MUZIEK Dennis en Brian Wilson

BEACH BOYS EN SURFER GIRLS

De Californische westkust staat in de aandacht. Ry Cooder heeft deze zomer zijn drieluik over de Golden State voltooid met I, Flathead. Voormalig Beach Boy Brian Wilson zingt op That Lucky Old Sun als vanouds over de zee, surfing en meisjes. Jongere broer Dennis heeft het op Pacific Ocean Blue over dezelfde onderwerpen, maar dan met een meer donkere romantiek.
Dit album, een heruitgave, ligt sinds juni zonder echte reden in de winkel, net zo onverwacht als in 1977, want Dennis, de drummer, heeft nooit veel verwachtingen gewekt. Hoewel hij mooie nummers voor de Beach Boys heeft geschreven wordt hij vaker herinnerd vanwege zijn destructieve levensstijl vol seks, drank en drugs, zijn omgang met Charles Manson en zijn verdrinkingsdood. Aanvankelijk leek hij ook de minst getalenteerde Beach Boy, want bij opnamen werd hij vervangen door een sessiedrummer, en zijn rauwige stem leende zich niet voor de harmonieuze samenzang van de anderen. Maar later ontwikkelde Dennis – de enige echte surfer van de band (strikvraag bij Triviant) – zich toch tot een creatieve multi-instrumentalist en arrangeur. Dit is goed te horen op Pacific Ocean Blue, zijn enige soloplaat.
Met de inbreng van het Double Rock Baptist Choir en het door veel bombast omgeven geluid is Pacific Ocean Blue wel omschreven als ‘California Gospel’, maar ondanks de pompeuze blazers (Dreamer) of dik aangezette percussie (Friday Night) klinkt het album niet aalglad. De composities hebben daarvoor te veel rauwe randjes, de zang is te raspend en de teksten zijn te donker: ‘It’s no wonder the pacific ocean is blue/ the flagship of death is an old whaling trawler/ the people are rising over whale killing crawlers’ (Pacific Ocean Blues). In What’s Wrong en Rainbows klinkt Wilson als met zijn ‘oude’ band.
Pacific Ocean Blue is na de eerste uitgave een beetje vergeten; de hernieuwde aandacht doet recht aan de artiest Dennis Wilson. Hij zag er zelf trouwens vooral de opmaat in naar zijn ‘definitieve’ album, Bambu, dat er door zijn dronken zwemdood nooit is gekomen. Het tussentijdse resultaat staat op de Caribou Sessions en is toegevoegd als tweede cd.
Waar Dennis dus tot meer in staat was dan veel mensen dachten, vraag je je bij That Lucky Old Sun af wat Brian nog kan. Wie hem vorig jaar in Carré bezocht had een geweldige avond, maar zag ook dat je van Wilson als uitvoerend artiest weinig meer kunt verwachten. Iemand met zijn staat van dienst en verleden vergeef je dat graag, maar wat is zijn bijdrage geweest aan het eerste nieuwe album in tien jaar? Wilson vertelde aan USA Today dat hij blij is dat hij nog muziek kán maken, maar je leest ook dat Scott Bennet achttien demo’s componeerde en de meeste teksten schreef. Die zegt op zijn beurt wel weer: ‘We hebben veel van zijn teksten gebruikt’, terwijl de vele gesproken tussennummers allemaal geschreven zijn door Van Dyke Parks.
De cd lijkt onmiskenbaar Brian Wilson. Niet de zestiger die hij nu is, maar de Beach Boy die je kent uit de jaren zestig. Titels als Forever My Surfer Girl en California Role zeggen meer dan genoeg. Als nostalgische trip doet My Lucky Old Sun het best goed; Midnight’s Another Day valt op als mooie pianoballade. De liedjes passen straks op het podium ongetwijfeld prima tussen het oude werk, maar dan zal ook opvallen dat ze er weinig aan toevoegen.

Dennis Wilson, Pacific Ocean Blue. (Legacy/Sony BMG.) Brian Wilson, That Lucky Old Sun. (Capitol/EMI)