FILM

Beautiful fucking day

The Guard

John Michael McDonagh, regisseur van de magnifieke nieuwe Ierse politiefilm The Guard, is de broer van de regisseur en toneelschrijver Martin McDonagh die in 2008 het even schitterende In Bruges maakte met Colin Farrell en Brendan Gleeson in de rollen van huurmoordenaars op vakantie in Brugge. Beide films zijn zelfbewuste parodieën op genrecinema, maar ze onderscheiden zich vooral in de wijze waarop setting en personage geloofwaardig zijn, en er een deken van melancholie over het geheel ligt.
Wat is het toch met deze twee McDonaghs? Ze zijn Iers, maar opgegroeid in Londen. Toch hebben hun films iets vervreemdends, iets niet-Engels. Cynisme. Dwarsheid. The Guard speelt zich in het westen van Ierland af waar men vooral Iers spreekt. Dat blijkt in een scène waarin een Ierse boer en zijn vrouw tegen FBI-agent Everett (Don Cheadle) zeggen dat hij, mocht hij geneigd zijn in het Engels te spreken, het best zo snel mogelijk naar Engeland kan gaan. Dit hier, zegt de boer, is Ierland.

Everett assisteert de plaatselijke politie in een zaak waarin moord en de internationale drugshandel centraal staan. Hiertoe werkt hij samen met een guard of garda in het Iers, dat wil zeggen een agent in de gedaante van sergeant Gerry Boyle (Brendan Gleeson). Tegenover Boyle en Everett staat een drugsbende die even moorddadig als intellectueel ontwikkeld blijkt. Vlak voordat ze een moord plegen zijn de gangsters verwikkeld in een debat waarin de namen Bertrand Russell, Schopenhauer en Nietzsche vallen. Dan, aan het werk: ze schieten een agent zonder waarschuwing neer als hij hun auto van de weg haalt. De clash tussen hoger denken en lage daden is essentieel in de film. Want hoe kun je overleven in deze harde, trieste wereld? Sergeant Boyle sleept zich voort. Als de film begint kijkt hij ongeïnteresseerd toe hoe jongeren die stijf staan van de drugs een auto-ongeluk veroorzaken. Vlak daarna fusilleert hij hun lichamen. Als hij een pilletje vindt, doet hij dat op zijn tong. In een close-up kijkt hij even gelukzalig, maar dan zegt hij uitdrukkingsloos: ‘It’s going to be a beautiful fucking day.’
De toon van cynisme en ironie is gezet. En het werkt briljant. Vooral het tweespel tussen Boyle en Everett is heerlijk. Als de een tegen de ander zegt 'maar zwarten kunnen toch niet zwemmen’, dan is de verbijsterde reactie van de FBI-agent zo goed getimed dat de foute grap alleen maar aan kracht wint.

Te zien vanaf 20 oktober