Bedankt, charles

Toen ik na drie jaren studie, die zo snel en ongemerkt waren voorbijgegaan alsof ik er met mijn rug naartoe had gestaan, nog altijd geen resultaten had geboekt die mijn aanwezigheid in L. konden rechtvaardigen, riep mijn vader me naar huis en onderhield me een weekend lang over het doel en de gewenste afloop van mijn studie.

Hij sprak, afwisselend op dramatische en vertrouwelijke toon, over de betekenis van de studie, over de gevolgen voor mijn toekomstige maatschappelijke positie, en voor de vuist weg noemde hij een aantal mensen die mij als voorbeeld konden dienen, toonbeelden van een zinvol en welbesteed leven. Vurig benadrukte hij de gevaren waarin ik mij begaf als ik mijn eerstvolgende tentamens niet haalde. Hij gaf me een half jaar de tijd om mijn leven te beteren, anders, zo zei hij, met twee vingers zijn neuswortel masserend, ‘zie ik me genoodzaakt andere maatregelen te nemen’.
Ietwat verdoofd kwam ik op zondagavond weer aan in L. en ik besloot, het station uitlopend, om niet meteen door te gaan naar huis. De overgang van mijn ouderlijk huis naar het bruisende studentenhuisleven leek me op dat moment wat te groot. Ik besloot een omweg te maken langs De Hertog, een café waar ik wel vaker kwam.
Het meisje dat achter de tap stond kende ik vaag. Omdat het stil was in de zaak hielden we elkaar gezelschap tot het tijd was om naar huis te gaan. Ik zat nog op mijn kruk toen ze voor de laatste keer de zeem over de bar haalde. Ze pakte haar sleutels, nam haar jas onder haar arm en ik volgde haar naar buiten.
Samen liepen we de gracht af. Toen ik gezegd had dat ik haar wel even naar huis zou brengen, had ze geknikt. Het was geen groot offer: ze woonde tweehonderd meter bij mij vandaan.
Ze stak de sleutel in het slot en ik gaf haar een hand en wenste haar welterusten. Ze liet mijn hand los en leunde peinzend tegen de deur, die half open zwaaide. 'Je mag wel blijven slapen’, zei ze. 'Als je wilt.’
'Goed’, zei ik. 'Gezellig.’
Ze had een mooie, ruime kamer. Ze hing haar jas aan de kamerdeur en nam een haarborstel van de wastafel. Ze boog voorover, liet haar haren naar voren over haar gezicht vallen en haalde de borstel met forse halen vanuit haar nek door haar haar. Daarna gooide ze het met een ruk naar achter en begon zich uit te kleden. Ze trok alles uit, op haar slip na, en liep naar het bed.
'Wil jij nog douchen?’ vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd en begon, zo langzaam als ik kon opbrengen, mijn kleren uit te trekken. Mijn onderbroek hield ik aan. Ze legde een hand op mijn borst toen ik naast haar kwam liggen en zei, met een flauwe glimlach: 'En wat heb jij vanavond gedaan?’
Ik besloot dat het niet het moment was om haar over mijn familie te vertellen. In plaats daarvan begon ik over het boek dat ik in de trein had gelezen, een verhalenbundel van Bukowski. Ik beschreef het schitterende verhaal van de man die, tegen alle waarschuwingen van zijn vrienden in, een verhouding begint met een mysterieuze vrouw. Ze brengen weken, maanden in bed door, hij komt haast niet toe aan eten of drinken. Na verloop van tijd merkt hij dat hij lichamelijk sterk aan het krimpen is. Het verhaal eindigt ermee dat de vrouw hem, als hij de juiste afmetingen heeft, als dildo gebruikt. Schaterend van het lachen keek ik naast me. Ze lag naar het plafond te staren. 'Zou je het erg vinden’, zei ze, 'om nu weg te gaan?’