Barbeel

‘Als u wat vangt’, zei ik tegen de man met de dikke buik die onderuitgezakt op een campingstoel aan het vissen was in de Waal, 'wat vangt u dan?’ Eerst zei hij niets, bekeek hij mij eens goed. Wie staat er nou weer naast mijn stoeltje? Is dat niet die vent die samen met twee andere venten interessant stond te doen en die, samen met een van die twee wel een half uur lang door een nogal ravissante fotografe gefotografeerd is, terwijl ze tegen de stam van de 'Bol van Varik’ leunden? Zijn vrouw en moeder zaten op identieke campingstoeltjes met hun rug naar hem toe. Ze deden een kruiswoordpuzzel. 'Brasem’, zei hij. En daarna zei hij heel lang niets. 'Maar ik wil eigenlijk een barbeel vangen.’
Een stukje verderop stond roodbont vee tot aan de knieën in het rivierwater, ik zag een oud schilderij van een oude Meester. 'Paling’, zei hij, 'dat zou ook wel fijn zijn.’
Dat maakte bij mij een herinnering los, die ik deelde met Willem van Toorn, dat mijn moeder vroeger paling bakte en dat veel mensen helemaal niet weten hoe ongelooflijk lekker gebakken paling is, omdat ze altijd maar gerookte paling eten. Dat maakte bij Willem een herinnering los aan een oom die op een bootje op de Waal voer en viste en ooit in Duitsland de allergrootste zalm ooit ving. Bij Kester Freriks kwam geen herinnering los, maar hij had dan ook de rol van interviewer. Willem en ik moesten iets zeggen over de rol van de natuur in ons werk en over wat we van het oude cultuurlandschap vinden en hoe het eigenlijk allemaal zou moeten in Nederland.
Binnenkort ga ik samen met 24 mensen die er natuursgewijs toe doen de nieuwste film van Digna Sinke over Tiengemeten zien en daarna discussiëren over natuurbehoud in dit land. Dat gaat me wat worden, bij de vorige Tiengemeten-films moest ik van melancholie altijd huilen, mede door de gortdroge commentaarstem van Sinke zelf. Maar dat geeft niet, huilen bij zo'n belangrijke bijeenkomst. Ik hoop dat iedereen gaat huilen. Misschien komt het dan nog goed in Nederland.