Barsten in het masker

De oosterse Generatie Nix heeft eerder last van een teveel aan werk dan een gebrek. Maar als ze ‘out droppen’ doen ze dat radicaal. De nieuwe Aziatische cinema brengt ze in beeld. Leven tussen Confucius en de mobiele telefoon. Vive l'amour is op 2 maart uitgebracht in de grote steden. Chungking Express verschijnt dit najaar in de bioscopen.
DE NIEUWE LICHTING Aziatische films - voor het merendeel uit Taiwan - heeft barokke kostuumdrama’s als Farewell to my Concubine verdrongen; hier gaat het om het alledaagse leven in Taipei en Hong Kong. Doorgewinterde filmveteranen haalden opgelucht adem: eindelijk een frisse wind. De gelauwerde filmmakers bestuderen met of zonder vormexperimenten de levens van jonge Aziaten op het kruispunt van eeuwenoude tradities en moderne westerse invloeden, onder druk van oververhitte economieen en nationale identiteitscrises.

In de Aziatische metropolen zijn de werkloosheidscijfers het laagst van de hele wereld. Maar dat heeft zijn keerzijde: families vallen uit elkaar door studie en werk, de opvoeding van de kinderen bestaat vooral uit ‘afhaal-Chinees’. Kinderen wordt ingeprent dat ze de beste van de klas moeten zijn - een universitaire graad garandeert immers een riante baan en het kroost kan zo de eer van de familie hooghouden. Onder deze enorme druk blijft er voor jongeren weinig tijd over om zichzelf en andere mensen te leren kennen. De westerse jongerenrebellie in de vorm van leren jasjes, drugs en harde muziek is voor de gemiddelde jongere in Taipei of Hong Kong een ondenkbare luxe.
In de onlangs uitgebrachte film Vive l'amour van de Taiwanese regisseur Tsai Ming-Liang - goed voor een Gouden Leeuw in Venetie - en het later dit jaar te verschijnen Chungking Express van Wong Kar-Wai uit Hong Kong zoeken jonge personages naar de menselijke warmte die is bezweken onder het juk van de prestatiedwang. A Confucian Confusion - van de Taiwanese regisseur Edward Yang, evenals de andere twee films te zien tijdens het Rotterdams filmfestival - legt speciaal voor de westerse bioscoopbezoeker uit hoe de Chinese ziel in elkaar steekt.
A Confucian Confusion begint met een opgestoken vingertje in rode letters: 'Als u meent dat de Chinezen in deze film niet overeenkomen met wat u dacht, dan bewijst dat hoe weinig u eigenlijk weet van de Chinezen.’ Yang laat in zijn lichte komedie talrijke jongeren hardop filosoferen over hun Chinese identiteit en het onlosmakelijk daarmee verbonden confucianisme. Hij is gefascineerd door het neoconfucianisme, een politiek instrument waarmee de conservatieve krachten van de 'Aziatische Tijgers’ (Hong Kong, Taipei, Singapore, Zuid-Korea) schermen wanneer westerlingen kritiek leveren op de naleving van de mensenrechten in die landen: cultuurverschillen als rookgordijn.
Volgens Yang is deze oude filosofie diepgeworteld in de huidige Taiwanese maatschappij. Het confucianisme is zo'n tweeduizend jaar geleden ontwikkeld door de Chinese wijsgeer die de decadente chaos van de toenmalige regering wilde bestrijden met de normen en waarden van oudere, meer succesvolle dynastieen. Voor Confucius ligt het fundament van de maatschappij in het gedisciplineerde individu en zijn gedisciplineerde familie. Alles draait om het welzijn van het collectief; opstandigheid en individualiteit worden als grote boosdoeners gezien.
A Confucian Confusion gaat over een dozijn jonge Taiwanezen die hun eerste stappen zetten in het tumultueuze bedrijfsleven van Taipei. Voor persoonlijke relaties is weinig plaats; des te meer voor intriges, hypocrisie en verborgen agenda’s. De jongeren worden geconfronteerd met enerzijds de tradities van hun ouders - bijvoorbeeld in de vorm van een gedwongen huwelijk dat twee machtige zakenfamilies met elkaar moet verbinden - en anderzijds westerse opvattingen over bijvoorbeeld democratie. De jonge generatie van Taipei heeft iets meer vrijheid om gehoor te geven aan hun eigen stem dan de vorige, maar ook hun wereld wordt met ijzeren hand geregeerd door de New Taiwan Dollar.
De ferventste Confucius-aanhangers van de film zijn tevens elkaars tegenpolen. Een sluwe yup gebruikt zijn wijsheid voor strategische doeleinden ('Kwets niemand, en zorg altijd voor rugdekking’), terwijl een eens succesvolle auteur van flutromannetjes in alle eenzaamheid ongelezen beschouwingen schrijft over Confucius. In een van zijn manuscripten, A Confucian Confusion, beschrijft hij een bezoek van de oude wijsgeer aan het hedendaagse Taipei, en deze is hooglijk verbaasd dat zijn ideeen nog steeds springlevend zijn. Zijn oproep tot conformisme, in Amerikaanse psychobabble vertaald als 'go with the flow’, wordt echter geinterpreteerd als een vrijbrief voor opportunisme.
De persmap van A Confucian Confusion bevat een lang betoog van Yang over de verwarde staat waarin zijn personages verkeren: tussen traditie en moderniteit, tussen Oost en West. Hij legt uit dat het in de Chinese maatschappij van cruciaal belang is om in de omgang met anderen een masker te dragen, aangezien gezichtsverlies de grootst denkbare schande is. Dat masker gaat ten koste van persoonlijke intimiteit: 'Sinds onze kinderjaren werd ons verteld wat we moesten doen. Iedere neiging tot individuele verbeelding en creativiteit stuitte op zo'n weerstand dat we allemaal leerden om een masker te ontwikkelen. Door onze gedachten voor onszelf te houden konden we er nooit van verdacht worden anders dan de anderen te zijn. Tegelijkertijd kwamen we erachter dat iedereen zich achter een masker verschool, zodat we weinig kans kregen om vertrouwen in elkaar te krijgen.’
Yang noemt dit 'tweeduizend jaar oude surveillancemechanisme in de naam van Confucius’ een hindernis die een cultuur belet haar verleden en heden te evalueren en lijnen naar de toekomst uit te zetten. 'Zonder de stimulering van persoonlijke creativiteit kan de mensheid nooit gerustgesteld worden door kunst, die nu slechts de legitimiteit van een centrale autoriteit bevestigt. (…) Daarom zijn politieke propaganda en kunst nooit echt duidelijk gescheiden geweest in onze cultuur.’
EDWARD YANG IS NIET de enige filmmaker die de emotionele onderontwikkeling van zijn jonge landgenoten aan de kaak stelt. Tsai Ming-Liang heeft er zelfs twee films aan gewijd, Rebels of the Neon God en Vive l'amour. Zijn personages hebben zo hard aan hun masker gewerkt dat ze een tragisch wederzijds wantrouwen hebben ontwikkeld. Seks is voor hen vaak geen uitdrukking van liefde, maar een middel om bevestiging of bevrediging te krijgen. Weinig jongeren hebben trouwens tijd voor een volwaardige relatie, daarvoor moeten ze te hard werken en studeren. Echte liefde kan bovendien leeftijds-, klasse- en seksverschillen overwinnen, en daar is de familie, en dus de maatschappij, niet bij gebaat.
De drie personages in Tsai Ming-Liangs Vive l'amour worden heen en weer geslingerd tussen de verleiding van het vrijblijvende tussendoortje en hun zoektocht naar menselijke warmte. In Rebels of the Neon God werd een jonge schoolverlater nog door zijn traditionele vader uit huis gezet omdat hij de familie te schande had gemaakt, maar in Vive l'amour heeft niemand nog familie, vrienden of andere sociale relaties. De film speelt zich af in een van de vele leegstaande luxe-appartementen van Taipei, waar druk wordt gespeculeerd met onroerend goed.
Zowel in Rebels of the Neon God als Vive l'amour toont Tsai Ming-Liang contactgestoorde eenlingen die rondzwerven in barretjes, bioscopen en hotelkamers. Ze zijn op zoek naar liefde, ze hebben die zoektocht al opgegeven of ze weten nog niet waarnaar ze op zoek zijn. Tsai Ming-Liang was eind februari te gast op het filmfestival van Rotterdam, en vertelde daar over zijn werk voor de Taiwanese televisie en zijn twee speelfilms: 'Mijn films zijn bedoeld voor Taiwanese intellectuelen en niet voor de massa. Ik wil ze een spiegel voorhouden door films te maken over het hedendaagse Taipei. Ik wil hun gevoelens tonen omdat die raakvlakken hebben met mijn eigen emoties. Daarom ben ik zo verbaasd dat Vive l'amour een internationaal succes is geworden.’
Het hedendaagse Taiwan likt nog steeds de wonden van de Japanse overheersing tot 1945 en de wankele verhoudingen met de Volksrepubliek China. Pas in 1987 werd in Taiwan de naoorlogse noodtoestand opgeheven en de regering van de Kuomintang-partij kreeg pas in 1991 concurrentie na de eerste democratische verkiezingen. De politieke spanning is om te snijden; er wordt letterlijk en figuurlijk gevochten in het parlement. Tegelijkertijd groeit de economie op een manier waarvan de 'verloren generatie’ jongeren in het Westen alleen maar kan dromen. Werkloosheid bestaat praktisch niet in Taiwan. Niettemin bevinden de Taiwanezen zich in een identiteitscrisis. Ze zijn niet meer Japans, ze zijn niet communistisch, maar in hoeverre zijn ze dan toch nog Chinees? Het antwoord ligt verscholen in hun voorliefde voor duizenden jaren oude religies en bijgeloof, door de maoistische overbuurman bij het vuil gezet, maar in Taiwan springlevend.
Tsai Ming-Liang: 'De opkomst van religie is een nieuw verschijnsel in onze maatschappij. Veel mensen zijn moe van de jacht op materiele rijkdom en zoeken steun in het boeddhisme, het taoisme, voorouderverering of een combinatie van die drie. Daar zijn we heel soepel in. Het is heel normaal om een Boeddha-beeld in een taoistische tempel te vinden. Toch zijn er bijna geen mensen die bewust de maatschappij verlaten, op wat bejaarden en intellectuelen na die liever op het platteland wonen. Jeugdige dropouts bestaan niet in Taiwan. Jongeren kunnen maar aan een ding denken: hoe te overleven in deze veeleisende maatschappij? De straatverkoper in Vive l'amour heeft zijn eigen manier gevonden om aan de druk te ontkomen. Hij verkoopt zelfgeimporteerde kleding op straat zodat hij geen belasting hoeft te betalen. Hoewel hij altijd alert moet zijn voor de politie, is het toch een makkelijke manier om geld te verdienen.’
DE FILMER ZIET ondanks de turbulente economische en sociale ontwikkelingen voorlopig geen aantasting van de confucianistische normen en waarden: 'Daarvoor zijn de wortels van het confucianisme in de Chinese maatschappij veel te diep. Zo diep dat ze praktisch onzichtbaar zijn. Wel is het gezinsleven nogal veranderd onder de economische druk. Jonge mensen gaan steeds meer op hun eentje wonen in plaats van bij hun familie. Gezinnen vallen uiteen omdat de leden voor hun werk of studie moeten verhuizen. Heel veel vrouwen werken buitenshuis, zodat ze geen tijd meer hebben om te koken. De eethuisjes en snackbars schieten als paddestoelen uit de grond. Zelfs op vrije dagen wordt niet meer gekookt.’ Wie de eveneens Taiwanese film Eat Drink Man Woman heeft gezien - over een chef-kok die via zijn kookkunst met zijn volwassen dochters communiceert - weet hoeveel belang de gemiddelde Chinese familie hecht aan koken en eten.
Niet alle jongeren in Taipei kunnen het zich veroorloven om hun eigen weg te kiezen zoals de straatverkoper, en dus zijn het er niet zoveel die dat proberen. Maar als ze eenmaal in opstand komen, gebeurt dat op zeer extreme wijze. Tsai Ming-Liang: 'Naast de middelbare school volgt iedereen bijlessen voor het toelatingsexamen van de universiteit. Ik ontdekte Lee Shang-Keng, de hoofdrolspeler van mijn twee films, in een gokhal. Hij was al van school af, maar probeerde nog steeds dat toelatingsexamen te halen. Sommige jongeren plegen zelfmoord als het niet lukt, omdat dat gezichtsverlies voor de familie betekent. Hoewel bijna alle jongeren worden gedwongen om succesvol te zijn, is er slechts een klein deel dat in opstand komt. Maar als die rebellie eenmaal aan de oppervlakte komt, is dat vaak in een heel heftige vorm, zoals zelfmoord of joy riding, waarmee ze expres verkeersongelukken veroorzaken.’
Vive l'amour is een van de films uit de Aziatische new wave die overal ter wereld als meesterwerk wordt omschreven. Minstens even enthousiast is men over Chungking Express van de Hongkongse regisseur Wong Kar-Wai, die in 1991 al internationale waardering kreeg voor The Days of Being Wild, een portret van een groep jongeren in het Hong Kong van de jaren zestig. In tegenstelling tot de Taiwanese cinema, die al zo'n vier jaar garant staat voor artistieke kwaliteit, bestaan de Hongkongse films bijna geheel uit entertainment in het vecht-, horror- en pornogenre. Het publiek in Hong Kong wil in de schaarse vrije tijd worden vermaakt. Terwijl The Days of Being Wild door westerse critici is gelauwerd, kreeg de film op eigen bodem een koele ontvangst: te moeilijk, te duur en te lang. Dat Wong Kar- Wai in 1994 toch weer met een niet commerciele film kwam, is dan ook opmerkelijk.
Chungking Express spreekt op geheel eigen wijze de MTV-generatie van de jaren negentig aan. Regisseur Wong Kar-Wai laat zijn handheld-camera meedeinen met de door Esprit aangeklede en beeldschone acteurs die zich door drukke winkelcentra spoeden. Het scenario getuigt van een origineel gevoel voor humor en een grote rol is weggelegd voor de soundtrack, met name voor het nummer 'California Dreaming’ van The Mamas and The Papas. Hoewel de film uiterst modern en soms zelfs vernieuwend is vormgegeven, bestaat Chungking Express in feite uit romantische liefdesverhalen, totaal gespeend van cynisme. Twee alleenstaande politieagenten, nr. 223 en nr. 633, proberen hun liefdesverdriet te overwinnen en een nieuwe inhoud aan hun leven te geven.
Regisseur Wong Kar-Wai laat voor Chinese begrippen uiterst onafhankelijke jongeren zien: ze wonen alleen, buiten het gebruikelijke familieverband. Vooral de eigenwijze snackbarmedewerkster May met haar korte haar en korte T-shirtjes valt totaal buiten het confuciaanse ideaalbeeld van een jonge vrouw. De personages in Chungking Express leven als westerse individualisten, een levenswijze die niet past binnen de Chinese tradities.
Die zelfstandigheid heeft te maken met de op handen zijnde overdracht van Hong Kong aan de Volksrepubliek in 1997. De inwoners van Hong Kong zijn al jaren bezig keihard te werken, zodat ze in de onzekere toekomst terug kunnen vallen op een stapel geld. Agent nr. 633 koopt aan het einde van de film de snackbar van de eigenaar, die in de karaoke-business is gegaan. Het is immers zinloos om ambtenaar te zijn in een stad die over een paar jaar van bestuur zal veranderen.
VOOR DE GEMIDDELDE jonge Aziaat zit er voorlopig niets anders op dan hard studeren en het vinden van een baan met bijbehorend visitekaartje, beeper en draagbare telefoon. Dat zijn niet alleen voor het werk onmisbare apparaten, ook de kring van familie en vrienden - dat ijzersterke confucianistische vangnet waarin men meer vertrouwen heeft dan in regeringen - is met deze communicatietechnologie nog strakker aan te trekken. Buiten de zakelijke context heeft het geven van je beeper-nummer aan iemand van het andere geslacht vaak amoureuze implicaties. Alle personages in A Confucian Confusion zijn gewapend met de modernste telecommunicatieapparaatjes. De vrouwelijke makelaar uit Vive l'amour verzet geen stap zonder haar mobiele telefoon, zodat ze zelfs tijdens het eten of slapen bereikbaar blijft. Agent nr. 223 leeft bij de gratie van zijn beeper.
Het leven van de jongeren in Hong Kong en Taipei wordt beheerst door identiteitscrises, gebrek aan vrije tijd en opgelegde prestatiedrang. Hong Kong kent de hoogste onroerend-goedprijs ter wereld, dus voor hun eigen flatje moeten jongeren keihard werken. Ze kennen een luxe die hun westerse leeftijdgenoten wellicht nooit meer zullen meemaken: een overvloed aan werkgelegenheid. De Aziatische metropolen bruisen van de ondernemingsdrift. Hun kracht ligt allang niet meer in de produktie van goedkope prullen ('Made in Taiwan’), maar in een hoger opgeleide generatie die is klaargestoomd voor de dienstensector en de hogere rangen in het bedrijfsleven. Het fabriekswerk wordt nu overgelaten aan jongere tijgertjes als Indonesie en de Volksrepubliek China. Hoewel de politieke toekomst van Hong Kong en Taipei voorlopig nog onzeker blijft, kunnen de jongeren de komende paar jaar in ieder geval op een zekere financiele stabiliteit rekenen. A Confucian Confusion, Vive l'amour en Chungking Express tonen de eerste haarfijne barstjes in de neoconfucianistische wereld. De maskers van de jongere generatie beginnen barstjes te vertonen.