Bankierseed, loze kreet

In 1994 hekelde toenmalig premier Kok de ‘exhibitionistische zelf­verrijking’ door topmanagers. Commissarissen en directeuren bleven hun beloningen in de jaren daarna doodleuk verhogen. Ook (semi-)ambtenaren gingen steeds meer verdienen: Circus Honorarium had een sterke aanzuigende werking.

Medium milo commentaar 40

Afgezien van periodieke en rituele uitbarstingen van publieke verontwaardiging wist de politiek niets wezenlijks tegen de zakkenvullerij uit te richten. De Balkenende-norm werd en wordt dusdanig met voeten getreden dat hij slechts lijkt ingevoerd om de overheid te kakken te zetten.

Toen de kredietcrisis uitbrak, konden vier van de vijf grote Nederlandse banken alleen overleven dankzij tachtig miljard euro aan staatssteun. Eén van die banken, ABN Amro, werd daarbij publiek bezit. Nooit eerder had de staat zoveel macht over de financiële sector. Er werd niets mee gedaan. De concurrentie tussen de banken is vrijwel verdwenen. Wij betalen gemiddeld een vol procentpunt meer hypotheekrente dan onze Duitse buren. Starters op de woningmarkt krijgen sowieso geen hypotheek, kleine en middelgrote bedrijven geen krediet. De banken blijven particuliere beleggers voornamelijk behandelen als kaal te plukken kippen.

Het kost individu en maatschappij ontelbare miljarden, de grootschalige bancaire verzaking van maatschappelijke hoofdtaken als kredietverlening aan burgers en bedrijven, en het totale ontbreken van iedere prikkel tot creativiteit en innovatie in de verkalkte bankensector. En wat kiest de politiek als nieuw speerpunt? Een beroepseed voor bankiers, met tuchtrecht als stok achter de deur.

De voorstanders, onder wie demissionair minister van Financiën De Jager, betogen dat zo’n eed lagere bankmedewerkers een schild biedt tegen onethische ‘bevelen van boven’. Een goed argument, dat de bezwaren echter niet kan wegnemen. Er bestaat al een bankierseed – ronduit een giller, vergeleken met het Balkenende-lachertje. Hij begint met een open deur – ‘Ik verklaar dat ik mijn functie als bankier integer en zorgvuldig zal uitoefenen’ – en vervolgt dan met alle vrome beloftes die een beetje moderne bankier juist aan zijn laars lapt. Dat hij ‘het belang van de klant voorop’ zal stellen bijvoorbeeld.

Eed en tuchtrecht zijn eeuwenoude tradities van dito beroeps­groepen – artsen, advocaten en notarissen. Closed shops bovendien: zij bepalen zelf wie ze toelaten, hoeveel en op grond van welke criteria. Maar het beroep van de bankier is niet beschermd. Duizenden functionarissen verdienen hun brood met andermans geld, van filiaaldirecteuren tot ceo’s, van bankemployees tot zelfstandige financieel adviseurs. Bovendien bedienen zij meestal meerdere klanten. Wiens belangen moeten zij dan ‘voorop’ stellen? Die van de spaarder of die van de kredietvrager? Schaduwbankiers verheugen zich bij voorbaat op de eed. Geld pleegt de weg van de minste weerstand te gaan – van het minste toezicht. Honderden miljarden stromen door de handen van _hedgefund-_managers en _private equity-_investeerders. De centrale banken en afm’s van de wereld kunnen slechts toekijken.

Parlementariërs en bewindslieden die hun werk serieus nemen, moeten hun tanden zetten in de big issues. Stel ter discussie dat Nederland al tientallen jaren vooral Distributieland is voor de belastingvlucht van shadow bankers en andere roofridders. Help de kredietzoekers in het mkb en op de woningmarkt. Sticht nieuwe publieke instellingen die in de gapende gaten duiken die de commerciële banken laten liggen. En laat de bankierseed vooral over aan het populairste gilde van Nederland, dat van de gelegenheidsdominees.