De Groene en IDFA: films die tot denken aanzetten

Barsten in het paradijs

De Groene Amsterdammer heeft samen met IDFA zes documentaires geselecteerd. Tezamen vertellen ze het verhaal over het oude continent Europa dat worstelt met recente problemen. Het is in de ogen van vluchtelingen nog steeds een paradijs, waar veiligheid, vrijheid en geluk te vinden zijn. Maar in politiek en economisch opzicht is het een paradijs dat barsten vertoont.

‘Het leven was onder controle, het was kalm’, zegt de Griekse kustwachtkapitein Kyriakos tijdens een maaltijd met zijn maten in een café op Lesbos. Hij blikt terug op een tijd waarvan hij zich niet kan voorstellen dat die ooit nog terugkomt. Zomers stroomden toeristen naar het paradijselijke eiland, iedereen verdiende er een goede boterham aan en na het vakantieseizoen keerde de rust terug. De kustwachters tuurden door hun verrekijkers naar plezierjachten of loodsten vissersboten naar de haven. Nu rukt hij met tien collega’s elk uur van de dag uit om kinderen, vrouwen en mannen in reddingvesten uit zee op te vissen. In 2001 arriveerde de eerste groep van twintig Afghanen, in 2015 staken ruim zeshonderdduizend vluchtelingen vanuit Turkije over naar Europa, van wie zo’n tien procent in de golven verdronk.

De uitspraak van deze Griekse held, vastgelegd op 28 november 2015 in de documentaire 4.1 Miles, krijgt in de context van de coronacrisis een andere lading. Het gecontroleerde leven van gisteren is er voor iedereen niet meer, wat normaal was lijkt nu ver weg. De EU zit op slot. De burgers van de lidstaten stuiten op ouderwetse binnengrenzen en voor vluchtelingen is Fort Europa nog onbereikbaarder geworden. We worden niet geconfronteerd met de beelden van dobberende drenkelingen op de Middellandse Zee die Kyriakos in het dramatische jaar van Wir schaffen das op het dek van zijn boot hees. Maar de problemen van toen zijn niet verdwenen. Door de stilstand ligt alles nu onder een vergrootglas.

Naar welk Europa trekken de vluchtelingen? Is de EU een gemeenschappelijke markt? Of een gemeenschap van waarden die alle lidstaten hebben onderschreven: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten? De unie wil formeel een vreedzame samenleving zijn waar tolerantie, rechtvaardigheid en solidariteit heersen. Maar dat democratische pact vertoont al langer scheuren.

Intern is er een groot contrast tussen de noordelijke en zuidelijke landen, zowel in levensstijl als in opvattingen over de staatsfinanciën en het aflossen van schulden. De coronacrisis heeft het Europese debat over economische solidariteit op scherp gezet; de rijke noordelijke leden zijn als de dood dat de EU een transferunie wordt, waarbij hun geld in de bodemloze put van het zuiden verdwijnt. Waarbij ze maar al te graag vergeten dat ze met hun export van de zuidelijke landen profiteren, en dat bijvoorbeeld grote Italiaanse bedrijven in eigen land belasting ontwijken dankzij Nederlandse brievenbussen en slimme belastingconstructies die op de Zuidas worden bedacht.

Europa worstelt bovendien met haar migratiebeleid – en mede daardoor ook met zichzelf. Niet iedere lidstaat is even gelukkig met het vrije verkeer van personen en goederen, in 1985 vastgelegd in het Akkoord van Schengen, met de chaotisch verlopen Brexit tot gevolg. Door het hele continent trekt een golf van rechtspopulisme dat bol staat van nationalistische sentimenten en met name in Oost-Europa leidt dat tot antirechtstatelijke maatregelen.

Als straks alles weer in beweging komt, zal de eenheid in de EU verder onder druk komen te staan. De wereld, en dus ook Europa, zal getroffen worden door een ongekende economische crisis. De vraag is hoe de pijn daarvan rechtvaardig kan worden verdeeld. Tussen Noord- en Zuid-Europa, maar ook tussen arm en rijk in alle afzonderlijke lidstaten, tussen de gelukkigen met een vaste baan en het leger van kwetsbaren met tijdelijke contracten. De problemen die al vóór corona bestonden, zullen ná corona nog harder opspelen.

Zo ook het vluchtelingenprobleem. Kunnen de nationale staten en ‘Brussel’ de opvang van vluchtelingen nog wel betalen? Zijn er voor hen wel banen, nu er massale werkloosheid dreigt? En hoe zit het met onze tolerantie en solidariteit? Zoveel onzekerheid dwingt tot reflectie. Een aanzet daartoe zijn zes indrukwekkende documentaires – waaronder 4.1 Miles – die De Groene Amsterdammer samen met IDFA heeft geselecteerd voor de Dag van Europa. Tezamen geven die een gelaagde impressie van Europa voordat de coronacrisis uitbrak. Ze vertellen het verhaal van de aantrekkingskracht van de EU op migranten, van de reactie van Europeanen op de komst van al die ‘vreemdelingen’, van het rechtspopulisme dat gedijt op vreemdelingenhaat, en van de keerzijden van het consumptieparadijs dat Europa is geworden.

Wat de verwachtingen van migranten zijn, laat het provocatieve filmische essay Stranger in Paradise (2016) zien. Zij komen voor vrijheid, veiligheid en werk. Voor een betere toekomst. Regisseur en scenarist Guido Hendrikx schudt hen wakker door hun verschillende visies op hun komst voor te schotelen van de ontvangende zijde. Dat doet hij via een opmerkelijk filmisch concept. Hendrikx ontvangt drie keer een wisselende groep migranten in een klaslokaal, waarbij de Vlaamse acteur Valentijn Dhaenens optreedt als de afstandelijk docerende leraar. Met een krijtje schrijft hij de begrippen uit zijn les op een schoolbord.

De eerste groep benadert hij puur cijfermatig: wat één migrant de samenleving kost – zo’n twintigduizend euro per persoon per jaar – maal het aantal dat binnenstroomt. Het loopt al gauw in de miljoenen. En daar staat, legt ‘de docent’ zijn ‘leerlingen’ uit, weinig tegenover: meer dan de helft zal nooit een baan vinden. Ze luisteren onthutst, met glazige ogen, als hij hen uit de droom helpt dat Europa een paradijs is. Keihard smijt hij ze in het gezicht: ‘We willen jullie niet. Wir schaffen das nicht.’

Bij de tweede groep brengt hij juist morele argumenten in het geweer: hij is vol empathie en prijst hen als moedige, vindingrijke mensen waar Europa op zit te wachten. Maar bij de derde groep sneuvelen alsnog de illusies: hij treedt op als vertegenwoordiger van de Nederlandse asielprocedure waarbij het grootste deel alsnog afvalt. Deze aanpak is ook voor de kijker confronterend: je raakt ontgoocheld door de harde werkelijkheid. De film laat ook zien dat het asielbeleid per definitie gaat over de beoordeling van individuele levens en niet over categorieën gelukszoekers.

Tussen welkom en wegwezen zitten vele perspectieven. Daarom is The Border Fence (2018) ook zo verrassend. In 2016 vreest de Oostenrijkse regering dat met het afsluiten van de Balkanroute de vluchtelingen vanuit Italië massaal door de Brennerpas zullen trekken om neer te strijken in het lieflijke Tirol. Om zich daar goed op voor te bereiden wordt besloten tot het plaatsen van kilometerslange hekken. Je ziet twee jagers door een verrekijker staren om te zien of er al vreemdelingen in zicht zijn. Een huisvrouw staat in haar kraakheldere keuken te koken voor een groep ingehuurde gastarbeiders uit Afrika. Ze gaat naar de bouwkeet en serveert de pan dampende soep met couscous – het is een goeiig gebaar.

Terwijl de bouwactiviteiten vorderen, komen de lokale bewoners aan het woord. Politieagenten, wandelaars, boeren, tolheffers, café-eigenaars – iedereen heeft er zo zijn eigen ideeën over. Het zijn vaak genuanceerde, vertwijfelde gedachten over het Europese migratiebeleid en wat de komst van zo veel nieuwe mensen met een andere culturele achtergrond zal betekenen voor een van tradities doortrokken gemeenschap. Ze voelen vrijwel allemaal empathie voor de vluchtelingen, maar vragen zich ook af hoe Europa een oplossing kan bieden. Je snapt hun standpunt en je betrapt jezelf op een clichébeeld van conservatieve bergbewoners.

Veel migranten in de drie klassen van Guido Hendrikx geven desgevraagd aan dat ze als bestemming de voorkeur geven aan de noordelijke landen. Over Nederland en Duitsland hebben ze gehoord dat de mensen aardig zijn, de staat gul is, en er veel werk op hen ligt te wachten. Ze zullen zich snel aanpassen, denken ze. Maar stel nou dat ze in Griekenland blijven hangen? Daarover gaat de ijzingwekkende film Golden Dawn Girls uit 2017, waarin de Noorse documentairemaker Havard Bustnes drie vrouwen volgt die dichtbij de kopstukken van de Griekse extreem-rechtse partij Gouden Dageraad staan: de dochter van de partijleider en de echtgenote en moeder van twee partijleden. De in 1993 opgerichte partij, die in haar leuzen en met haar logo opzichtig met het nazisme flirt, wordt in 2015 over de rug van de vluchtelingencrisis de derde partij van Griekenland, met bijna 1,8 miljoen stemmen. De vrouwen hebben de touwtjes in handen, nu de partij als criminele organisatie is bestempeld en de kopstukken in de gevangenis zitten. De strafrechtelijke vervolging heeft hun haat jegens het politieke establishment, de EU en vreemdelingen alleen maar aangewakkerd.

Of stel dat de migranten uit Stranger in Paradise in Zweden zouden belanden, een land dat van oudsher een sterke verzorgingsstaat heeft en een ruimhartig asielbeleid voert. De cultuurshock kan voor hen haast niet groter zijn. The Swedish Theory of Love (2015) toont de schaduwkanten van het sociaaldemocratische paradijs waarin iedereen gelijk is in de kansen op welvaart en het streven naar individuele autonomie.

De film zoomt in op de keerzijde van het ideaal van autonomie. De beschikbare keuze voor alleenstaand moederschap heeft geleid tot een hoos aan zwangerschappen door zelfinseminatie van anonieme spermadonoren, waarbij commerciële spermabanken in het gat in de markt zijn gesprongen. De tol van autonomie voor ouderen is een ware eenzaamheidsepidemie, en geen land kent zoveel vergeten gestorvenen als Zweden. The Swedish Theory of Love voert de kijker langs vreugdeloze woonkazernes waarin de alleenstaanden – geen land heeft er zoveel – in klinisch ingerichte appartementen wonen. De film zet je aan het denken over wat de grens is van het najagen van veiligheid, en waar het ideaal van autonomie overgaat in een vreugdeloos dictaat.

De donkere kanten van het Europese paradijs komen ook aan de orde in Four Horseman. De film toont een wereld die al decennialang uit balans is; op metaniveau wordt de ongelijkheid in kansen uiteengerafeld. De stelling is dat het westerse, kapitalistische rijk is aanbeland in een fase van decadentie. Volgens een historische wetmatigheid is dat de laatste fase van elk groot rijk met een levensvatbaarheid van zes generaties, zo’n tweehonderdvijftig jaar. Analoog aan de bijbel wordt de vraag opgeworpen wie de vier ruiters zijn die deze apocalyps inluiden. Drieëntwintig van ‘s werelds belangrijkste denkers op dat moment – 2011 – laten hun licht hierop schijnen.

Ze wijzen op de toenemende kloof tussen arm en rijk. Op de ene na de andere paradox: terwijl het Westen lijdt aan overconsumptie en obesitas en een obsessie heeft met seks, leeft de andere helft van de wereld in honger en armoede. Banken mogen vanuit het niets geld creëren dat ze tegen rente uitlenen aan gewone burgers, die vervolgens hun hele leven gebukt gaan onder een schuldenlast. Ja, zeggen ze allemaal, zoals de verhoudingen in de wereld nu zijn, stevenen we af op een drama. Ze zijn niet zozeer tégen de vrije markteconomie, maar vinden dat er flinke ruk aan het stuur moet komen.

Deze verontrustende film werd gemaakt toen de creditcrisis in volle gang was en de reële economie meesleurde. Die zou pas vanaf 2018 weer opkrabbelen, totdat de coronacrisis uitbrak met opnieuw een recessie op komst. Is de pandemie een van de vier ruiters? Of biedt deze mondiale crisis kansen om het kapitalistische systeem intrinsiek te hervormen? Zodat we straks niet zoals Kyriakos terugkijken op een leven dat ooit kalm en onder controle was, maar nu onrustbarend turbulent is.


Bekijk de documentaires