Bedoelerig gedoe

Dik, Abe, Johnny en Hansje is niet meer te zien. De volgende produktie van Hollandia in de reeks Nieuw Hollands Drama in Noord-Holland is Dood water, over het gevecht van vissers tegen de drooglegging van de Zuiderzee. Locatie: een strandpaviljoen in Wijk aan Zee, 5 tot en met 16 april. Inlichtingen: 075-31.02.31. Belle en Harrie is onder meer nog te zien in Velp, Schoonhoven, Weert en Arnhem (Theater aan de Rijn, 10 tot en met 14 mei). Informatie te verkrijgen via 085-51.24.18.
Vijftien jaar lang niet hier geweest. Ik stapte uit de auto en keek omhoog in de donkere hemel. Daar scheerde een vliegtuig over de verregende kunstenaarskolonie, een jaren-zeventigoase tussen opgespoten land, recreatieterreinen en poenerige villa’s. Er leek niks veranderd. In het kerkje van Ruigoord knetterde de open haard.

De vier helden warmden zich aan het vuur. Daarna vertelden ze ons vanaf gene zijde van de binnendijkse Styx hoe erg het is om in Holland held te zijn geweest. Na je dood leef je hooguit voort als standbeeld in Hoofddorp, Spaarndam of hartje Jordaan. Of je naam prijkt op een voetbalstadion ergens in Friesland. Dik Trom (‘Het was een bijzonder kind, en dat was hij’) en Hansje Brinkers hebben nog een polderlandse mythologie in de kleren hangen. Johnny Jordaan en Abe Lenstra (voetballer met de pass-binnenkantvoet) zijn na hun dood in de eigen mythe verdampt. Holland houdt niet van helden. En Don Duyns (auteur en regisseur van deze Hollandia-produktie) roept Dik, Abe, Johnny en Hansje in de Ruigoord-kerk opnieuw tot leven.
Sommige voorstellingen zetten een bijl in de wortels van mijn kijk- codes. Temidden van een intens genietend publiek aanschouwde ik vrijwel onbewogen vier cabareteske monologen. Is dit humor? Tekst en spel walmden duidelijk die ambitie uit. Het was mijn humor niet. Pas bij de Johnny Jordaan van Marcel Musters veerde ik op. Hij transformeerde, gaf via een reeks geweldige acteer-tics de ontroering door over de held die ik leerde kennen van de 78-toerenplaten die mijn oom en tante draaiden boven hun bakkerij in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, waar ik als achtjarig joch vaak logeerde.
'Het Nederlandse toneel balanceert op de rand van het cabaret’, lees je vaak in de chique kranten. Aan die uitspraak moest ik vaak denken bij het zien - de volgende avond - van de produktie Belle en Harrie van de Arnhemse formatie Rank. Een comedie noire van Wannie de Wijn (eveneens tekst en regie).
Een heer probeert een radiografisch bestuurde speelgoedauto aan de praat te krijgen. Een dame kiest haar avondtoilet. Donkerslag. Vervolgens zien we ze terug als het feest waar ze heen gingen voorbij is. Beneveld feesten ze tot in de kleine uurtjes door, ondersteund (en bedreigd) door een plotseling binnenvallend combo van wat wezensvreemde muzikanten. Het feest verwordt snel tot een veldslag van relationele zweren die fiks etteren. Tot de acteurs achter de toneelkarakters zichzelf te veel worden, zich rechtstreeks met de getoonde personages beginnen te bemoeien.
Een kortstondige opleving was dat, binnen een bedoelerige zwarte komedie, vol ranzige knipogen naar Pinter en Albee. Of heb ik teveel toneel gezien? Het was absoluut onderhoudend, die vier schutterende helden in dat kerkje in Ruigoord, waar de tijd in veel opzichten leek stilgezet. Ook het gevecht van Belle (een mooie creatie van Caroline Almekinders) met Harrie (Peter Bolhuis, na jaren weer terug op het toneel) leverde genietbaar theater op. Wat aan me knaagde was het tergende idee dat ik op dit toneel niet echt zit te wachten. Het is me allemaal te makkelijk. Het scoort de gulle lach iets te easy going.
Schon dagewesen, zou het dat dan zijn?
Op zulke momenten van twijfel doe ik een test voor mezelf. Welke beelden uit voorstellingen dringen zich vrijwel automatisch op aan mijn geheugen? Welke momenten uit een voorstelling bemoeien zich opdringerig met mij, als toeschouwer? Van Belle en Harrie bleef alleen die stuntelige openingszet. Uit Dik, Abe, Johnny en Hansje waarde alleen de tragiek van Johnny Jordaan langs mijn geestesoog. Het was mooi. Maar te weinig.