Opheffer

Bart

Ik begon mijn toespraak – Bart Tromp was 25 jaar bij Het Parool – destijds aldus:

‘Ik heb een rare verhouding met Bart.

Ik lees nu al zo’n 25 jaar zijn columns – en je kunt Bart nu nooit eens op een leugen betrappen, dat is één, en hij heeft altijd gelijk. Dat is twee. Dat zijn in feite precies de verkeerde eigenschappen van een columnist. Nooit eens liegen, en altijd de waarheid vertellen.

Nou is deze man behalve columnist, ook nog eens lid van de pvda. Dus stel je voor: je hebt een man die nooit liegt en altijd gelijk heeft en die is lid van de pvda… Wat doet zo’n man daar? Hij is daar ook niet echt op zijn plaats.

Nu heeft Bart gelukkig twee zwakheden. De eerste is: het Beginselprogramma. Dat de pvda geen beginselprogramma heeft, zit hem hoog. Dus wat heeft Bart gedaan? Die is er zijn proefschrift over gaan schrijven. Dat is een dik boek geworden van vijfhonderd pagina’s. In dit boek heeft iedereen ongelijk, behalve Bart. Iedereen liegt ook in dit boek. Behalve Bart. Het heeft geloof ik net niet de _Parool-_toptien gehaald, terwijl ik weet hoe corrupt die gemaakt wordt.

De tweede zwakheid van Bart is Opera…’

Ik hoop dat uit deze woorden blijkt dat ik Bart zeer mocht.

Je hebt van die mensen tegen wie je niet op kunt. Karel van het Reve was zo iemand, en Bart was ook zo’n exemplaar. Ik lees de laatste dagen veel artikelen over hem waarin de schrijver zegt dat hij het niet altijd eens was met Bart. Ik heb juist het omgekeerde: ik was het altijd met hem eens! Ik deed alleen vaak alsof ik het niet met hem eens was.

Het was een rare avond, die avond dat ik hem toesprak. Ik kon, toen ik met uitgever Jan Mets terug naar huis liep, niet vermoeden dat de volgende dag mijn leven zou veranderen, want Theo van Gogh zou toen worden vermoord.

Ik heb het genoegen gehad enige tijd bij Het Parool de column van Bart als eerste te mogen lezen. Het was in de jaren negentig. Ik moest hem ‘doorgeven’ aan de zetterij nadat ik hem had ‘gecorrigeerd’. Het kwam vaak voor dat ik zo opgewonden raakte door wat Bart schreef dat ik van enthousiasme na lezing meteen op de toets ‘zend’ drukte, waardoor de column meteen naar de drukker ging. De eindredactie was dan woedend, want ik had natuurlijk allerlei kleine tikfouten laten zitten.

Ik heb dat eerlijk aan Bart opgebiecht, waarna hij zei dat het toch eigenlijk zijn schuld was. Had hij de column maar foutloos moeten inleveren.

Uiteraard heb ik Bart ook regelmatig geïnterviewd. De laatste keer was dat over zijn boek over Karl Marx. Marx als denker en als schrijver is altijd onderschat geweest. Dat toonde hij mooi aan. Ik vond dat laatste boek van Bart geweldig, want het legde een verbinding tussen mijn eigen jeugd en het heden. Het was, door dat boek, niet erg meer om van Marx te houden.

Natuurlijk was het het tegendraadse wat mij in Bart aantrok. Dat bleek ook in de interviews. Er waren altijd anekdotes voorradig. Aan één vraag leek hij een hekel te hebben (en dus stelde ik die steeds) en dat was: ‘Waarom ben je nog steeds lid van de pvda?’

De ene keer antwoordde hij met een anekdote, de andere keer zei hij dat hij gewoon geen andere partij wist – nooit kreeg ik er een echt verhelderend antwoord op, maar dat hoefde ook niet. Ik begreep hem zo wel.

Bart was een sociaal-democraat die gelukt was. Ergens schrijft Marx dat de bedoeling van zijn werk was om ‘kritiek over de kritiek’ te geven. En dat was precies wat de houding was van Bart. Hij gaf kritiek over de kritiek. Hij was de man tegen wie je niet op kon, en naar wie je moest luisteren. Daar werd je dan vanzelf beter van.

Ik mis hem zeer nu hij dood is. Ik mis hem bij de krant. Ik mis hem als collega. Ik zou graag nog een keer zijn column ongecorrigeerd in de krant zetten.