Generatie Alles: Pretstudies

‘Bedenk waar je over twintig jaar wilt staan’

Toerisme, media, sportmarketing: ‘pretstudies’ zijn nog steeds heel populair bij studenten.Maar redden zij het op de arbeidsmarkt?

Medium groene don q

Scholieren die op de open avond van het Tilburgse Fontys zijn afgekomen moeten goed hun best doen om het géén coole hogeschool te vinden. Er draait een dj op het centrale grasveldje, er zijn steltlopers (‘Denk groter! Maar niet te groot, anders pas je niet door de deur’), en op elke afdeling presenteren studenten hun meest aansprekende projecten. De eerstejaars van international lifestyle studies praten honderduit over de trendanalyse die ze hebben gemaakt voor koekfabrikant Peijnenburg. En in het lokaal waar de opleiding speco sport marketing/management onder de aandacht wordt gebracht, schetst docent Nanny Kuijsters het paradijs voor jongeren die van hun sporthobby hun beroep willen maken.

‘Onze opleiding draait om emotie en passie in de sport’, zegt Kuijsters tegen de toegestroomde scholieren en hun ouders. Zo begint de gemiddelde speco-klas ’s ochtends met een bespreking van het nieuws op de website van Voetbal International. ‘Maar ook liefhebbers van bijvoorbeeld tennis, snooker, hockey en biljart kunnen hier met hun passie terecht.’ Marissa, een studente in een gifgroene Fontys-polo, knikt: ‘Ik dans.’ Wanneer een paar ouders grinniken, voegt ze daar haastig aan toe: ‘Ik heb ook op redelijk hoog niveau geturnd, maar dat kan ik nu niet meer door een blessure.’

‘Eerlijk gezegd ken ik geen enkele afgestudeerde zonder werk’, zegt Nanny Kuijsters. ‘Maar het is in de laatste jaren wel moeilijker geworden om direct na je studie een passende baan te vinden. Je zult wat langer moeten zoeken en misschien langer op een lager niveau werken. We hebben nou eenmaal een populaire studie.’

‘We leiden op voor beroepen waar over vier jaar heel veel vraag naar zal zijn’, voegt haar collega Patrick van de Sande daaraan toe. De Keuzegids HBO, dé jaarlijkse Michelinkeuring voor hogescholen, schetst een somberder beeld. Slechts zes op de tien afgestudeerden hebben een baan in de sportsector gevonden. In de top-vijf van bedrijven met speco-studenten staan supermarkten en postorderbedrijven. Typische speco-banen zijn commercieel medewerker en marketeer. Zouden ze iets met voetbalplaatjes doen?

Frank Steenkamp, de bovenmeester van de Keuzegids, kan kwaad worden van opleidingen die jongeren ‘willens en wetens’ een te rooskleurig beeld van de arbeidsmarkt voorspiegelen. Sommige studies komen niet eens met duidelijke cijfers, weet hij: ‘Een opleiding als speco valt nog steeds onder commerciële economie, en heeft dus officieel geen eigen arbeidsmarktcijfers. Dat maakt het voor scholieren moeilijk om te beoordelen.’

In 2005 al voerde Steenkamp met zijn gids actie tegen misleidende voorlichting. ‘Alleen al door veel studenten aan te nemen verlaag je de waarde van je diploma. Als je gaat schermen met termen als “internationaal” en “brede bachelor”, dan leren je studenten uiteindelijk van alles helemaal niks. Niemand die het met zo’n diploma gaat redden op de arbeidsmarkt.’

Wie – buiten de open dagen om – met afgestudeerden praat, ziet eerder het sombere beeld van de Keuzegids bevestigd dan de gouden bergen van de docenten en voorlichters. Bas Vijgen (28) studeerde in februari af bij speco. Hij was in 2006 begonnen met die opleiding, ‘commerciële economie met een sportsausje’, na een mislukt avontuur bij de heao in Zuid-Limburg. ‘Geen enkele afgestudeerde zonder werk? Dan hebben ze mij nog niet gesproken. Elk jaar studeren er honderden speco-studenten af, plus een paar honderd bij opleidingen als sportmarketing in Rotterdam of Amsterdam. Daar valt niet tegenop te solliciteren.’

En dus houdt Bas zijn bijbaantje in de zorg maar aan. ‘Het was leuk hoor, dat van negen tot vijf over sport praten, maar tijdens mijn stage merkte ik dat het echt lastig zou worden om aan het werk te komen. De insiders schuiven elkaar het werk toe.’ Marc Villevoye (25) studeerde in 2012 af in international media entertainment management. De twee bedrijven waar hij stage liep zijn failliet, en hij zit nog steeds zonder baan.

Ook oud-imem-student Sam Beesems baalt van zijn studie: ‘Het zou een brede mediaopleiding zijn met een focus op productie. Nou, breed is hij zeker, veel te breed, en er zijn veel facetten die helemaal niets met productie te maken hebben. Er zijn mensen die het juist leuk vinden om over vijf dingen tegelijk te leren. Dat klinkt leuk, maar in de praktijk heb je gewoon een specialisatie nodig om ergens aangenomen te worden.’

‘Alles bij elkaar zijn er 1750 hbo- en academische studies, ik zou het knap vinden als je daar in één keer de meest passende tussen vindt.’ Frank Steenkamp, hoofdredacteur van de Keuzegids, studeerde biologie, maar besloot al gauw dat hij meer had met statistiek dan met de evolutietheorie of voedselketens. ‘Je mag al blij zijn als een scholier op zijn zestiende een beetje weet wat-ie wil, en waar-ie goed in is. Maar vijf of tien procent van de jongeren is zo ver en kan meteen een min of meer passende studie kiezen. De rest gaat hetzelfde studeren als de rest van de vriendengroep, of kijkt naar wat je met een bepaald beroep kunt verdienen.’

Maar veel jongeren beschouwen het ook min of meer als vanzelfsprekend dat ze recht hebben op een leuke opleiding en dat ze tot de uitverkorenen behoren voor wie straks nog werk is. ‘Ik heb de indruk dat “iets leuks” studeren en jezelf tijdens je studietijd willen ontplooien in de Nederlandse cultuur zit. Van hun ouders hoeven scholieren ook niet per se iets te doen waar werk in te vinden is’, zegt hoogleraar ontwikkelingspsychologie Theo Wubbels van de Universiteit Utrecht. ‘De boodschap over de slechte arbeidsmarkt komt niet over. Als tien procent een goede baan krijgt, denkt elke zestienjarige dat hij of zij bij die tien procent zit.’

Onderzoeker Christopher Meng van het Maastrichtse Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt heeft een tip voor scholieren die niet weten welke vervolgopleiding ze willen doen: ‘Bedenk waar je over twintig jaar wilt staan. En praat vervolgens met mensen in die sector. Dan zul je zien dat niet iedereen in de toerismebranche toerisme heeft gestudeerd, en dat lang niet alle mensen in de media mediamanagement hebben gedaan.’ De Zwitser praat uit eigen ervaring: ‘Ik wilde vroeger graag werken voor het Zwitsers Verkeersbureau, maar ik kwam erachter dat je daar met economie net zo gemakkelijk binnenkomt als met toerisme.’

Tegenwoordig verzamelt Meng de werkloosheidscijfers voor alle Nederlandse hbo- en universitaire opleidingen. ‘Ik denk dat onze cijfers nog een lage schatting zijn. Niemand geeft graag toe dat hij geen werk heeft.’ Toerisme, ooit Mengs droomstudie, doet het niet goed: ‘Die studie geeft al jaren hogere werkloosheidscijfers dan het hbo-gemiddelde. De crisis is daar nog eens extra hard overheen gekomen. Toerisme, media, sportmarketing: het zijn allemaal heel conjunctuurgevoelige studies.’

Voor wie ‘nieuwsgierig, creatief, ambitieus, ongedwongen en uniek’ is, staan op de open avond van Fontys een rijtje Apple-computers en glaasjes fruitsap klaar. Dit is de meet and greet met studenten en docenten international lifestyle studies (ils). De studie valt onder het interessegebied economie. Afgestudeerden krijgen de titel bachelor of lifestyle.

Studente Robin Peeters (19) zit al in haar tweede jaar en kan dus precies uitleggen waar de studie over gaat: ‘We willen de kwaliteit van leven verbeteren door trends te signaleren en daarop in te spelen.’ Ze vertelt over de verschillende werkvelden van ils: food, human movement, leisure, appearance, living en health. Zelf heeft Robin interesse in natuur en duurzaamheid op het gebied van living. ‘Je kunt dan denken aan de plantenbakken die bij flatgebouwen over de reling hangen. Daar maak je dan een duurzaam ontwerp voor.’

Robin zat hiervoor op de kunstacademie, maar stopte omdat die haar te zweverig was. Nu heeft ze gekozen voor een creatieve opleiding die ook structuur biedt: ‘Op de open dag van de kunstacademie was ik onder de indruk van al het spektakel. Nu heb ik gekozen voor een opleiding die echt bij me past.’

Omdat de studie nog maar drie jaar oud is en de enige in haar soort kan niemand op de meet and greet nog wat zeggen over het toekomstperspectief van de afgestudeerden. Robin is optimistisch: ‘Momenteel zit een stageplaats voor onze studenten bij veel bedrijven nog niet in het budget. Maar Philips heeft bijvoorbeeld al interesse getoond.’ Ook de Efteling, Hema, C1000 en Nutricia zouden ils’ers willen aannemen. ‘Ook al wordt er bezuinigd, er zijn altijd mensen nodig die voorspellen wat consumenten willen en daarop in kunnen spelen. Dit is natuurlijk ook een brede opleiding. Ik denk dat driekwart van ons straks een baan vindt.’

Op de nhtv in Breda is het vrij rustig. Geen harde muziek, geen steltenlopers. Wel kussentjes, planten en grote posters die de bezoekers ‘Discover your world’ toeroepen. Studenten dragen een T-shirt waarop staat dat ze ‘de antwoorden op alle vragen’ hebben.

‘Dat soort dingen doen we niet en moeten we ook niet doen’, vindt docent Maarten van Bussel. ‘Jongeren moeten een weloverwogen keuze maken. We kunnen wel een heel circus uit de kast trekken, maar ze moeten niet kiezen voor een opleiding die hip is. Ik krijg soms het idee dat jongeren dat wel doen en er verder niet goed over nadenken.’

Bij vrijetijdsmanagement, aan dezelfde nhtv, hebben ze minder moeite met het aanprijzen van zichzelf. De lichtstellages flikkeren de bezoekers al van verre tegemoet. De deuren van de opleiding worden netjes opengehouden door studenten in fluweelrode portiersjasjes. In de designkantine zijn filmpjes van een groot festival te zien. De bijbehorende boodschap: afgestudeerde vrijetijdsmanagers kunnen een evenement als dit straks zelf organiseren.

In collegezaal ‘The black box’ geeft Peter van Aalst, manager van de opleiding, zijn presentatie op een groot podium. De man bespeelt zijn publiek zoals het hoort, met retorische vragen: ‘Wat leer je nu eigenlijk bij vrijetijdsmanagement?’ Die essentie kan hij in één zin vatten: ‘Vrijetijdsmanagement is een designopleiding voor de processen rondom het creëren van betekenisvolle belevenissen.’ Hij laat zijn woorden even neerkomen in de zaal. Dan: ‘Ik hoop dat ik niet te abstract ben.’ Van Aalst legt jongeren uit bij welke bedrijven er stagemogelijkheden liggen. ‘Wij werken samen met grote spelers als id, Red Bull, Lowlands en Disney.’ Het jongere deel van de zaal veert op.

Sam Beesems heeft voor die vorm van marketing geen goed woord over: ‘De vakken klonken goed en de opleiding zou erg praktijkgericht zijn. Maar uiteindelijk praten die docenten je gewoon naar de mond. Die opleiding is hun brood en meer studenten is meer geld.’

Bij een tafel met wit-blauw-groen-rode folders staat Kay Koenraad (18). Ze verdiept zich in de verschillende varianten van de toerisme-opleiding. ‘Ik hou ervan om met mensen om te gaan. Dat wil ik graag in mijn werk terug laten komen. Dat kan met deze studie, die past daarom enorm bij wie ik ben. En hiermee kan ik naar het buitenland.’ Kay maakt zich wel een beetje zorgen om haar kansen op een baan: ‘Mensen gaan natuurlijk vooral in de zomer op vakantie. Ik vraag me af of er de rest van het jaar wel genoeg werk is.’