïnteresseerd. Maar zoals de val van Lehman Brothers en de drie jaren daarna hebben laten zien, is de financiële wereld te belangrijk om aan de bankiers over te laten - er zijn landen waar de democratie langzamerhand een systeem wordt waardoor kiezers bepalen welke politicus mag uitvoeren wat de markten voorschrijven. De mensen in die machtige sector zijn het bestuderen waard.
De vraag naar de ‘gemiddelde werkdag’ heeft al veel opgeleverd. In de wereld van het geld blijkt er een duidelijke scheiding te zijn tussen mensen die ’s morgens hun kinderen zien en mensen die ze ’s avonds zien. Degenen die tegelijk met de markten werken, moeten heel, heel vroeg opstaan om klaar te zitten achter hun bureau wanneer de beurzen openen. Zij zien hun kinderen ’s avonds.
Het andere deel van de financiële wereld werkt onafhankelijk van de markten, zoals advocaten en mensen bij fusies & overnames. Zij kunnen hun kinderen naar de opvang of school brengen, maar werken vrijwel elke avond lang door. Als je financiële mensen ziet lunchen zijn ze altijd van de tweede categorie. Mensen die gelijk op werken met de markten eten hun lunch bij hun computer. Sommigen van hen werken krankzinnig veel uren.
De ondertitel van de blog is ?deel worden van de wereld van het geld’ - een knipoog naar het risico dat je je te veel identificeert met de mensen die je bestudeert. Zodat na een tijdje in het oerwoud van Papoea-Nieuw-Guinea mensenoffers best oké gaan lijken. Het gebeurt nu al met me, enigszins. Een tijdje terug zou ik ’s morgens vroeg gaan zwemmen maar ik voelde me erg lui. Toen dacht ik bij mezelf: stel je niet aan, luie Hollander, denk eens aan die mensen die je interviewt, die zijn al uren op. Don’t be a wanker, act like a banker - Wees niet zo slap, gedraag je liever als een bankier. Ik stond op, ging zwemmen en voelde me een stuk beter.
Als ik iets vervelend ben gaan vinden, zijn het wel categorische uitspraken over 'de banken’ of 'bankiers’. Ik heb inmiddels ontdekt dat dergelijke generalisaties de verschillen vertroebelen tussen alle uiteenlopende activiteiten in de financiële sector. Als je boos bent op 'de banken’ moet je zeggen op welke onderdelen ervan. Anders ben je net iemand die de BBC de schuld geeft van wat er bij News of the World gebeurde; het zijn tenslotte allemaal media, of niet soms?

'EEN WERKDAG … nou, dat hangt ervan af. Ik ben vanmorgen teruggekomen uit New York, en dat komt vaak voor. Gemiddeld reis ik twee tot drie dagen per week. Vergaderingen, deals sluiten, onderhandelingen - ik reis de hele wereld over. Ik heb een aantal Europese landen in mijn portfolio, waar ik regelmatig naartoe ga om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen: zit er een grote deal aan te komen, een bedrijf dat wil kopen of verkopen? Dan zie ik soms ook een paar klanten, om bij te praten. Dan hoor ik in welke strategische richting de klant denkt, en hij hoort hoe mijn bank denkt over de ontwikkelingen in de branche van de klant en de financiële markten.
Op een gewone werkdag kan ik bezig zijn met een bepaalde deal, zoals een bedrijf verkopen voor een van mijn klanten. Of ik word gebeld door geïnteresseerde kopers, of hun advocaten, door collega’s hier op kantoor die de financiering van de deal in elkaar zetten, of door consultants of adviseurs die de boeken bestuderen van het bedrijf dat verkocht gaat worden.
Tegelijkertijd ben ik misschien bezig met een andere klant die een bepaald bedrijf wil kopen (natuurlijk niet hetzelfde als dat ik verkoop, om belangenconflicten te vermijden). In dat geval coördineer ik het hele proces, met advocaten, managementsconsultants en accountants die het bedrijf onder de loep nemen - wat gepaste zorgvuldigheid heet.
En ten slotte kan ik vergaderen met een groep collega’s hier op de bank voor strategisch overleg: welke sectoren in de economie zijn erg actief, wat zijn de laatste trends in de markt, welke invloed hebben die op onze klanten? Als de concurrent van een klant bijvoorbeeld net een grote aankoop heeft gedaan, kunnen wij analyseren of dat voor onze klant een reden is om zelf in actie te komen.
Je hebt formele en informele vergaderingen. Als je managing director bent zoals ik, mag je lunchen in de executive eetzaal met andere managing directors. Dat is een uitstekende informele setting om de laatste ontwikkelingen en toekomstige trends te bespreken met de andere leiders in ons bedrijf.
Ons honorarium is meestal een percentage van de waarde van een transactie en ja, een percentage van een deal van een miljard kan enkele miljoenen dollars zijn. Dat kan een hoop geld lijken. Wat mensen vergeten is dat dit honorarium meer dekt dan alleen adviseren over de deal. Soms werken we drie of vijf jaar zonder onze klanten iets in rekening te brengen voor ons strategisch inzicht en advies. Wat honoraria betreft moet je ook niet vergeten dat wanneer we met een klant werken om een bedrijf te kopen en er komt een bieding en wij winnen niet, dat dat betekent geen deal en geen honorarium.
De overeenkomsten die wij sluiten zijn zeer, zeer belangrijk voor onze klanten. Grof gezegd kunnen wij ze erg rijk maken. Vaak zetten ze contracten op zo'n manier in elkaar dat hoe hoger de prijs is die zij krijgen, des te beter wij beloond worden. Bij onderhandelingen put je elkaar eerst uit, en pas op het allerlaatste moment doe je concessies. Dus duren de meeste onderhandelingen erg lang en worden pas ’s avonds afgesloten, of ’s nachts of in het weekend. Het gebeurt wel dat ik thuiskom uit mijn werk op het moment dat mijn vrouw en kinderen net gaan opstaan.’

'JE DIENT JE ONTSLAG in bij je lijnmanager. Wat er dan gebeurt is dat de kandidaat naar een kamer wordt geleid en daar brengt het bedrijf dan steeds hoger geplaatste mensen naartoe die allemaal proberen de kandidaat ervan te weerhouden weg te gaan. Dat is verstandig van het bedrijf, want het vinden van een vervanger kost veel tijd en geld. Het ontwricht de boel behoorlijk. Voor iemand die erg hooggeplaatst is, is helemaal naar beneden komen en vijftien minuten investeren om dit te voorkomen best een stevige investering.
We repeteren de ontslagprocedure niet, maar we leiden kandidaten er doorheen. We vragen ze dringend om niet te vertellen wat hun nieuwe baan is, aangezien het bedrijf dat onmiddellijk zal gebruiken. Dan neemt het meteen iemand mee die vroeger heeft gewerkt bij die bank waar jij naartoe gaat en die zegt dan dat het daar verschrikkelijk is, dat jouw baan niet is wat hij lijkt, et cetera. Mensen die voor de eerste keer ontslag nemen gaan bijna altijd door de knieën en vertellen hun huidige werkgever waar ze naartoe gaan. Later zeggen ze altijd tegen ons dat dat hun grootste fout was - het niet vertellen kan het hele proces een stuk sneller en minder pijnlijk laten verlopen.
Het kan er hard aan toegaan. Ik ken een kandidaat die haar ontslag indiende en weer terugging naar haar bureau en merkte dat iedereen de instructie had gekregen haar te negeren. Aan één heel goede vriend vertelde ze over haar volgende baan en die stelde vervolgens meteen hun manager op de hoogte. Ze werd verbannen, en dat deed haar echt heel veel. In één klap lig je eruit. Mensen mijden je op de beursvloer.
Dus is de dag van het ontslag voor iedereen heel zwaar. Ik zeg tegen een kandidaat: bel me als het nodig is, dan ben ik er binnen twintig minuten. Dan wacht ik bijvoorbeeld op de kandidaat in een koffieshop om de hoek. De toekomstige manager van de kandidaat kan me misschien wel tien keer bellen: waar zitten we nu in het proces? En zelfs na het ontslag is er voor mij nog niks te vieren. Pas als de kandidaat drie maanden in die nieuwe baan zit ben ik zeker van mijn honorarium. Als hij of zij eerder weggaat moet mijn bedrijf het honorarium terugbetalen, en moet ik mijn deel ervan terugbetalen.
Ik ontmoet zeer bijzondere mensen. Zoals die man die nog geen dertig was en vijfhonderd miljoen dollar had verdiend voor zijn bank. Ik bedoel, hoeveel FTSE-bedrijven (Financial Times-Stock Exchange) halen een kwart miljard winst binnen? Die vent had recht op een bonus van ruim 25 miljoen. Alleen werd het uitgesteld, wat betekende dat hij nog drie jaar bij de bank moest blijven om het te kunnen incasseren.
Dus was hij bijna beschaamd dat hij tegen mij klaagde dat hij vastzat aan het bedrijf en zijn leven aan zich voorbij zag gaan. Zo zag hij het.
Ik kom mannen tegen van onder de dertig die 2,3 miljoen per jaar verdienen. Ik denk dat dat je ongevoelig maakt. Het maakt mij ongevoelig. Pas nog stond ik te praten met een kerel die behoorlijk goed is en maar 150.000 pond verdient. Ik weet nog dat ik dacht: arme jongen, want hij zou het dubbele kunnen verdienen, op z'n minst, als hij naar een andere bank zou gaan. Toen corrigeerde ik mezelf: waar heb je het over, die arme jongen verdient 150.000 pond.
Een deel van het ongevoelig worden is terminologie. Mensen zeggen niet dat ze met hun volgende stap twee miljoen willen verdienen. Dan zeggen ze dat ze “twee piek” willen verdienen. En als ze iets verhandelen ter waarde van twee miljard, dan zeggen ze dat niet, maar hebben ze het over “twee kuub”.’

'MIJN WERK bestaat er vooral uit dat ik banken adviseer over hoe ze zich beter kunnen beschermen tegen
ongelukken en fraude. Zo onderzoek ik bijvoorbeeld gevaarlijke optiespeculanten. Je hoort wel eens over die grote gevaarlijke optiespeculanten, Jerome Kerviel bij Société Générale en onlangs die kerel bij UBS. En er gebeurt nog veel meer dat niet op het journaal komt. Het kan gaan over een paar miljoen, of over verliezen tot vijftig of zelfs honderd miljoen.
Ons bedrijf heeft een team van forensische specialisten, vaak oud-politiemensen, die experts zijn in het onderzoeken van gevallen van fraude; ondervragingstechnieken, de hele boel. Zij werken in verschillende bedrijfstakken. Het geval wil dat de financiële sector zo gecompliceerd is geworden dat forensische expertise niet langer voldoende is; je hebt iemand nodig die de financiële expertise heeft om aan de forensische mensen uit te leggen hoe die systemen werken, hoe handel kan worden verborgen. En daar verschijn ik ten tonele. Ik leid de teams die de onderzoeken doen.
Ik ga niet die speculanten verdedigen, maar volgens mij zijn het niet alleen maar monsters die de hele boel laten instorten puur voor hun persoonlijke gewin. Die handelsvloeren zijn uiterst masculiene omgevingen. Het is als een schoolplein vol jongens: ze jutten elkaar op en dan gebeurt er iets gevaarlijks. Je hebt bijvoorbeeld een handelaar die een risico neemt bij een transactie en verliest. Dat kan hij niet toegeven tegenover zichzelf, noch zijn kameraden, noch zijn superieur. Dus verhult hij het met een nieuwe riskante transactie, die opnieuw verkeerd afloopt, en dat verstopt hij allemaal ergens in die enorm grote computersystemen; binnenkort zal hij ongetwijfeld al zijn verliezen kunnen goedmaken, zijn sporen uitwissen en dan is alles weer goed. Of dat denkt hij tenminste.
Daarom is de cultuur binnen een organisatie zo belangrijk. Is dit een plek waar iemand zijn hand kan opsteken en zeggen: ik heb een fout gemaakt? Krijg je dan applaus of wordt er gegniffeld? Ik ken banken waar het niet echt slim is om toe te geven dat je iets verkeerd hebt gedaan.
Als je zou gaan zitten met iedereen die in de City werkt en individueel met ze praatte, zou je waarschijnlijk ontdekken dat het uiterst prettige en eerlijke mensen zijn, die vaak erg nobele motieven hebben. Maar als je kijkt naar de sector in z'n geheel, dan zijn op een of andere manier de uitkomsten niet zo geweldig. Dus hoe kunnen mensen die overwegend goed zijn een systeem draaiende houden dat slechte uitkomsten produceert?
Het probleem is hebzucht. Ik heb er een tijdje over gedaan om erachter te komen, waarschijnlijk ben ik vrij naïef aan dit werk begonnen. Ik ben van nature een opgewekt mens, maar je hebt hier heel veel hebzucht. Wat is de motor achter die hebzucht? Ik zou zeggen de competitieve machocultuur, al die testosteron. “Ik moet beter zijn dan een ander dus moet ik meer geld verdienen dan hij want dat is het bewijs dat ik beter ben dan hij” - die manier van denken.’

'HET KORTE antwoord op de vraag wat ik doe: ik verkoop financiële producten die te maken hebben met het kopen en verkopen van bedrijven. Ik help groepen investeerders een bedrijf te kopen, en ik help klanten een bedrijf te verkopen. Ondertussen verdien ik provisie voor mijn bank. Een andere dienst die mijn bank aanbiedt is het adviseren van bedrijven of groepen investeerders die geïnteresseerd zijn in het kopen van een nieuw bedrijf.
Stel, bedrijf A moet een miljard lenen om bedrijf B te kopen. Die lening zouden wij kunnen verstrekken, en die verkopen we vervolgens door aan kredietverstrekkers/investeerders. De overeenkomst moet worden voorgelegd aan de zogenoemde kredietrisicocommissie bij de bank hier. Die bepaalt hoe riskant de deal is en onder welke voorwaarden de bank meedoet.
Ik ben voortdurend aan het onderhandelen, met iedereen om me heen. Stel dat mijn kredietrisicocommissie tegen me zegt: je deal kan doorgaan onder voorwaarden A en B. Dan ga ik naar onze klant, en die zegt: maar de andere bank heeft betere voorwaarden B en C. Dus ga ik terug naar de risicocommissie en zeg: dit is wat een andere bank schijnt te bieden, als we in de race willen blijven, zijn B en C noodzakelijk. En zo gaat het heen en weer tussen klanten, investeerders, de kredietrisicocommissie …
In dit werk is het essentieel dat je met mensen kunt omgaan; je moet in staat zijn mensen zich voldoende op hun gemak te doen voelen dat ze informatie willen delen. Je moet kunnen onderhandelen, en risico’s kunnen wegen.
Iedereen werkt met “onvolmaakte informatie”. Niemand heeft alle stukjes van de puzzel. Ondertussen is er tijdsdruk want bedrijven worden verkocht op een deadline. Stel dat kort voor de biedingsdag een van je investeerders wil dat er een nieuwe voorwaarde wordt opgenomen in het contract. Dan moeten alle analisten van mijn bank én die van de andere investeerders terug naar hun modellen, die opnieuw doorrekenen en beslissen of ze nog steeds de overeenkomst willen. Hoe dichter je bij de deadline komt, hoe onbuigzamer je wordt.
Er zijn meer risico’s voor ons. Stel dat we de deal helemaal op poten hebben, de investeerders zijn bereid de leningen te verstrekken, mijn risicocommissie is aan boord, de contracten zijn klaar om getekend te worden, dan gaan we het biedingsproces in en … we worden overboden door een andere groep investeerders. Dan hebben we niets, nul. Er is geen deal want ze hebben het bedrijf niet gekocht. En geen deal betekent geen honorarium.
Ik zit in een jonge werkomgeving. Mensen komen binnen als ze midden twintig zijn en de meesten zijn weer weg als ze midden veertig zijn. Het is echt heel, heel zwaar. Ook is het buitengewoon lonend, niet alleen financieel. Je bent bezig met deals ter waarde van honderden miljoenen, zo niet miljarden. De kranten schrijven erover en vrijwel elke deal is echt een grote gebeurtenis in het leven van het betrokken bedrijf. Je hebt onderhandelingen met hoge inzet gevolgd door wat een opwindend biedingsproces kan zijn.
De bank krijgt een percentage van de deals die we sluiten. De hoeveelheid werk voor een deal ter waarde van tweehonderd miljoen pond kan best hetzelfde zijn als voor een deal van een miljard. Maar de provisie is veel hoger, zij het niet vijf keer. Meestal levert een deal van tweehonderd miljoen één procent aan provisie op, dat is twee miljoen, terwijl een deal van een miljard vijf miljoen zou kunnen genereren, of 0,5 procent. Echt heel grote deals leveren misschien 0,2 procent op. Wat vaak gebeurt is dat we wanneer we een bedrijf verkopen een basisvergoeding krijgen, laten we zeggen een miljoen pond voor een deal waarvan wordt aangenomen dat die vierhonderd miljoen pond binnenhaalt. Vervolgens krijgen we ook een percentage van alles boven die vierhonderd miljoen, wat bedoeld is om ons ertoe aan te zetten een zo hoog mogelijke prijs te bedingen voor onze klant.
Individueel hier op de bank worden onze bonussen geheel en al naar eigen oordeel bepaald. Dat houdt in dat we niet werken met formules, waarin al het geld wordt opgeteld dat je voor de bank hebt verdiend waarvan je dan een percentage krijgt. In ons deel van de bank stellen ze aan het eind van elk jaar een zogenaamde bonuspool vast, die vervolgens wordt verdeeld over de diverse afdelingen, waarna iedere managing director bepaalt wie in zijn team wat krijgt. Terwijl officieel niemand weet welke bonus de anderen krijgen, vertellen vrienden het wel aan elkaar. Mensen kennen ongelooflijk veel waarde toe aan hun bonussen. Als zij vijf krijgen maar hun collega drie, zijn ze heel gelukkig. Als ze volgend jaar achttien krijgen maar hun collega twintig, kunnen ze daar kapot van zijn.’

'IK WORD ingehuurd om de mededingings- of antitrustwetten te bewaken. Ik moet ervoor zorgen dat als bedrijf A bedrijf B koopt de autoriteiten de deal niet zullen blokkeren uit angst dat bedrijf A een te groot marktaandeel krijgt. Vaak is dat gewoon een reeks van technische stappen. Als bijvoorbeeld een groep financiële investeerders een oliebedrijf koopt is er geen “overlap” - de gangbare term onder professionals. Maar als een oliebedrijf een ander oliebedrijf zou kopen, zou het ingewikkelder worden. En dan wordt mijn werk ook interessanter. Soms moet ik er een adviesbureau van economen bij halen. Die vraag je: kunnen jullie me helpen om argumenten te vinden om aan te tonen dat deze fusie geen bedreiging is voor gezonde concurrentie?
Dan geef je je “submissie”-documenten aan de mededingingsautoriteiten, en je hoopt dat je argumentatie overtuigend genoeg is en uiteindelijk krijg je normaal gesproken wat “toestemming” heet. Het kan ook zijn dat je zaak niet sterk genoeg is en de mededingingsautoriteiten een “remedie” vragen, vaak de verkoop van een deel van het bedrijf dat je klant koopt. Bij een supermarktfusie bijvoorbeeld zou de koper een aantal winkels moeten verkopen in “overlappingsgebieden” om toestemming te krijgen. In het slechtste geval wordt de overeenkomst “geblokkeerd” door de mededingingsautoriteiten en kan de koop niet doorgaan.
Het kopen of verkopen van een bedrijf is als een enorme ketting met een heleboel schakels, en daar ben ik er een van. Als vrienden buiten de City vragen: “Als de klant je de hele nacht laat doorwerken - in het jargon een 'all-nighter’ - waarom kun je dan geen nee zeggen?” Nou, ik kan geen nee zeggen omdat ik weet dat als ik niet die nacht aan een document werk, dat de planning van de hele deal kan vertragen. Je wilt gewoon niet degene zijn die het proces vertraagt of uitstelt. Dat voelt al snel alsof je iedereen laat wachten. Advocaten zijn met name gevoelig voor de suggestie dat ze “de deal ophouden” en “moeilijk doen”.
Ik zou zeggen dat hier voornamelijk advocaten zitten (in het restaurant - red.). Er zijn in deze buurt verschillende grote advocatenkantoren, en advocaten moeten lunchen. Ik zie hier geen pronkvrouwen of prijsvriendinnen, geen extravagant geklede vrouwen. Ik zie mannen die hun jasjes aan houden, wat we meestal doen als advocaten - veel willen niet de eerste zijn die het uittrekt en de meeste advocaten die ik ken houden het sowieso aan, aangezien je er solide uitziet als je je uniform intact houdt. Ik zie onberispelijke dassen, ook een advocatending. Dit restaurant serveert uiterst goed eten maar het is niet opzichtig, volgens mij noemde de Sunday Times het interieur deze week nog “saai”. Saai is goed, voor advocaten. Wij verkopen betrouwbaarheid, zekerheid en oplettendheid. En we willen dat onze presentatie dat weerspiegelt. En vaak rekenen we forse tarieven, dus willen we niet te koop lopen met onze rijkdom, want dan zullen de klanten denken: wacht eens even, betaal ik niet te veel?
Hoe advocaten aankijken tegen andere groepen in de wereld van corporate deals en financiën? Natuurlijk kijken veel advocaten neer op hun cliënten. Nee serieus, er wordt heel wat ontevreden gegniffeld over de honoraria van zakenbankiers. We vragen ons af: wat doen ze nou eigenlijk? Ik bedoel, formeel hebben ze de leiding over het hele proces om tot een overeenkomst te komen, maar het meeste werk wordt uitbesteed aan anderen. Vaak worden advocaten gevraagd om een timeline te maken voor een acquisitie, om alle gebeurtenissen of “mijlpalen” van begin tot eind samen te vatten. Dus wij verzorgen die timeline, en vervolgens maken de zakenbankiers er een flitsende presentatie van en houden hun klant voor dat het hun werk is. Daar maken wij harde grappen over, ja.’
PSYCHOPATHISCHE GEKKEN BEN IK NOG NIET TEGENGEKOMEN, wel wiskundige genieën (Quants) met het Aspergersyndroom, en echte alfa-males met, nou ja, het alfa-male-syndroom. Nogal wat ondervraagden zijn de sector in gerold, waarna ze ontdekten dat ze het óf ontzettend leuk en inspirerend vonden, óf in de val van de weelde trapten - een torenhoge hypotheek en school fees van vaak twintigduizend pond per kind per jaar maken het heel moeilijk om eruit te stappen.
Wat ik echt heerlijk vind aan de bankiers is dat het geen zeikerds zijn. Als ik zelf een zeikerd was, zou ik nu schrijven: dat is een aangename afwisseling na Nederland. Er zit natuurlijk een enorme bias in mijn onderzoek, omdat ik alleen mensen spreek die met mij willen spreken. Maar het zijn vrijwel allemaal prettige mensen die lijken te denken: bijna al mijn collega’s zijn oké, ik ben oké, dus hoe kan het systeem waarin we opereren niet ook oké zijn? Hannah Arendts inzicht over de Banaliteit van het Kwaad - dat je geen slechte mensen nodig hebt om een systeem te runnen met slechte uitkomsten - kent tot nu toe niemand.
Wat dit project zo spannend en leuk maakt zijn niet alleen de inzichten in de financiële sector. Het is ook een experiment in nieuwe journalistiek: kun je als journalist je leercurve over een onderwerp op het web uitzetten, zodat lezers diezelfde curve met jou kunnen afleggen - op het moment dat zij dat willen, in het ritme dat hen past?
Traditioneel gaat journalistiek over nieuws, over hoe de wereld van vandaag afwijkt van de wereld van gisteren. Maar wat nu als je de wereld van gisteren eigenlijk nooit hebt begrepen? Hoe is zo'n update dan nog zinvol?
Op het internet zijn archief en voorpagina één. Wie op een site publiceert kan de lezers bedienen zoals een ober zijn gasten. Bent u nieuw in dit restaurant, laat mij u dan de menukaart uitleggen. O, u komt hier vaker, dan beperk ik mij tot de dagschotels van vandaag. Customizen noemen ze het, geloof ik. Journalisten kunnen zich gaan toeleggen op een kennisgebied, dat ze voor zichzelf en hun lezers in kaart brengen. Ik merk dat het voor veel journalisten fundamenteel contra-intuïtief is - om je eigen onwetendheid als uitgangspunt te nemen. Maar wat een bevrijding om niet meer te hoeven doen alsof je alles weet. En wie weet wat voor nieuws dat oplevert?
Stel dat iemand de afgelopen jaren een dergelijk project had gedaan rond de Europese Unie. Ik kan me niet voorstellen dat er dan niet in een gesprek met een statisticus, lobbyist, voorlichter, denktankcommandant of interne accountant van de EU op een gegeven moment iemand had gezegd: weet u trouwens dat de Grieken al jaren de boel belazeren? Het is een vraag voor iedereen die meent dat journalistiek anno nu wel uitgeëvolueerd is: hoe kan het dat journalisten de massale fraude in Amerika met junkhypotheken hebben gemist? En de massale fraude in Brussel met Griekse cijfers?


© The Guardian News & Media Ltd 2011. Luyendijks Banking Blog is te lezen op www.guardian.co.uk/bankingblog. Vertaling Rob van Erkelens