Bankvrienden

Zes jaar na de crisis wordt steeds duidelijker hoe desastreus de Europese beleidsrespons is geweest. Allereerst natuurlijk vanwege de teleurstellende economische prestaties.

De groeiverschillen tussen de VS en de eurozone zijn nog nooit zo groot geweest. En ook de verwachtingen verschillen hemelsbreed: aantrekkende groei, dalende werkloosheid en oplopende inflatie in de VS, geen tot matige groei, blijvend hoge werkloosheid en deflatie in de eurozone.

Het is de voornaamste verklaring voor het feit dat in de VS de private en publieke schulden uitgedrukt als percentage van het bbp dalen, terwijl ze in Europa, ondanks historisch ongekende lastenverzwaringen en bezuinigingen, alleen maar stijgen. Anno 2014 hebben Europeanen niet alleen nog altijd minder te makken dan in 2008, ze zijn ook beduidend minder vermogend geworden.

Maar ook doordat uit de academische literatuur een steeds duidelijker beeld opdoemt van wat er is misgegaan. De welvaart van voor 2008 was schijnwelvaart, veroorzaakt door de irreële verwachting van immer stijgende huizenprijzen. Alleen dan is het rationeel om je zo buitensporig in de schulden te steken als Ierse, Spaanse, Britse en Nederlandse huishoudens hebben gedaan.

Er was al langer het werk van de Taiwanees-Amerikaanse huiseconoom van de Japanse zakenbank Nomura, Richard Koo, die de wereld rondtrok met lessen uit het verloren Japanse decennium en die internationaal naam heeft gemaakt met de term ‘balansrecessie’: een recessie die wordt veroorzaakt doordat huishoudens als gevolg van dalende huizenprijzen hun schulden moeten terugbrengen, daardoor beknibbelen op hun uitgaven en zo een recessie veroorzaken.

In 2010 lieten twee economen van de OESO, Reuven Glick en Kevin Langstein, zien dat de landen waar tussen 1995 en 2008 de hypotheekschuld het snelst was gegroeid ook de landen zijn waar, toen de onvermijdelijke correctie van de huizenprijzen eenmaal plaatsvond, de binnenlandse bestedingen het scherpst zijn gedaald en de recessie ook het diepst was en het langst duurde.

Deze boodschap is sindsdien door een groeiend aantal economen en instellingen in verschillende toonaarden herhaald: huizenzeepbellen en de daaropvolgende balansrecessies zijn de kwaadaardigste die er zijn. Zoals nu door de slepende recessie in de eurozone empirisch wordt gestaafd.

De welvaart van voor 2008 was schijn­welvaart

Afgelopen week voegde de economisch historicus Alan Taylor een nieuw en belangrijk stukje toe aan de puzzel van het Europese debacle. Op basis van nieuwe data van 140 jaar aan bankleningen in zeventien ontwikkelde economieën (waaronder Nederland) concludeert Taylor dat de explosieve schuldgroei sinds de jaren zeventig volledig voor rekening is gekomen van hypotheken.

Ook constateert hij dat het dominante beeld van banken niet klopt. Het zijn geen bemiddelaars tussen sparende huishoudens en investerende bedrijven, zoals banken zelf niet moe worden te herhalen. Het zijn vastgoedfondsen, aldus Taylor, die kort inlenen en lang uitlenen op basis van dekking door vastgoed. Besloegen hypotheekleningen in 1900 nog een derde van de bankbalans, in 2007 was dat verdubbeld. Bedrijfsleningen zijn een marginale post geworden.

En ook volgens Taylor zijn balansrecessies na een geïmplodeerde huizenzeepbel de ergste die er zijn. Gemiddeld leiden ze tot een verlies van pakweg een vijfde van de jaarlijkse economische productie en duren ze zo’n vijf jaar. Taylor maant beleidsmakers dan ook niet alleen beter te letten op excessieve kredietgroei, maar ook op waar die kredieten voor worden gebruikt: huizenzeepbellen zijn namelijk gruwelijke dingen.

Uit deze literatuur doemt een totaal andere beleidsagenda op dan nu in de eurozone wordt uitgevoerd. Niet begrotingstekortreductie boven alles, maar juist koopkrachtbescherming boven alles. Niet zorgen voor de houdbaarheid van publieke schulden, maar zorgen voor de houdbaarheid van hypotheekschulden. Geen discussies over afwaarderingen van staatsobligaties, maar discussies over de kwijtschelding van restschulden van huishoudens.

Niet europeanisering van het bankentoezicht om grote systeembanken te kunnen redden als het misgaat, maar juist het laten leeglopen van banken door ze op te breken. Geen goedkope financiering van de ECB aan banken, maar juist aan burgers. Niet het weer vlottrekken van de markt voor verpakte hypotheken om de bancaire kredietverlening aan de reële economie op gang te brengen, maar juist het verder afknijpen van bancaire financiering om te voorkomen dat de volgende zeepbel wordt geblazen.

Geen pensioengelden in verpakte hypotheken, maar juist in bedrijfsleningen. Geen lofzang op de strenge crediteurbescherming in Europa, maar juist een pleidooi voor betere bescherming van de debiteur. Dat deze literatuur door vrijwel alle Europese beleidsmakers wordt genegeerd, doet vermoeden dat er andere belangen in het spel zijn. Bankvrienden zijn het.