Barstend pantser

Julie Johnston, Mij ‘n zorg. Uitgeverij Jenny de Jonge, 243 blz., f26,75
Eenvrouwsuitgeverij Jenny de Jonge heeft met haar bescheiden fonds al een aantal belangwekkende buitenlandse auteurs geintroduceerd - John Marsden, Jean Fritz, Kit Pearson - die nog niet echt een plaats hebben aan het internationale jeugdboekenfirmament, waar sterren als Aidan Chambers, Cynthia Voigt en Margaret Mahy schitteren. Met de Canadese Julie Johnston ontdekte ze een nieuw talent.

Mij ‘n zorg is een jongerenroman die speelt in de weinig opwekkende wereld van de kinderbescherming. De kreet uit de titel ligt de vertellende hoofdpersoon in de mond bestorven. Na vijftien jaar pleeggezinnen luidt Sara Moons levensmotto: 'Als je niet wilt dat ze je hart breken, moet je niet laten merken dat je er een hebt.’ Haar eigen moeder was niet in staat haar groot te brengen, de adoptiefouders kwamen om en daarna volgden de onmachtige opvoeders elkaar op. Wanneer het verhaal begint is Sara uitgegroeid tot een cynische adolescente die geleerd heeft onzichtbaar te worden en haar verleden uit te wissen.
Ze kan haast niet wachten tot ze zestien wordt, de leeftijd waarop ze wettelijk verlost zal zijn van goedwillende pleegouders, bemoeizieke sociaal werkers en andere 'menselijke wezens’ waar ze geen raad mee weet. Eindelijk zal dan het echte leven beginnen. Sara zal zover mogelijk naar het Noorden trekken, desnoods met een poolhond, en haar geld zal ze verdienen als nachtportier in een lijkenhuis.
Maar eerst heeft ze nog een half jaar te gaan, in een nieuw gezin op een grote schapenboerderij. Een echtpaar van het type 'geen woorden, maar daden’ heeft daar al twee andere gekneusde kinderen onder zijn hoe de, een agressieve, ernstig verknipte puber en een aanhankelijke kleuter.
In deze plattelandsgemeenschap waar de seizoenen het levensritme bepalen en waar iedereen traditiegetrouw met elkaar te maken heeft, ontstaan langzamerhand barsten in Sara’s zorgvuldig opgebouwde pantser. Tegen het onverstoorbare ouderpaar, de onbevangenheid van de jongste huisgenoot en de verliefde belangstelling van een jongen die zich van haar nukken niets aantrekt, is haar afweer uiteindelijk niet bestand. Met het toelaten van haar verleden, inclusief de ongekende moeder die na zestien jaar contact zoekt, nemen Sara’s heden en toekomst reelere proporties aan.
Julie Johnston is een moralist, verwant met iemand als Cynthia Voigt. Onvermoeibaar heeft ze het over het belang van relaties, niet via een betoog, maar door een kleine gemeenschap van springlevende, heel uiteenlopende mensen neer te zetten. Het bij dit onderwerp op de loer liggend melodrama weet ze buiten de deur te houden door de vorm. De enige plek waar Sara zich veilig voelt, is achter haar computer. Op kort aangebonden toon vertrouwt ze het apparaat haar gedachten en ervaringen toe: 'Verwacht niet dat je nu mijn hele levensverhaal te verstouwen krijgt, want ik ben het grootste gedeelte vergeten. En wat ik me ervan herinner, zou een dooie koe nog aan het geeuwen brengen.’ De lezer krijgt als het ware de uitdraai onder ogen: huivert bij de demonstraties van menselijk onvermogen en warmt zich tegelijkertijd aan de niet te onderdrukken levenskracht van een meisje op weg naar volwassenheid.