De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk vanavond om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Barbarij biedt vele voordelen

Ik heb de schaamte voorbij zien gaan. Schaamte was een ziekte waar ik last van had. Ik meende dat het kwam door een bacil die door mijn opvoeding was overgedragen.

Ik heb de schaamte voorbij zien gaan. Schaamte was een ziekte waar ik last van had. Ik meende dat het kwam door een bacil die door mijn opvoeding was overgedragen.

Ik schaamde me niet zozeer voor mijn naaktheid, ik voelde grote schaamte in het sociale leven. Je krijgt een bord bedorven soep en je durft het niet terug te sturen. Je baas behandelt je grof en jij schaamt je om hem tegen te spreken. Je hebt een volstrekt andere mening dan je vrienden en schaamte weerhoudt je ervan om die opinie te uiten. Je zou eens de verkeerde mening kunnen hebben.

Ik ben opgegroeid vanuit de gedachte om extreem beleefd te zijn. Ik weet niet waarom – vooral – mijn vader die beleefdheid zo belangrijk vond; vermoedelijk achtte hij de distantie die welgemanierdheid in zich draagt van grote waarde. Jij kwetst niet, dus word je ook niet gekwetst. Maar die strengheid in de opvoeding maakte me tot een lafaard – ik schaamde me voor alles.

Het is voorbij gegaan, hoewel niet helemaal verdwenen.

Maar nu merk ik dat niemand zich meer schaamt. De vraagstelling in de journalistiek is harder geworden, iedereen moet hard worden aangepakt. Dat heeft deels een maatschappelijke noodzaak, maar zeker ook een commerciële. Hardheid, gemeenheid, schaamteloosheid hebben een hoge waarde. Ook onderling, in het maatschappelijk verkeer, is de schaamte grotendeels verdwenen. Aardigheid is mechanisch geworden, gevat in een formule, maar dat is het reclameren ook. De maatschappij wordt vaker zo ingericht dat je je nergens meer voor hoeft te schamen.

Natuurlijk is de schaamte niet totaal verdwenen. De hardheid die je momenteel merkt, heeft namelijk tot doel een ander zich te laten schamen. Als aan de minister-president wordt gevraagd of hij van het weekend nog heeft geneukt, dan is de eigenlijke hoop van de journalist dat onze hoogste ambtenaar zich zichtbaar schaamt. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor die vraag – die in feite een commercieel doel dient (hoge kijkcijfers) –, het geldt ook voor het antwoord.

Je wordt kortom gedwongen weerbaar te worden. En weerbaar word je door zelf schaamteloos te zijn.

‘Of ik nog geneukt heb? Zeker, ik heb je moeder nog geneukt, maar ze bleek door jouw geboorte zo’n uitgescheurde kut te hebben dat ik nog met m’n keiharde pik gestuit ben op een dode foetus wat je tweelingbroertje bleek te wezen.’

Wat zou er zijn gebeurd als de minister-president dat zou hebben gezegd? Ik denk dat hij had moeten aftreden, maar de maatschappelijke discussie zou de journalist ook geen goed hebben gedaan.

Toch trekken we in een steeds sneller tempo op naar die vormen van schaamteloosheid. Het kan uit lijfsbehoud nauwelijks anders.

Welke auteurs en denkers hebben de meeste invloed? Zij die zich nergens meer voor schamen

Innerlijke beschaving loont niet meer. Dat komt doordat we in de neergang van onze cultuur leven. Om van onze woorden misbruik te maken, wordt steeds eenvoudiger. De onderlinge distantie die een beschaving typeert verengt; barbarij – ik zeg het nogmaals – biedt vele voordelen. De grote bek levert geld op.

Wie zijn er bekend op radio en tv? Zij met de grootste mond.

Welke auteurs en denkers hebben de meeste invloed? Zij die zich nergens meer voor schamen. Zachte krachten winnen niet, ze verliezen per definitie.

Wie zich niet naar voren dringt, blijft achter. Het minzame karakter is beperkt populair.

En toch.

Je hoeft er niet aan mee te doen. Je kunt afzien van een grote mond.

Je kunt je gewoon schamen. Je kunt je nederig opstellen. Je zult over het hoofd worden gezien, maar so what? Welk belang wil je dienen met je schaamteloosheid?

De laatste resten van onze cultuur zullen toch onherroepelijk worden vernield.

Wij Europeanen zijn de Grieken geworden; en zij, de anderen, zijn de Romeinen.

Kom, ik ga wat schelden en genieten van de decadentie; een goede teloorgang is mooier dan een zonsondergang.