Bedoelingen

Bedrijven staan graag aan de goede kant van de geschiedenis, maar hoe onderscheiden we goede bedoelingen van winstbejag?

Ik weet niet wat erger is: bedrijven met goede bedoelingen of bedrijven zonder goede bedoelingen. Maar als reclame wordt gemaakt door mee te liften op een sympathieke gedachte koop ik een ander merk. Beware of Greeks bearing gifts.

Flora is, zeggen de mensen van Flora, beter dan boter. Het is plantaardig, vegan zelfs, goed voor mens en milieu (maar er zit wel palmolie in) en het heeft een leuke retro-verpakking. De reclame suggereert dat deze margarine die geen margarine mag heten nieuw is en helemaal van deze tijd, maar dat is niet zo. Vroeger was het van Unilever, maar met Lätta, Becel, Rama en Blue Band (ach, nostalgie) is het van de hand gedaan en nu verkoopt Upfield het als de nieuwe kleren van de keizer.

Unilever is een samengaan van de Margarine Unie, van Anton Jürgens en Samuel van den Bergh, en de Britse zeepfabrikant Lever Brothers. De Margarine Unie kocht eind negentiende eeuw het patent op margarine en werd daar groot mee. Maar net zoals Unilever het hoofdkantoor nu, na een lange Nederlandse geschiedenis, naar Londen verplaatst omdat ze daar nog minder belasting hoeft te betalen, is de margarine ook losgezongen van haar nederige begin. Wat ooit nepboter was is nu vegan en hip. Maar uiteindelijk nog gewoon margarine. Met palmolie.

Margarine is in 1869 uitgevonden door Hippolyte Mège-Mouriès, een Franse onderzoeker die met zijn uitvinding reageerde op de vraag van Napoleon III, die een houdbaar broodsmeersel wilde voor soldaten op veldtocht. Aanvankelijk bestonden margarines uit plantaardige en dierlijke vetten. Maar sinds in 1902 een methode werd gevonden om vloeibare oliën om te zetten in harde vetten zijn alle margarines plantaardig. Niet alleen die van Flora, dat zich ‘the plant based revolution’ noemt. Als 1869 gisteren is, dan is Flora’s broodsmeersel inderdaad revolutionair.

Dove, nog wel van Unilever, deed in het begin van de coronacrisis ook aan goede bedoelingen, met een reclamespotje: ‘Wanneer heb je voor het laatst je handen gewassen? Ga je gang. We wachten wel even.’ Waarna twintig seconden worden afgeteld en de mededeling ‘Het maakt ons niet uit welke zeep je gebruikt’ verschijnt. ‘Het gaat erom dat je je handen wast. Voor jou, voor iedereen.’ Vervolgens verschijnen de naam Dove en het logo. De cynicus in mij denkt: als het niet uitmaakt met welke zeep mensen hun handen wassen, waarom je naam en logo laten zien?

Een bedrijf met goede bedoelingen is als de leeuw die neerligt naast het lam: een idylle.

In plaats van ‘brood uit lucht’ maakte de fabriek nu ‘dood uit lucht’

Een tragisch voorbeeld van goede bedoelingen is de geschiedenis van Frits Haber, de Duitse chemicus die rond 1910 aan de wieg stond van het Haber-Bosch-proces, waarmee stikstof aan waterstof wordt gebonden om ammoniak te bereiden. Omdat de gassen aan de lucht worden onttrokken en ammoniak de basis is voor kunstmest, noemde men Haber ‘de man die brood uit lucht maakte’. BASF bouwde een fabriek om het proces industrieel op te schalen, maar de Eerste Wereldoorlog brak uit en in plaats van brood uit lucht maakte de fabriek springstof, dood uit lucht.

Haber, ondertussen, stelde de overheid voor om de duur van de oorlog te bekorten door strijdgassen in te zetten. Hij was op 1 mei 1915 aanwezig om de eerste gasaanval aan het Ieperfront te aanschouwen. Toen hij de volgende dag thuiskwam was er ruzie met zijn vrouw, Clara Immerwahr, de eerste Duitse vrouw die een doctoraat (magna cum laude) in chemie haalde. Zij verafschuwde Habers misbruik van de wetenschap om strijdgassen te maken. Die avond, toen haar man sliep, nam ze zijn dienstpistool en schoot zichzelf door het hart. Ze werd gevonden door haar dertienjarige zoon en stierf in zijn armen. Haber reisde de volgende dag af naar het Russische front.

Na de oorlog vluchtte Haber naar Zwitserland, omdat de geallieerden overwogen om hem te vervolgen wegens misdaden tegen de menselijkheid, maar van die beschuldiging kwam niets omdat de Fransen en Engelsen zelf ook (al voor de Duitse inzet van gas) werkten aan dergelijke wapens. Haber kreeg in 1918 de Nobelprijs voor Scheikunde. Hij stierf in 1934, op tijd om de Tweede Wereldoorlog niet te hoeven meemaken, waarin een groot deel van zijn familie werd vermoord met het insecticide dat hij eerder had ontwikkeld: Zyklon.

Habers geschiedenis is een kettingbotsing van goede bedoelingen die verkeerd uitpakten. Kunstmest heeft inderdaad gezorgd voor hogere opbrengsten in de landbouw, maar tegenwoordig weten we dat het de ecologische balans verstoort. Strijdgassen hebben de Eerste Wereldoorlog niet bekort en Zyklon is minder bekend als bestrijder van insecten dan als het gas waarmee de nazi’s hun slachtoffers doodden.

Habers tragiek komt voort uit een diepe behoefte om aan de goede kant van de geschiedenis te staan. Als jood werd hij getolereerd, maar niet geaccepteerd. Zijn leven lang probeerde hij te bewijzen dat hij net zo’n echte Duitser was als de anderen. Zoals Albert Einstein het verwoordde: zijn tragiek was de onbeantwoorde liefde voor Duitsland.

Bedrijven staan graag aan de goede kant de geschiedenis, omdat daar de winst ligt. Waar eerst mensen met een donkere huidskleur alleen in koffie- en chocoladereclames optraden, zien we ze nu ineens, op het gratuite af, in commercials die nog niet zo lang geleden volledig wit waren. Het zou iets betekenen als het twintig jaar geleden was gebeurd en als antiracisme minder een knee-jerk-reactie was en meer ging over discriminatie. Maar dan zouden na de negerzoenen ook de jodenkoeken uit de winkel moeten, en dan wordt alles te ingewikkeld.