Menno Hurenkamp

Barack Soprama

De Kennedy’s steunen Obama! Caroline Kennedy, dochter van, denkt dat Barack Obama een president als haar vader kan zijn, als John F. Kennedy, de meest verafgode politicus van de twintigste eeuw, de realistische idealist, de martiale held uit de Tweede Wereldoorlog, de man die Chroesjtsjov terug in zijn hok joeg. Senator Ted Kennedy is het met zijn nicht eens. Hij is zo’n beetje de enige politicus van statuur die nooit aarzelde om te zeggen dat hij tegen de oorlog in Irak was. Ook niet toen Billary nog vóór die oorlog was. (Billary is nu tegen de oorlog, maar we moeten begrijpen dat het ingewikkeld ligt.) Obama krijgt zo niet alleen de goedkeuring van een van de meest aansprekende families van de Verenigde Staten, maar ook de steun van een gelouterd politicus. Dubbel pech voor Billary, die haar grotere dosis bestuurlijke ervaring inzet als onderscheidend kenmerk.

Bijna een jaar geleden was ik in Washington op bezoek bij de advocaat die Bill Clinton verdedigde toen deze stevig had gejokt over zijn affaire met Monica Lewinksy. Zonder zich veel te vermoeien met de vraag uit welk landje zijn gasten kwamen, stak Greg Craig de loftrompet over zijn favoriet, de toen nog onbekende Barack Obama. Ik bleef eerst wat onaangedaan en liet mijn oog door zijn werkkamer dwalen. Amerikanen doen immers altijd enthousiast, zeker over ondernemingen waar ze geld in hebben gestoken. Langzaam drong tot me door waar ik me bevond. Aan de muur een voorpagina van The Washington Post waarop met chocoladeletters stond: ‘Clinton vrijgesproken’. Even verderop wat foto’s van Craig in vrijetijdskleding, met zijn kleinzoons, met allerlei grote namen en met, jawel, John F. Kennedy. De boodschap van de terloopse wandversieringen was: als het zo is dat je achter de schermen van de macht kunt kijken, dan is het de bewoner van deze kamer die je daar ziet.

Craig vertelde dat hij Billary’s campagneteam had verlaten. Hij was overtuigd dat Obama de vernieuwingen kon brengen waar Amerika behoefte aan had. Het was een grote stap. Want mocht Billary president worden, dan zou hij een ministerspost of iets soortgelijks hebben mogen incasseren voor zijn kunststukje met Bills impeachment. Maar Craig had nog voor Kennedy gewerkt en hij wist: Obama heeft dezelfde magie. Diens charisma is kortom groter dan een vlotte campagne.

Ondertussen doen de Amerikaanse presidentsverkiezingen meer aan de selectie van een opperhoofd denken dan aan de politieke keus voor een primus inter pares. Dochter Kennedy schreef in The New York Times: de plannen van de kandidaten zijn inwisselbaar, laten we Obama kiezen, die gezag uitstraalt en toch fatsoenlijk is. Inhoudelijk debat wordt vermeden. Niet uit principe, maar omdat de verschillen tussen de voorstellen vaak betekenisloos zijn. Een in de media opgebouwde reputatie (Obama = ‘change’, Billary = ‘experience’) is het houvast voor de kiezers, die deze stripachtige voorstelling van zaken prachtig vinden – en terecht. En de enige manier om misschien de vrouw van de vorige president te verslaan, is toegejuicht worden door de familie van een eerdere president. De Clintons bestrijden met de Kennedy’s: in een televisieserie zou het ongeloofwaardig zijn.

Blijkbaar maken een paar families de dienst uit in de Amerikaanse democratie. Ook nu speelt de zoon (Bush jr.) van de eervorige president (Bush sr.) de baas. Het suggereert eerder een maffia dan een functionerende democratie, maar de ‘vernieuwer’ Barack Obama kan of wil daar blijkbaar niet onderuit. Dit alles ter tempering van hooggespannen verwachtingen wanneer hij gekozen wordt, wat me prachtig lijkt maar niet waarschijnlijk.