Bart en arnon

Over pakweg veertig jaar is er geen Nederlander meer te vinden die weet wie Sonja Barend was, en de herkenningsmelodie van het NOS-Journaal zal even vertrouwd klinken als de lokroep van wijlen de dodo. Dat moet de trieste conclusie zijn van de enquête die de dienst voor Kijk- en Luisteronderzoek onlangs verrichtte naar het kijkgedrag van de Nederlandse tiener. Het onderzoek toonde aan wat velen al vreesden: bij ongewijzigd beleid is de publieke omroep gedoemd uit te sterven. Een kwart van de hedendaagse jeugd tussen de dertien en negentien jaar verklaarde zelfs nog nooit één enkele uitzending op Nederland 1, 2 of 3 te hebben gezien, althans niet bewust. Veronica, SBS6, RTL4 en The Music Factory bleken veruit favoriet. In de Top 100 van best bekeken programma’s bij de Nederlandse jeugd, bekleedde de Endemol-soap Goede Tijden, Slechte Tijden maar liefst de eerste tweeëntwintig plaatsen. Pas op nummer 38 prijkte een programma van de publieke omroepen, VARA’s Oppassen. Alleen bij de gratie van Studio Sport weet de publieke omroep incidenteel nog wat jongeren aan zich te binden.

Er lijkt kortom sprake van een uitzichtloze noodsituatie. In financieel opzicht deden voornoemde dramatische verschuivingen al van zich spreken. De Ster, het advertentiebedrijf van de publieke omroep, zag het marktaandeel verleden jaar met twaalf procent teruglopen tot dertig procent. Een inkomstenderving van ruim tweehonderd miljoen gulden in twee jaar tijd. Ster-directeur Andriaan Vinju, twee jaar geleden aangetreden, stapte begin maart jl. op, uit protest tegen het ‘kortzichtige beleid’ van de publieken. Vinju eiste namens de adverteerders meer programma’s voor jongeren en huisvrouwen, maar kreeg nul op het rekest. Namens Nederland 2 liet zendercoördinator Bob Breemer weten dat een serie als GTST 'net onder de norm’ van de gehanteerde kwaliteitsdrempel zit. De Avro, die dit jaar start met een grootscheeps mediaoffensief dat wil doen geloven dat men hier 'nieuwsgierig, betrokken, actief èn ondernemend’ is, stelde zelfs bewust te hebben gekozen voor een aanpak die het bevolkingssegment van onder de twintig links laat liggen. Zo wordt de bloem der natie zonder al te veel gewetensbezwaren op een presenteerblaadje aan het duo De Mol en Van den Ende uitgeleverd.
Om het eindtijdgevoel nog een verder duwtje in de rug te geven, is het een onderdeel van Veronica dat nu verzelfstandigd op de loop dreigt te gaan met de verdrukte kijkersjeugd. Het voornemen van Bart de Graaffs BNN om binnen het bestel een eigen jeugdomroep te starten, lijkt te gaan slagen. De Graaff, de Veronica-presentator die zijn faam vooral ontleent aan een groeistoornis, is al maanden bezig met een campagne om de politiek te bewegen zijn eigen trojaanse mediapaard binnen te halen. Zestigduizend leden heeft de aspirant-zendgemachtigde nodig, en die zijn sinds verleden week ruimschoots binnen. Marijn de Koning, woordvoerster Mediazaken namens de D66-kamerfractie, schaarde zich al ronduit achter het initiatief van BNN. 'Bart de Graaff kan als geen ander met zijn station de jongeren bedienen’, zo liet De Koning (voorheen bekend van het NOS-Journaal) weten. 'Ik vind dat Bart gelijk heeft dat er voor jongeren tussen de 13 en 25 nauwelijks interessante programma’s worden gemaakt.’
Momenteel legt de BNN-leiding de laatste hand aan een kant en klaar voorstel aan staatssecretaris Nuis, ook D66. Details daarover kunnen niet worden gegeven, aldus een BNN-woordvoerster: 'Wij geven alleen maar nadere inlichtingen als we vóór publikatie uw stukje mogen lezen. Zo voorkomen we dat er bepaalde suggesties in sluipen.’ Een teken dat het qua Hilversums peil in ieder geval wel snor zit met BNN. (rené zwaap)
Onlangs werd in dit weekblad Para!, het met veel bombarie uitgebrachte romandebuut van de 22-jarige Jacob van Duijn, afgedaan als een ondraaglijk snoeverig, quasi-hip boekje over het Amsterdamse uitgaansleven. Troosteloos aan het boek zijn vooral de platte homofobie en de fanatieke vrouwenhaat ('Wijven zijn echt de domste wezens op aarde’) van hoofdpersoon Jacob. Het is echter geschreven in eenvoudig Nederlands en volgens uitgeverij Arena is het daarom literatuur. Ongetwijfeld prijkt het volgend jaar dan ook op de leeslijst van menige mavo-scholier.
Wat geeft dat nou, hoor ik u denken. Het gaat slechts om een stumperig cocaïnesnuivertje dat vreselijk veel plezier heeft in zijn eigen mopjes. En wat geeft het dat deze gesjeesde student Kunstmatige Intelligentie zichzelf in zijn eigen Internettempeltje (www.netlinq.nl/para!) afficheert als 'de aanvoerder van een nieuwe generatie. De Arnon Grunberg van 1997’. Van Duijns xenofobe en antisemitische praatjes zijn echter heel wat minder aandoenlijk. Grijnzend onthulde hij vorige week maandag op de Amsterdamse televisiezender A1 waarom niet Ronald Giphart ('een corpsbal van 32’), zeker niet Joost Zwagerman ('heeft een kind en is dus sowieso verdacht’), maar Jacob van Duijn de ware spreekbuis is van de aanstormende jeugd. En: 'Arnon Grunberg heeft een haakneus. Die schrijft alleen over de problemen die hij heeft met zijn joodse ouders.’
Haakneus? Het zo nonchalant uitgesproken woordje wierp opeens nieuw licht op een anekdote uit Para!, waarin Jacobs vader tijdens een tenniswedstrijd de scheidsrechter uitscheldt voor 'schele opperjood’. Dat vindt Jacob zo 'bizar grappig’ dat hij een half uur lang 'verkrampt’ lachend over het gravel rolt. Want 'ik dacht dat alleen ik dat soort dingen zei… Wàt een classic!’
Jacob zegt wel meer dingen. Zo verhaalt hij over 'een of andere Marokkaan’ die in een disco met 'gladde babbels’ een blank meisje aan de haak probeert te slaan. Wanneer een van Jacobs stoere vriendjes hier als vanzelfsprekend een stokje voor gaat steken, trekt de man onmiddellijk zijn mes ('je kent dat eergevoel van die gasten’) en steekt zijn belager overhoop. Einde verhaal. Moraal: die gasten zijn natuurlijk bloeddorstige messentrekkers, en ze moeten van onze vrouwen afblijven.
Het kwartje valt aan het einde van het boek, als Jacob er even niet in slaagt om het Egyptische 'kwartbloedje’ Lotte het bed in te praten. 'Ik boog mijn hoofd en staarde naar de gefrustreerde gezichtjes die ik met mijn vrije hand op de opengeslagen pagina van mijn agenda had getekend. Op de Prinsengracht hoorde ik iemand “Joden!” scanderen. Lotte grinnikte.’
Of zijn getekende kwelgeestjes met haakneusjes waren uitgerust, vermeldt de tekst niet. Maar het is duidelijk dat hij niet alleen maar lacht om joden en Arabieren. Van Duijn associeert hen met zijn eigen seksuele onmacht, wat hij vervolgens vereffent met racistisch gebabbel.
Gevraagd naar zijn uitlating over Arnon Grunberg: 'Dat van die haakneus is het type grap waar Grunberg zelf patent op heeft. Ik bedoelde alleen dat hij door zijn joodse achtergrond niet ontzettend herkenbaar en relevant is voor de gemiddelde niet-joodse 22-jarige.’ Juist. Van Duijn bedoelt dus dat zijn eigen Arische achtergrond hem wel ontzettend herkenbaar en relevant maakt voor de gemiddelde jonge Ariër. Commentaar van Arnon Grunberg vanuit New York: 'Betekenisloos zijn dit soort vormen van alledaags antisemitisme nooit. Hopeloos wel.’ (michiel louter)