Barend & Barend

Barend & Barend

De Ghanees Abubakari Yakubu was veertien jaar toen hij een wedstrijd met zijn dorp tegen een ander dorp speelde. Yakubu had geen geld voor voetbalschoenen. Maar zelfs op blote voeten was hij een van de beteren. Op een dag waren er scouts uit Europa. Yakubu viel op. Een half jaar later zat de Afrikaan in Amsterdam, bij de jeugdopleiding van Ajax. Dat is de romantische versie in het boek Nframa zwarte ster van Lydia Rood. In werkelijkheid werd Yaku bu gescout tijdens een jeugdinterland met Ghana waarna hij werd uitgenodigd om bij Ajax te komen voetballen. In elk geval kwam Yakubu als kleine jongen naar Amsterdam.

Inmiddels is Yakubu twintig jaar en bezig aan zijn tweede profseizoen bij Ajax. Vorig jaar, onder trainer Hans Wes terhof, maakte de Ghanees zijn debuut. In de uitwedstrijd tegen Feyenoord speelde hij de tweede helft rechtshalf in plaats van Aron Winter. Winter ging rechtsback spelen en Yakubu groeide uit tot de beste speler van Ajax. Na afloop van die wedstrijd stond hij in het Nederlands de pers te woord. Dolgelukkig, vooral voor zijn familie in Ghana. Bescheiden nam hij de complimenten in ontvangst.

Afgelopen weekend verving Yakubu centraal achterin Cristian Chivu. De Roemeen is bij Ajax inmiddels uitgegroeid tot een van de betere spelers. Vorig week brak hij zijn contract open en sprak daarmee de intentie uit nog wel even in Amsterdam te willen blijven. Maar de hete adem van Yakubu kan hij in zijn nek voelen. De Ghanees is dan misschien nog lang niet van het ster kaliber van Chivu, wordt in de stad nog niet herkend en verdient nog niet de miljoenen die Chivu verdient, maar dat betekent niet dat Yakubu genoegen neemt met een plaats op de bank. Zelfverzekerd stond hij de pers te woord. «Iedereen heeft het over het duo Pasanen-Chivu. Maar als ik zo blijf spelen, moet Chivu zich eerst maar weer eens terugspelen in de basis», zei Yakubu trots.

Slechts een keer kwam weer die bescheiden, lieve blik in zijn ogen; op de vraag of zijn ouders hem al eens in Nederland hebben zien spelen. «Nee», antwoordde hij als kleine jongen, «voorlopig moeten zij het nog doen met videobanden.»