Bar en groots

Van 17 t/m 21 juni in Huis aan de Werf (v/h de Utrechtse School). T/m 18 oktober overal in Nederland en Vlaanderen. De vorige voorstelling van ‘t Barre Land, Torquato Tasso, is geselecteerd voor Het Theaterfestival, en is in september in Antwerpen en Amsterdam te zien.
Henry IV is waarschijnlijk het meest volgroeide koningsdrama van William Shakespeare. Goed, Richard II is mooier van taal en het jeugdwerk Richard III zit geraffineerder in elkaar. Maar in de twee delen van Hendrik de Vierde (bij elkaar zeven uur theater) heeft de Engelse maestro de smaak echt te pakken. Hij kent de melange van zijn brede publiek en hij weet het voluit te bedienen. De koning heeft de opdracht gegeven om zijn voorganger te vermoorden. Hij lijdt onder die koningsmoord, zijn kroon bloedt voor hij hem op zijn hoofd heeft gezet. Hij wil ook almaar boete doen, via een pelgrimage naar het Heilig Land. Hendrik de Vierde wordt daardoor hoofdpersoon in zijn eigen grap: kent u die mop van de koning die naar Jeruzalem ging? Hij ging niet.

Dat is de eerste hoofdlijn in het stuk: een lamenterende vorst die door een blunder een staatsgreep veroorzaakt, uitgevoerd door een heethoofdige graaf, genaamd Hendrik Hotspur, een joch met een eindeloze woede. De regerende monarch heeft nog een probleem. Zijn zoon, kroonprins Hendrik, leeft liever in zijn stamkroeg dan in het paleis. Hij heeft een ruime kring ‘foute’ vrienden opgebouwd, geleid door de verlopen, hypocriete ridder Falstaff. Met de caféscènes plezierde Shakespeare het brede publiek. Falstaff werd de held van het gewone volk.
Toneelspelersformatie ’t Barre Land speelt nu in twee uur beide delen van Hendrik de Vierde. Enkele jaren terug presenteerden ze als afstudeerklas van de Arnhemse Toneelschool alle zeven koningsdrama’s van Shakespeare in anderhalf uur (Zeven koningen), een hilarische voorstelling. Als ik me goed herinner waren daar toen de Vlaamse theatermakers Waas Gramser en Kris van Trier bij betrokken. Die tekenen nu opnieuw voor de bewerking en de regie van Hendrik de Vierde. Het speelvlak bestaat uit metalen tegels en eindeloze stapels veilingkisten, die almaar worden versjouwd. De acht spelers doen alle rollen. Er is veel Shakespeare-materiaal gesneuveld. Zo miste ik de gevaarlijke monoloog van de jonge Hendrik uit het eerste deel, waarin hij aankondigt dat hij zal afrekenen met zijn drankzuchtige vrienden wanneer hij eenmaal koning zal zijn. En van de melancholische bespiegelingen van oorlogsveteranen in het tweede deel van dit koningsdrama had ik ook wel wat meer willen zien. Maar de toeschouwer krijgt er in deze bewerking veel voor terug. Een prachtig opgewonden heethoofd Hendrik Hotspur (Margijn Bosch) bijvoorbeeld. En een heerlijke Falstaff (Jacob Derwig). Die aan het eind door zijn kroegvriend, nu koning Hendrik de Vijfde, voor 'oude man’ wordt uitgemaakt. En die daarna de voorstelling magistraal (en erg depressief) afrondt.
Wat gelukkig niet sneuvelde is de waarschijnlijk mooiste scène die Shakespeare ooit heeft geschreven. De jonge Hendrik zit aan het sterfbed van zijn vader. Hij waant de koning dood en pakt alvast zijn kroon. Dan ontwaakt Hendrik de Vierde uit de doodsslaap. Voor het eerst (en voor het laatst) scheldt de vader zijn ambitieuze zoon verrot. Voor het eerst (en voor het laatst) verzoent de geschrokken zoon zich met zijn stervende vader. Wat Martijn Nieuwerf (Hendrik de Vierde) en Vincent van den Berg (de jonge koning) op een gigantische deken van dons aan spel laten zien, behoort tot het mooiste dat ik dit jaar aan toneel heb genoten. Wat daar tussen die twee mannen (jongens eigenlijk, koningen kwamen jong aan de macht in die dagen, en gingen jong dood) gebeurt, is hartverscheurend mooi. Ik noem de andere spelers ook even: Anouk Driessen, Peter Kolpa, Ingejan Ligthart Schenk, Czeslaw de Wijs. Ze vormen met elkaar een ensemble. En ze hebben een geweldige voorstelling gemaakt, die nog tot ver in het najaar is te zien.