Beckettiaans landschap

Sven Kroner zoekt, zoals we zien aan de koele gekunsteldheid van zijn schilderij Am Rhein, een versie van realisme voorbij de abstractheid.

Het grijsgroene landschap van Sven Kroner, Am Rhein, lijkt me mooi nogal gekunsteld in scène gezet. Het is leeg en naargeestig en dat komt denk ik door de kleur. Het groen (dat een landschap gewoonlijk een levendig licht zou geven) is zeer donker van toon en wordt overal overwoekerd door verdere passages donkergrijs en zwart. De hoge boom rechts op de voorgrond, die het vergezicht inleidt en flankeert, is van een groen dat maar geen echt groen wil worden en in het zwart blijft hangen. De loodgrijze wolken drijven wel een beetje, en langzaam, richting horizon maar eerder hangen ze van de bovenrand van het schilderij naar beneden – als opgetrokken gordijnen van een toneel. Met de boom rechts vormen de wolken een wat scheve omlijsting van een kijkkast waarin allerlei landschappelijks, en nog wat andere invallen, aan ons oog voorbijtrekt. Ook krijgt de scène nog meer diepte toegemeten door twee paden die, vanaf het midden, V-vormig de ruimte in steken. Die paden verdelen de voorgrond in een paar overzichtelijke percelen die ieder plaats bieden aan karige begroeiing – van kale boompjes tot kaal verward, grillig struikgewas.
Het is allemaal hoekig en schraal geschilderd, zonder glans of trilling – het landschap is vrijwel dood. Toch staan er wat naar rechts, op deze gefantaseerde uiterwaarden van de Rijn, een paar tenten. Zijn daar dan kampeerders? Ik heb zulke tenten in andere schilderijen van Kroner gezien maar dan waren er ook mensen in de buurt. Soms overal mensen tussen struiken en bomen. Dit landschap is levenloos leeg alsof het was beschreven door Samuel Beckett. Misschien slapen de kampeerders. Het is nog nacht op het moment dat het donkere landschap heel even in een flits van witte knetterende bliksem wordt verlicht en wij de verlatenheid ervan kunnen zien – en het groen dat donker uit het zwart opduikt. Het glinsterende licht weerkaatst op de rimpelige rivier, pal onder de bliksem en vreemd genoeg ook verder weg waar de schilder het nodig heeft om de bocht in de rivier te laten zien. Twee boten ploegen door het water.
Aan de overkant zorgt de spreiding van het bliksemlicht voor een kronkelig silhouet van een donkergroene bosrand – en een blok gebouw. Dat doet denken aan het Mannesmann-Hochhaus dat in Düsseldorf (waar Kroner woont) aan de Rijn staat, een vroeg monument van naoorlogse wederopbouw. Maar het staat er, als ik mij goed herinner, anders – dat herinnert er weer aan hoe lukraak bijna dit landschap in elkaar is gezet. Er is van alles te zien, maar alles blijft fragment of frutsel, losjes rondgestrooid totdat de uiterwaarden vol waren. Er is tegelijkertijd ook niets te zien dan alleen trefzekere schilderkunstige manipulatie. Voorzover het realisme is, is het een fragmentarisch en gebarsten beeld. Anders: het is een terugkeer naar realisme nadat Kurt Schwitters of Georg Baselitz daar is langs geweest. Want kijk ook maar naar een landschap van Jacob van Ruisdael, Het korenveld bijvoorbeeld, en hoe anders dat is. Voorbij aan een voorgrond met grillig struikgewas en twee knoestige eikenbomen zien we op een glooiing een korenveld, gedeeltelijk al gemaaid, tegelijk een plek van helder licht. Het land ligt er rustig bij. Vanachter het korenveld komt dan, in een prachtige tegenbeweging, bewolking opzetten: volle kolkende wolken, hier en daar al grijs. Tegelijkertijd begint het geboomte aan gene zijde van het korenveld zich een beetje te krommen alsof er ook een wind opsteekt. Er staats iets te gebeuren, naderend onweer misschien op die zomerse middag – en het is om dat motief van spanning en verwachting heen dat alle details in het landschap de juiste plaats vinden en zich voegen. Het korenveld is organisch gegroeid naar zijn ontplooiing, als een langzaam gewas.
Maar zo compleet en vervuld van geloof in Gods schepping kan een hedendaags schilderij als Am Rhein nooit meer worden. De souplesse en overtuigingskracht van Ruisdaels soort realisme, waarvan werd gedacht dat het de natuurlijke vorm was, is voorgoed verstoord door de uitvinding van de abstracte kunst. Er bestaat nu voor het realisme een spannend alternatief, voor de vroegere zelfzekerheid. Het blijkt ook anders te kunnen, en vaak ook expressiever. Daaraan zullen de pleitbezorgers van het realisme als de echte kunst eens moeten wennen. Sven Kroner weet dat ook: hij zoekt, zoals wij zien aan de koele gekunsteldheid van zijn schilderij, een versie van realisme voorbij de abstractheid – omdat die nu eenmaal bestaat en nimmer te ontwijken valt.

PS Sven Kroner exposeert bij Galerie Fons Welters in de Bloemstraat, Amsterdam