Bankzitters

Terwijl de eurocrisis voortraasde en de werkloosheid in de Europese Unie een nieuw naoorlogs record vestigde, boog het Europarlement zich de laatste weken over de verkeersveiligheid.

Medium commentaar 27 2012 banken

De volksvertegenwoordigers willen dat nieuwe auto’s worden voorzien van eCall, een systeem dat bij ongevallen automatisch een hulpoproep doet en de positie van het benarde voertuig doorgeeft. Zoals zoveel Europese maatregelen is de verplichte invoering van eCall een technocratische oplossing waarvan niet duidelijk is wiens probleem ze eigenlijk oplost. Het is immers de vraag welke gebeurtenissen het systeem als ‘ongeval’ gaat kwalificeren.

De hamvraag luidt intussen of het afrekenen nog in euro’s zal gebeuren. De eCall-motie in Straatsburg is klein bier vergeleken bij de noodmaatregelen ten bate van de euro waartoe het Europese topoverleg in Brussel vorige week vrijdag besloot. Maar ook daar was de vraag wiens probleem ze eigenlijk oplossen. De Europese leiders besloten tot een nieuwe overdracht van nationale bevoegdheden aan Europese instituties en tegelijk tot een uitbreiding van die bevoegd­heden zodat ‘Europa slagvaardiger wordt’ (aldus voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy). De maatregelen worden komend najaar aan de nationale parlementen voorgelegd. Als die akkoord gaan, komt er een nieuw begrotingspact met strengere begrotingsregels dan voorheen, een versoepeling van de krediet­voorziening aan noodlijdende Europese banken en overheden, alsmede een nieuwe pan-Europees bankentoezicht.

De mondiale beurzen reageerden positief, al was het maar omdat er weer wat tijd is gewonnen. ‘De zandloper kan weer een keer worden omgedraaid’, aldus een Amerikaanse beleggingsexpert. Maar het waren vooral de bankaandelen die omhoog gingen. Kennelijk blijft het interessant om te beleggen in banken, of misschien moet je zeggen dat het nu pas echt interessant wordt om er je geld in te stoppen. Als we nog niet wisten dat de grote Europese banken niet mogen ‘omvallen’, dan weten we het nu. De Griekse econoom Yanis Varoufakis merkte onlangs op dat faillissementen voor de economie even belangrijk zijn als de hel voor christenen: ze hebben een afschrikkende werking die onontbeerlijk is voor het behoud van het instituut. Welnu, die afschrikkende werking dreigt geheel weg te vallen. Bij de eerste de beste schuiver van een grote bank wordt voortaan geen boete opgelegd, maar een nieuwe kredietfaciliteit aangeboden. De rekening wordt bij u en mij neergelegd. In euro’s, dat dan weer wel.

Volgens premier Mark Rutte is het Europese bankentoezicht een grote stap vooruit. De Brusselse toezichthouder zal volgens hem de vicieuze cirkel tussen banken en overheden doorbreken zodat ‘kerk en burgemeester niet langer het beleid van een bank bepalen’. Voor de goede orde: die burgemeester is Rutte zelf en die kerk, dat zijn wij, rekeninghouders en vierjaarlijkse kiezers van dit land. De nominale controle die wij nu nog op onze banken uitoefenen via de overheid en De Nederlandsche Bank zal opgaan in een Europees regime. We worden bankzitters die lijdzaam mogen toezien hoe de wedstrijd verloopt.

Daar zou iets voor te zeggen zijn – het gaat hier tenslotte om grensoverschrijdende problemen – als we tenminste een soort eindcontrole zouden hebben via het Europees Parlement. Maar dat stadium lijkt nog zo ver weg dat er amper aan wordt gerefereerd. In het ambitieuze plan van Van Rompuy getiteld ‘Naar een echte economische en monetaire unie’ is een vergroting van de democratische legitimiteit niet de hoeksteen die hij zou moeten zijn, maar slechts een retorisch sluitstuk. De problemen van de banken en regeringen in de eurozone zijn tijdelijk opgelost. Die van de Europese Unie worden alleen maar groter.