Beautytrommel

Het podium van De IJsbreker bood een vreemde aanblik vorige week donderdagavond: de ruimte was tot op de laatste vierkante meter volgestouwd met percussie-instrumenten, variërend van vibrafoons tot grote trommels, van regenstokken tot rammelaars. Plus hier en daar voorwerpen zoals een hoge keukentrap. De rode gloed van twee lampionnetjes aan de muur completeerde het half exotische, half kitscherige beeld.

Het soloconcert dat de Taiwanese slagwerkster Sharon Hsin-Hui Huang gaf, was dan ook niets minder dan een muzikale pantomime. Met name in het stuk Far From the East, het hoogtepunt van het concert, toonde ze zich een geboren performer die zich met vloeiende, gestileerde gebaren een weg baande door het instrumentarium. Als een kok die blindelings keukengerei en ingrediënten weet te vinden, voerde ze deze ‘legendary suite for solo percussion’ van haar landgenoot Wen Loong-Hsing uit. De klanken van een Aziatisch hakkebord, een metalen spiraal, exotische rammelaars, kettingen van klokjes, een gong die in een bak water werd gesmoord, metalen strips en grote bamboestokken, vulde Sharon Huang aan met zang en kreten. Eigenlijk was Far From the East even onbegrijpelijk als fascinerend: als je muziek en theater zou loskoppelen zou het beide niets voorstellen, maar samen vormde het een intrigerend schouwspel - niet in de laatste plaats door de flair waarmee Huang het stuk bracht.
Het optreden van Huang vormde het slot van de International Composers’ Workshop 1996 die tweejaarlijks onder auspiciën van Gaudeamus in Amsterdam plaatsvindt. Doel is de uitwisseling van ideeën en technieken tussen Oost en West. Stond 'Oost’ voorheen voornamelijk in het teken van het Oostblok, de laatste jaren is het accent verschoven naar Zuidoost-Azië. De deelnemers zijn echter afkomstig van over de hele wereld, van Zuid-Afrika tot Korea.
Ook binnen het concert van Huang werd die confrontatie tussen Oost en West tastbaar, maar dan vooral in de stukken van westerse componisten die ze op haar programma had gezet. Zo maakt Christopher Dean in Mourning Dove Sonnet voor vibrafoon gebruik van zoete klankkleuren met veel boventonen. De mallets worden afwisselend met een strijkstok aangestreken en met stokken bespeeld. De plastic bolletjes aan de stokken veroorzaken kitscherige plopjes die wij snel met oosterse muziek associëren. Daarmee vergeleken was het stuk van Frederic Rzewski bepaald subtieler. Refererend aan de keramische potten en schalen die vaak in oosterse muziek als percussie worden gebruikt, heeft hij in To the Earth vier bloempotten voorgeschreven. Bespeeld met dunne houten stokjes geven deze een slank, klingelend geluid. Daarnaast moet Huang ook een tekst zingzangen en haar Aziatische intonatie van het Engels gaat grappig met de tekst op de loop.
Dat de Franse taal haar beter afgaat - Huang heeft in Parijs gestudeerd - bleek uit Les Brèves No.4 The Box van Jacques Robotier. Het is een scène die zich op een bankje in een park afspeelt, bestaande uit een geritmiseerde Franse tekst en een beautycase als trommel. Er lustig op los babbelend tegen een imaginaire gesprekspartner, wist Huang de charmante, lichtvoetige toon van het stukje feilloos te raken.
Huang had haar programma mooi opgebouwd door het eerste en laatste stuk naar elkaar te laten verwijzen: twee composities voor louter trommels, geschreven door respectievelijk de Japanner Shinichio Ikebe en de Brit Michael Finnissy. Beiden hebben een sober en poëtisch stuk gemaakt die door Huang met haar trefzekere, stoere speelwijze voortreffelijk werden neergezet. Maar waar beiden in het gebruik van kleur- en timbrecontrasten aan elkaar gewaagd waren, was de compositie van Finnissy opvallend veel beter gestructureerd - iets wat zich onmiddellijk vertaalt in een scherpere timing en een grotere intensiteit.