Beatrix kan geen kant meer op

Alle volwassen leden van de Britse koninklijke familie zijn momenteel in spoedconclaaf bijeen in het Schotse kasteel Balmoral. Op de agenda maar één punt: hoe de monarchie te redden van de val waar deze bij ongewijzigd beleid linea recta op af koerst.

De koningin, die zichzelf de afgelopen jaren op duizelingwekkende wijze heeft zien crashen in de populariteitspolls, liet reeds weten dat ze tot ieder offer bereid is. De Britten mogen hun belastinggeld voortaan houden (de koninklijke familie wil zelfs belasting gaan betalen), de kastelen gaan voor het publiek open, een hele rits nutteloze neven en nichten ziet hun royale toelage verdwijnen, politieke invloed wordt ingeleverd, Charles de rest van zijn leven opgesloten in de Tower - Elizabeth is tot iedere stap bereid, zolang ze maar koningin kan blijven.
Het zijn de laatste stuiptrekkingen van een instituut dat pakweg tien jaar geleden nog van graniet heette. Het zou unfair zijn om dit verbluffende erosieproces geheel aan de scheidingsperikelen van Charles en Diana te wijten. De ondergang van de Britse monarchie, zoals The Economist die verleden jaar voorspelde, wordt door heel wat meer veroorzaakt dan enig telefonisch onderschept buitenechtelijk gescharrel zou kunnen aanrichten. Koninklijk wangedrag had je in alle eeuwen, zonder dat het tot noemenswaardige kleerscheuren leidde. Nee, de crisis van de monarchie heeft een heel wat fundamentelere oorzaak: het instituut is een anachronisme geworden, als een koekoeksklok in een ruimtelaboratorium. Verloren in het tijd- en ruimtecontinuüm zit de monarchie zijn laatste dagen uit, wachtend op het moment dat iemand op het wijze idee komt het af te schaffen. Het is het automatische gevolg van de democratisering van de samenleving, die - hoewel niet meer in de mode - toch sluipenderwijs verder schrijdt in het collectieve onderbewustzijn, zelfs in het onzalige Albion.
We zijn getuige van een mythe in verval. De monarchie is zo langzamerhand geheel losgezongen uit zijn traditionele bedding. Zo is de basis van het moderne koningschap - de mythe, zoals de Amsterdamse hoogleraar volkenkunde J.J. Fahrenfort overtuigend aantoonde in zijn rede Het mythische denken in de moderne samenleving (1946) - geheel weggevallen. Fahrenfort wees erop dat het idee van de mystieke bloedband, waardoor de dynastieën van de moderne monarchie bijeen worden gehouden, een tamelijk actuele aangelegenheid was. Waar de ‘primitieve’ Aboriginals van Australië of de bosjesmannen van Zuid-Afrika hun koning plachten te verkiezen uit de meest capabele krijgers of priesters, werd in de moderne Europese monarchie het principe van de alleen via het bloed te erven, goddelijke uitverkiezing geconcipieerd. Daarmee werden de gekroonde staatshoofden levende iconen, symbolen van een jungiaanse schemerwereld, mythische gestaltes uit een surreëel sprookjesrijk. In dat laatste zit ’m de kneep: het ontbreekt de hedendaagse monarchen aan alle instrumenten om die mythe op peil te houden.
'Kindertjes, slaap maar zacht, de koningin waakt dag en nacht’, zo luidde de titel van het lied waarmee in 1973 het 25-jarige ambtsjubileum van Juliana werd gevierd. Juliana werd niet alleen in de binnenlanden van Suriname aanbeden als een grote winti-geest, ook in de drassige calvinistische polders van Nederland gold zij als een heilig moederwezen, een koningin tegen wil en dank. 'Als ik geen koningin was, zou ik republikein zijn’, liet Juliana zich eens ontvallen. Die tragiek van de onwillige vorstin maakte dat zij precies de juiste snaar raakte bij haar onderdanen.
Met het afscheid van Juliana was het gelijk met dit moederlijke aureool gedaan. Beatrix is geen moment in staat geweest deze functie te vervullen, hoezeer ze zichzelf ook trainde om een dergelijk gezag uit te stralen. Dat zij daar niet in slaagt, is niet alleen haar eigen schuld. De omstandigheden zitten ook tegen. De infrastructuur ontbreekt. Beatrix praat tegen doven. De vorstin probeert die lacune te compenseren met een welhaast blinde ambitie en dito bemoeizucht. De verwikkelingen rondom onze man in Zuid-Afrika en de vriendinnen van de ministers Wijers en Van Mierlo toonden dat onlangs weer eens aan. Het leidde onmiddellijk tot een heropleving van de republikeinse sentimenten. 'Koningin Beatrix heeft meer invloed dan wie ook in dit land’, aldus een anonieme ambassadeur in de Volkskrant. 'Ze heeft al te lang ongecorrigeerd haar gang kunnen gaan. Dat stuit in een democratie als de onze op enig moment op problemen’.
Beatrix kan in feite geen kant op. De crisis van de monarchie drijft haar tot grote activiteit, maar die activiteit zorgt er onmiddellijk voor dat ze hardhandig in aanraking komt met de limieten van het consitutionele koningsschap. Op het terrein waar zij in alle vrijheid zou kunnen schitteren - de mythologische zijde van het koningschap - is het ondertussen maar aanmodderen geblazen, alle spontane waves in de Arena ten spijt. En dan heeft de vorstin nog het geluk niet te hoeven kampen met een nietsontziende pers, zoals haar Britse collega. Het schandaal rond haar onlangs 'eervol ontslagen’ financiële adviseur mr. F. Salomonson, die door de commissie-Van Traa op een lijst met advocaten werd geplaatst die deel zouden uitmaken van de nationale witwassector, werd haar alleen door De Telegraaf aangewreven. De rest van de dagbladen deed de affaire af in eenkolommertjes. Die afwachtende houding van de pers maakt dat de crisis van de Nederlandse monarchie nog niet zo zichtbaar is als die in Engeland. De problemen zijn echter identiek.
'In een parlementaire democratie is het koningschap een staatsrechtelijk monstrum, dat alleen door middel van fictie en versluiering en met geforceerde juridische constructies in het politiek systeem valt in te passen’, verkondigde prof. mr. H. van Maarseveen al in 1980 tijdens een PSP-congres over 'de nadagen van de monarchie’. Toen werd het constitutionele onvermogen van de nieuwe vorstin al luid en duidelijk vermoed. Na zestien jaar heeft Beatrix al die duistere profeties meer dan waargemaakt. Zij heerst met de autocratische allure van haar grootmoeder, met morele opvattingen die minstens even oud zijn.
Aan het paarse kabinet nu de taak om haar duidelijk te maken dat dit niet langer kan. Wat is een mooiere gelegenheid dan dit jaar, de tweehonderste verjaardag van de nog steeds oogstrelend moderne, geëmancipeerde grondwet van de Bataafse republiek?