Sport

Barney

Je hoort wel eens een sporter, of een trainer, na een wedstrijd zeggen: ‘Ja, we waren fysiek veel sterker dan zij, maar mentaal zat het bij ons niet goed. Daarom hebben we verloren: het zat tussen de oren. Maar daar gaan we aan werken.’

Dan denk je: hallo, stel je niet aan. Doe niet zo dik. Wat een praatjes, over dat fysiek en mentaal. Gewoon beter je best doen. Maar er zit wel iets in, er zit heel veel in in ‘t geval van Raymond van Barneveld.

Als het Wesley Sneijder is die na Ajax-NEC wijst op de psychische tekortkomingen van zijn ploeg als oorzaak van de slechte prestatie, dan overschat hij het belang van de mentale kracht en souplesse wellicht. In de sport van Barney is dat belang reusachtig. Darten is een topsport, gefundeerd op geestelijke strijd. Er wordt op het scherpst van de snede een bikkelhard mentaal gevecht geleverd.

‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’ heet het altijd. Darten bewijst dat je met alleen een gezonde geest ook een heel eind kunt komen. Eerst stonden ze aan de tap, nu staan ze aan de top. De mannen zijn nog steeds hetzelfde: mannen met puilende buiken en hangende wangen. Maar hun sport is veranderd. En het beeld van die sport. De meningen lopen uiteen. Voor de een is het een overschat tijdverdrijf voor in de kroeg, voor de ander is het topsport.

Wie heeft gezien hoe Raymond van Barneveld in Purfleet wereldkampioen darten werd, kan niet meer met droge ogen beweren dat daar geen topsport werd bedreven. Een bloedstollende finale. Van Barneveld kwam eerst met 3-0 in sets achter. Dat is ernstig in een wedstrijd die gaat om zes gewonnen sets. Maar toen kwam de ommekeer. Barney hield zijn concentratie intact en troefde zijn tegenstander af, en snoefde hem af. Hij heerste, met name mentaal. En gooide zijn pijltjes waar hij ze hebben wilde.

Stel je voor: je kunt uit, en winnen, door veertig te gooien. Je hebt drie pijlen voor die ene dubbel-twintig. Wat doe je dan? Negen van de tien mensen gooien mis: de spanning. Barney gooit niet mis: de rust.

Stel je voor: je moet 170 gooien om de leg, en de set, te winnen. Dat kan maar op één manier, en dat lukt zelden. Als je dat op het beslissende moment moet doen, voor een publiek van honderden niet-landgenoten, en van miljoenen tv-kijkers, en je hebt alleen jezelf, en je klamme handen, en die drie verdomde rotpijltjes, wat doe je dan? Wat gebeurt er dan? Wie is de baas? Wat is de baas? De spanning? De rust? Je hebt ze allebei in je, maar waar kun je ze vinden?

Daal af in jezelf. Zoek je rustplek, laat je leiden door de ontspanning die ergens in jou, hoe diep verborgen ook, bestaat. Je moet alles loslaten, laten gaan, go with the flow, laat het maar gebeuren…

Zou Raymond van Barneveld zoiets doen op dat moment suprème? Is hij een koele kikker of speelt hij een koele kikker? Hoe het ook zij, hij boezemt zijn tegenstander zoveel angst in dat diens knieën knikken.

Het is een mentaal gevecht zonder weerga. Het gaat om concentratie, niet alleen van de geest, maar ook als samenballing van alle spierkracht in die ene hand, van alle gevoel, alle precisie in die ene worp. Oog-hand-coördinatie. Darten is schaken, maar dan erger. Het is een sur-place bij het baanwielrennen, maar dan erger. Het is aftroeven van de tegenstander, oog in oog met hem, open en bloot, in een bedompte arena vol rook en transpiratie, verschaald bier en gillende keukenmeiden: zie daar je concentratie maar eens heel te houden. Barney houdt zijn concentratie altijd heel.

Opmerkelijk aan Barney, of juist niet, is de ongelooflijke professionaliteit waarmee hij zijn sport, zijn vak beoefent. Een paar jaar geleden, toen de dartsport begon aan zijn opmars, en met hulp van de televisie commerciëler en dus professioneler werd, zette ook Raymond van Barneveld de eerste voorzichtige stappen op het pad van de professionalisering. Hij creëerde een team van begeleiders om zich heen, geheel naar eigen keuze, die hem perfect voorbereiden op de wedstrijden. Dat zijn vooral mensen van de afdeling geestelijk welzijn: mental coaches en psychologen.

De carrière van Barney laat prachtig zien hoe hij zich heeft ontwikkeld van een niet-zelfverzekerde topper tot een mentaal beresterke, psychisch uitgebalanceerde en dus schier onverslaanbare wereldkampioen. Hij was in het begin van zijn loopbaan nog bleu, wist niet goed waar hij met zichzelf naartoe moest. Zie hem nu eens: de rust zelve. Goed gebekt, kundig en slim manoeuvrerend door de onzekere krochten van de wereldfaam en alle hindernissen die daarbij horen. Knipoogje hier, aardig woordje daar, ik bel je zo terug, ik ook van jou, morgen mailen, bedankt ouwe – Barney weet hoe het moet, en doet het.

Na de bloedstollende wedstrijd keek hij kalm als een zen-meester in de camera en zei: ‘Dat boek kun je niet schrijven.’ Zo was het.