Beatle-manie

IN HET NAJAAR VAN 1980 kreeg de nu 40-jarige Hagenees Fenno Werkman een telefoontje uit New York van collega-verzamelaar Ron Furmanek. ‘Ik ben bij iemand op bezoek die jou graag even wil spreken’, aldus Furmanek. Die iemand was John Lennon. ‘Are you Lennon?’ vroeg Werkman verbouwereerd. ‘Yes!’

John Lennon bleek hevig geïnteresseerd in de fabelachtige verzameling historisch beeldmateriaal van The Beatles die Werkman had weten aan te leggen. ‘In tegenstelling tot McCartney’, aldus Werkman, 'begon hij niet te zeuren over eigendomsrechten, maar spoorde mij zelfs aan om verder te zoeken.’ In de weken daarop spraken ze elkaar regelmatig over het verzamelen van Beatles-films. Werkman kreeg verschillende tips van Lennon over materiaal dat nog ergens op de plank moest liggen, zoals een openhartig interview uit 1969 voor de Nederlandse televisie, opgenomen in de wachtkamer van een tandarts in Londen, dat nog ergens in Amsterdam moest liggen. 'Hij nodigde me zelfs uit om naar New York te komen’, zegt Werkman, 'maar ik zat krap bij kas. Bovendien zou hij in januari 1981 Den Haag aandoen voor een try-out. Dus ik dacht: dan zie ik hem sowieso.’
Hoe was Werkman aan zijn gigantische verzameling gekomen? Als beginnend fotograaf had hij in 1976 een accreditatie weten te bemachtigen voor de Europese tournee van McCartneys Wings. 'Overal werden belangstellende fotografen slechts enkele minuten toegelaten. Ik kon fotograferen en filmen wat ik wilde en verkocht aan allerlei bladen.’ De Italiaanse televisie vroeg hem of hij meer Beatles-materiaal had. 'Geen punt’, blufte Werkman. Hij vloog op kosten van de Rai naar Nederland en haalde in Hilversum oude clips, reportages en live-opnamen op. 'Ik wist toevallig ook dat het filmpje van Strawberry Fields Forever bij EMI-Nederland in de kast lag.’ Werkman kreeg de bijna tien jaar oude master-tape mee en maakte voor zichzelf kopieën voor hij het materiaal aan de Italiaanse televisie uitleende. De Italianen gaven hem op hun beurt kopieën van oude Beatles-opnamen.
Dat vormde het begin van een snel groeiende collectie. In alle steden die de tour aandeed stapte Werkman naar tv-stations, waar hij kopieën van gefilmde Beatles-evenementen kreeg of ruilde. Na de tournee speurde Werkman in Scandinavië, Duitsland en natuurlijk Engeland. Overal wist hij door te dringen tot Beatles-archieven en banden of kopieën los te praten. Al gauw werd hij een graag geziene gast op Beatles-dagen in Amsterdam, Londen, Liverpool, New York et cetera. Hij ruilde en sjacherde met andere verzamelaars, en bouwde een archief op van zo'n duizend uur Beatles-films. 'Ik was bezeten.’
Op 8 december 1980, de dag dat Lennon werd vermoord, bleek het materiaal ineens goud waard. Opnieuw reisde Werkman allerlei tv-studio’s af, nu als leverancier, en hij ontpopte zich als samensteller van documentaires. In 1983 raakte hij betrokken bij de film The Beatles at Abbey Road die gedurende een maand in de befaamde opnamestudio in St. Johns Wood werd vertoond. Van over heel de wereld vlogen mensen naar Londen om Abbey Road eindelijk te bezoeken.
Werkman produceerde een documentaire van een uur over John Lennon die bijna overal werd uitgezonden, behalve in Nederland (omdat Werkman weigerde er een voice over-commentaar in te monteren). In 1985-'86 werkte hij samen met regisseur Andrew Solt aan de bioscoopfilm Imagine en vertoefde hij enkele malen bij Yoko Ono in het Dakotagebouw in New York. Daar zag hij onder andere de film The Long and Winding Road, een film die de BBC eind jaren zestig naar een idee van The Beatles gemaakt, maar om de een of andere reden nimmer uitgezonden had. Deze film diende als basis voor de documentaire The Beatles Anthology die vorig jaar in een verkorte versie van 4,5 uur in 94 landen is uitgezonden, door circa 420 miljoen mensen werd bekeken, en die nu als achtdelige video-box met een totale lengte van tien uur voor driehonderd gulden in de winkels ligt.
Werkman heeft er het nodige materiaal voor geleverd, maar zijn naam komt op de aftiteling niet voor. Werkman: 'Eind jaren tachtig werd ik steeds meer belaagd door advocaten van Paul McCartney en van Apple. Ik werd beticht van diefstal, hoewel ik alles op legale wijze had gekocht of gekregen. En het was nog maar de vraag wie de rechten bezat - dat was destijds door Brian Epstein krakkemikkig en in elk land weer anders geregeld. De laatste jaren heb ik alleen nog via EMI filmkopieën verkocht aan Apple, zonder dat ze wisten dat ze van mij kwamen. Voor Apple ben ik een persona non grata.’
Een soortgelijk verhaal vertelt een van de grootste Beatles-collectionneurs, Keith Badman. Hij legde zich vanaf 1979 toe op het verzamelen van allerhande film- en tv-materiaal. Volgens hem is veel daarvan ooit door de BBC uitgeleend aan andere tv-stations en daarna 'via via in het verzamelaarscircuit’ terechtgekomen. Badman kocht op wat hij te pakken kon krijgen, bouwde een archief op van zo'n zeshonderd uur en verkocht kopieën aan Beatlesfans. Begin jaren negentig, toen Apple bezig was met het Anthology-project, werd hij echter door de advocaten van McCartney gemaand te stoppen met zijn handel. In 1992 werd hij voor het gerecht gedaagd en veroordeeld tot een boete. Toch heeft hij, naar eigen zeggen, daarna als leverancier, als informant en als speurder meegewerkt aan The Anthology. Maar ook de naam Badman komt niet voor op de aftiteling van de Anthology-video’s.
Een van de weinige particuliere verzamelaars die wel wordt genoemd, is de destijds met Lennon bevriende Amerikaan en huidige Capitol-functionaris Ron Furmanek. Hij staat (als enige) vermeld onder de titel Archive restoration, volgens Badman omdat Furmanek ook dikke maatjes is met Neil Aspinall, de voormalige road-manager van The Beatles en tegenwoordige directeur van Apple.
Hoeveel deze 'archive restoration’ heeft gekost, inclusief de distributie- en vertoningsrechten, wil men bij Apple niet kwijt. Kenners van de handel spreken over 'kapitalen’, hoewel er heel veel materiaal ontbreekt. Zo zou er nog steeds 29 uur film van de Let it Be-sessies (januari 1969) over de wereld zwerven, vermoedelijk in Amerika. Apple heeft ook het in 1963 veel ophef veroorzakende optreden van John Lennon in het programma Juke Box Jury (een soort Top of Flop) kennelijk niet kunnen vinden. Daarin kraakt Lennon de Elvis-hit Devil in Disguise af en omschreef hij zijn voormalig idool als 'een hedendaagse Bing Crosby’. Volgens woordvoerder Geoff Baker van Apple is de band, evenals die met de flauw-satirische uitvoering door The Beatles (in 1964) van Shakespeares Midsummernightsdream, door de BBC gewist. Werkman zegt beide programma’s te hebben, evenals het curieuze en grappige gezamenlijk op het toneel verschijnen van The Beatles met de Queen Mother tijdens de Royalty Command Performance (4 november 1963) - een fragment dat ook al niet te zien is in The Anthology.
DIT IS NIET HET ernstigste manco van de achtdelige videobox. Het eerste deel, dat de periode tot maart 1963 beslaat, begint hoopvol, maar stelt al snel teleur. Behalve de al eerder in documentaires verwerkte uitvoering van Some Other Guy is er niets te zien van de Liverpoolse Cavern-films die de laatste jaren boven water zijn gekomen. Volgens Geoff Baker was de kwaliteit 'te slecht’. Het gefilmde optreden in Hamburg uit 1961, dat Werkman een aantal jaren geleden kon kopen voor het (veel te hoge) bedrag van 50.000 gulden en waar ook Keith Badman Apple op heeft gewezen, zit er ook niet in. 'Nooit van gehoord’, zegt Geoff Baker. Het kleurenfilmpje uit 1962 van een optreden in de Liverpoolse Cassanovaclub, dat vorige week bij Sotheby’s niet is verkocht, ontbreekt - natuurlijk - ook. Volgens Badman is het aan Apple aangeboden voor 30.000 pond. 'Men vond het te duur.’
Nu is het ook wel veel geld voor dertig seconden film, maar er staat tegenover dat de Anthology-cd’s - met het verschijnen over enkele weken van deel III - inmiddels goed zijn voor een omzet van zo'n twee miljard gulden. En daarbij zijn nog niet eens meegerekend de tv-rechten, de Buma/Stemra-rechten voor radio-uitzendingen, en de te verwachten opbrengsten van de uit te brengen videobox, waarvan er op voorhand alleen al in de Verenigde Staten 320.000 zijn verkocht.
En waarom ontbreekt ook de twee jaar geleden gevonden geluidsband van het optreden van John Lennon met zijn Quarrymen, op 6 juli 1957, tijdens het St. Peter’s Church Garden Fête in Liverpool? Dit was het moment dat Lennon en McCartney aan elkaar werden voorgesteld en onder de indruk raakten van elkaars talenten. Over deze gedenkwaardige dag heeft de Amerikaan Jim O'Donnell twee jaar geleden, na meer dan acht jaar research, een magistrale reconstructie gepubliceerd: The Day John Met Paul, An Hour-By-Hour Account Of How the Beatles Began. Op de cover natuurlijk die beroemde foto van Geoff Rhind, The Quarrymen op het tuinpodium. Het boek was nog niet uit of er werd stomtoevallig geluid bij de film gevonden. Maar nee: 'Te obscuur’, aldus Geoff Baker van Apple.
NA HUN UITEENGAAN zijn er meer dan duizend boeken over de Beatles geschreven. Daar zit veel rotzooi tussen; de werkelijk informatieve boeken dateren van de laatste paar jaar. Mach Schau! (1992) bijvoorbeeld, van Thorsten Schmidt en Thomas Rehwagen, is het eerste document dat een getrouw beeld geeft van de Hamburg-avonturen op de Reeperbahn: interviews met 'bardames’, kelners en uitsmijters, maar ook met de toentertijd met het Franse existentialisme koketterende Duitse kunststudenten die gebiologeerd waren door The Beatles.
Achteraf kan men zich slechts verbazen over het feit dat er in de jaren zestig - en lang daarna - zo weinig bekend was over de achtergronden van de fab four. Jarenlang waren ze zowat dagelijks in het nieuws, bezig met het schrijven van het sensationeelste jongensboek van deze eeuw, met een telkens vernieuwend maar toch direct herkenbaar geluid, met een gigantische invloed op de mode, de politiek en de cultuur, maar vooral op de muziek.
Natuurlijk kan men in een videoproduktie, ook al duurt die tien uur, niet zo in details treden als in boeken, maar het was interessant geweest om een aantal Liverpoolse en Hamburgse getuigen van kaliber (Klaus Voormann, Jürgen Vollmer, Astrid Kirchherr) aan het woord te laten. In The Anthology wordt die belangrijke prehistorie nogal snel afgedaan, terwijl andere aspecten juist te veel worden gerekt of zelfs herhaald. De kijker is zo'n vier uur verder wanneer het eerste mega-concert uit de popgeschiedenis, het optreden in het Newyorkse Shea-stadion op 15 augustus 1965, aan de beurt is. Zang en muziek bij deze film zijn overigens knap ingedubd, want ondanks de speciaal door Vox gefabriceerde versterkers van elk 100 watt, was er niet veel te horen. Ergens tussen de 55.600 uitzinnig gillende kelen bevonden zich overigens twee mannen die vorig jaar nog over de wereld toerden met 1,5 miljoen watt geluidsapparatuur: Mick Jagger en Keith Richard. Niets daarover in de Anthology, noch over Bob Dylan, die The Beatles na afloop van het concert opzocht; die de teksten uit hun beginperiode weliswaar niks vond, maar wel onder de indruk was van hun muzikaliteit: 'Die akkoorden man, die akkoorden!’
En er ontbreekt nog veel meer historische context. Van Rubber Soul komt slechts een anekdote over de hoesfoto ter sprake. Niets over de onvoorstelbare druk waaronder die plaat - binnen zes weken - moest worden geschreven, gearrangeerd, ingestudeerd en opgenomen. Hoe deden The Beatles dat? Hoe kwam tussendoor ook nog de single Daytripper/We Can Work it Out tot stand, inclusief promotiefilmpjes? Wellicht had Cynthia Lennon kunnen vertellen hoe, onder invloed van Dylans kritiek, in enkele weken tijd Nowhere Man, Norwegian Wood, Girl, het prachtige In My Life et cetera tot stand kwamen. Maar Cynthia Lennon was voor The Anthology niet uitgenodigd. Pattie Boyd, de ex van George Harrison, ook niet. De actrice Jane Asher, destijds vriendin van McCartney, geeft nimmer interviews. Maar er zijn studiotechnici uit die tijd die - volgens Werkman - boordevol verhalen zitten. Werkelijk, deze Anthology is een gemiste kans.
Natuurlijk zitten er ook leuke dingen in. Zoals George Harrison die in Paperback Writer 'Frère Jacques’ zingt. Of de privé-filmpjes uit 1967 uit Griekenland, toen The Beatles serieus overwogen een eiland te kopen om er een hippiekolonie te stichten. En natuurlijk is de beeldregie meestal zeer smaakvol. Niet voor niets werd de tv-versie deze zomer genomineerd voor een Emmy-award. Maar het filmmateriaal is soms ronduit van slechte kwaliteit. 'Slechte kopieën’, volgens Werkman, 'en slecht remastered.’
Keith Badman vertelt dat enkele grote Amerikaanse verzamelaars de koppen bij elkaar hebben gestoken om te werken aan een alternatieve, illegale, Anthology.
HET GEHEIME DAGBOEK VAN JOHN LENNON
Toen zijn ouders uit elkaar gingen, werd de vierjarige John Lennon ondergebracht bij een zus van zijn moeder. Lennons moeder, Julia, was een frivole vrouw die zichzelf niet in staat achtte haar zoontje op te voeden. Als puber kreeg John Lennon opnieuw contact met zijn moeder. Zij leefde inmiddels met de kelner Robert Dykins, met wie zij twee dochters had. Julia stimuleerde Lennons liefde voor rock 'n’ roll. Op 15 juli 1958 werd zij overreden door een dronken politieagent. John Lennon was toen zeventien en musiceerde precies een jaar met Paul McCartney.
In zijn gesproken dagboek van (5 september 1979 herinnert Lennon zich zijn moeder. Een circa twaalf minuten durend fragment van dit 'dagboek’ staat op The Lost Lennon Tapes, Volume 26, een illegale elpee met een beperkte oplage. Hieronder een fragment (transcriptie Fred Backus).
'Ik hoorde op de radio Dylans nieuwe single You Gotta Serve Somebody - dus hij wil nu een kelner zijn; een kelner van Christus! De begeleiding van Jerry Wexler producer van Dylans elpee 'Slow Train Coming’ -fb) is middelmatig, de zang is zielig, en de tekst is werkelijk gênant.
Zo, hier zitten we dan, kijkend naar de machtige Dylan, en de machtige McCartney en de machtige Jagger - van de top afglijdend met bloed en modder aan hun nagels. Wel, zó is de wereld, haha, zó is de wereld!
Het verschil tussen nu en enkele jaren geleden is dat wanneer toen een van hen iets uitbracht, ik paniek voelde, en wedijver. Ik liet hun elpees halen om ze te beluisteren - nu zie ik daar de zin niet meer van in. Maar praten over hen, nadenken over hen, betekent toch nog ermee bezig zijn. De ultieme onverschilligheid zou zijn niet eens te weten dat ze een elpee uitbrachten. Maar nu lach ik erom. De grootste lol is natuurlijk dat het allemaal shit is… Blijkbaar zal ik altijd met hen wedijveren, omdat we tot dezelfde generatie behoren. Als ik iets hoor van Robin Scott, of van Blondie, vind ik dat echt leuk, zonder gevoelens van concurrentie. (…)
Ik dacht zojuist aan de tijd dat ik mijn hand op de tiet van mijn moeder had, in 1 Blomfield Road. Ik was een jaar of veertien en spijbelde, zoals altijd, en hing wat rond in hun huis. Ik lag op bed, mijzelf af te vragen of ik iets anders zou doen. Het was een vreemd ogenblik, want eigenlijk werd ik heet, zoals dat heet, van een of ander lower class-wijf aan de overkant van de straat. Ik heb nog vaak gedacht waarom ik er geen werk van heb gemaakt, vooropgesteld dat ze erin had toegestemd…
Wat ik nog wil zeggen over McCartney, Dylan, Jagger - überhaupt! - is dat ze alledrie company-men zijn, in verschillende vermommingen. Maar au fond: company-men!
Ik vergeet de zingende dwerg mr. Simon…
Tussen haakjes: moeder droeg een zwarte angora trui met bruin afgezette korte mouwen, niet al te pluizig. Misschien was-ie van kasjmier, in ieder geval van zachte wol. En ik geloof die strakke donkergroen-gele schaapswollen rok. (zucht)
Hé ho! Ik herinner me hoe ze Twitchie afzoog, oftewel Robert Dykins: D-Y-K-I-N-S! Bobby Dykins, haar tweede man, hoewel ik niet weet of ze met hem getrouwd was of niet. Zij was onder het bed… ze liep in de kamer… terwijl ik daar was. Het was in diezelfde periode, ik was veertien, of dertien. Ik weet niet precies wat ik voelde, ik was geschokt, dat weet ik wel. Hoewel, ik was er waarschijnlijk zelf vroeg bij… zó geschokt was ik nu ook weer niet. Het was vooral het idee dat ze hèm afzoog, denk ik. Dat slonzig kleine kelnertje met zijn nerveuze hoest en zijn dunner wordende haar, overdekt met margarine. Hij stak altijd zijn hand in de margarine of in de boter - meestal in de margarine - om zijn haar in te vetten voordat hij de deur uit ging. Zijn fooien bewaarde hij in een tinnen pot bovenop de keukenkast. Ik jatte er altijd uit. Ik geloof dat moeder er de schuld van kreeg. Nou ja, dat was het minste wat ze voor mij kon doen.
Ik zit hier te wachten om meegenomen te worden naar de bezichtiging van weer een aantal huizen, we zoeken een buitenverblijf. Die eindeloze zoektocht naar Schotland in de buurt van New York; binnen een uur van New York! (grinnik)
Wel, Schotland en de oceaan heb ik inmiddels opgegeven. Ik neem nu al genoegen met wat gras en een boom.
Ik las ergens over de seksuele fantasieën en verlangens die iemand heel zijn leven had gehad. Vanaf zijn twintigste. Toen hij dertig was, dacht hij dat ze zouden afnemen. Toen hij veertig was, waren ze nog niet verminderd en toen werd hij zestig, en zeventig, en nog steeds druppelden ze door zijn gedachten. Blijkbaar kon hij er niets tegen ondernemen.
Dat maakte mij… niet zozeer depressief… maar ik dacht: shit! Ik zat er altijd op te wachten dat ze zouden afnemen, maar ik vrees dat ze eeuwig blijven. Eeuwig is te sterk uitgedrukt, maar in ieder geval totdat je dít lichaam hebt verlaten. Laten we dat hopen. Misschien komt het erop neer dat je ze moet overwinnen, zoals men zegt, vóórdat je vertrekt… Anders kom je terug voor meer. En wie wil er nou terugkomen om klaar te komen?