Economie

Bedorven wijwater

De vice-president van de Europese Commissie heeft een boekje geschreven. Het heet Broederschap en draagt als ondertitel: Pleidooi voor verbondenheid. Het is de uitgeschreven versie van een lezing die Zijne Excellentie op 9 november in de Amsterdamse Stadsschouwburg hield.

De lezing baarde opzien omdat de auteur tijdens de nazit aangaf dat hij ‘voor het eerst van zijn leven vreesde dat het Europese project wel eens zou kunnen stranden’. Het leidde de volgende dag tot koppen als: ‘Timmermans somber over Europa’, ‘Timmermans bezorgder dan ooit over Europa’ en ‘Timmermans twijfelt of EU het gaat redden’. Het zal hem hebben bekoord: zijn zorgen waren voor even belangrijker dan de nakende Europese implosie.

Het is een wonderlijk boekje. Ten eerste omdat het 62 pagina’s lang uitermate vaag blijft over wat nou het probleem is. Het boekje begint met een beschrijving van de ‘perfecte storm’ die de EU in zijn greep heeft: die dodelijke mix van financiële, economische, politieke en militaire crises die sinds 2008 over het Europese continent waart.

Na de ‘grootmoedige’ erkenning dat het begrijpelijk is dat dit burgers met ‘angst’ heeft geslagen, richt Timmermans zijn pijlen op de politieke rattenvangers die deze ‘angsten’ misbruiken om te pleiten voor het optrekken van nieuwe ‘muren’ die ons moeten beschermen tegen bedreigingen van buiten. En die zijn in 2015 met de aanslagen in Parijs maar al te tastbaar geworden.

De volgende stap in Timmermans’ betoog is een wat warrige verhandeling over de toenemende fragmentatie van onze samenleving. Die zou oudere vormen van ‘verbinding’ hebben ondermijnd en ‘herzuiling’ veroorzaakt. Het is een verhullende term. Timmermans verstaat er namelijk niet een terugkeer naar de zuilen van de jaren vijftig onder, maar juist het ‘steeds meer langs elkaar leven’. En daarmee heeft hij het eigenlijk over het ruige, neoliberale individualisme van Paars.

‘Vertellen, verbinden, verheffen. Dát is broeder­schap’

Ten tweede omdat Timmermans weinig concreet is over hoe die angsten te addresseren en bijgevolg te voorkomen dat ‘herzuiling’ leidt tot het optrekken van ‘muren’. In de prelude slaat Timmermans de zalvende toon aan van de misdienaar die hij ooit was. Hij roept ons op om ‘écht te kijken naar de Ander’, ‘de Ander ons écht een zorg te laten zijn’ en ‘in de vluchteling in de eerste plaats een mens te leren zien’. Deze passages ademen de individualistische rampspoedethiek van de Franse filosoof Lévinas die in het appèl van het gelaat van de Ander de kern van compassie en daarmee van een echt humanisme ontwaarde. Prachtig. Maar een nieuw, betekenisgevend verhaal voor Europa heb je daarmee nog niet. En evenmin een politiek program.

De contouren daarvan presenteert Timmermans in het slotakkoord. Daar heet het dat de toekomst van Europa begint met het ‘herontdekken van waar wij vandaan komen’. De Europese Unie is een verdragsorganisatie die ons in staat stelt elkaar ‘te verdragen’ en niet terug te vallen op de hobbesiaanse machtspolitiek van weleer.

Wat dat impliceert? Ik citeer: ‘Een solidaire samenleving die van binnenuit, vanuit het centrum, naar de buitenkant wordt georganiseerd. Dit is het enige moreel verantwoorde antwoord op de uitdagingen van globalisering.’ Even verderop heet het dat ‘onze kinderen een Europa verdienen dat een lichtend voorbeeld is’. En het essay sluit af met: ‘Vertellen, verbinden, verheffen. Dát is broederschap.’ Zonder nadere specificatie van hoe, wie, wat, wanneer, waarom blijven het echter holle frasen.

Ten derde omdat de auteur meer verhult dan onthult. Ik noemde al de verzwegen paarse nalatenschap, die ook die van Kamerlid Timmermans is. Halverwege schetst hij hoe in Europa jonge generaties steeds meer uiteenvallen in optimisten en pessimisten. Hij verwijst daarmee luchtigjes naar de schandalig hoge jeugdwerkloosheid: 53 procent in Griekenland, 49 in Spanje, 44 in Italië en gemiddeld 22 procent in de eurozone. Met dank aan begrotingsbeleid dat, om met historicus Mazower te spreken, weldadig is voor rijken en gepensioneerden en rampzalig voor jongeren en armen. Samsom, Dijsselbloem, Asscher, Timmermans zelf – hun handtekeningen staan eronder.

Denk niet dat hij vervolgens teruggrijpt op de kritische maatschappijanalyses waar sociaal-democraten ooit zo in uitblonken. Gevangen in het culturalistische getto dat politici sinds de moord op Fortuyn bewonen, komt de auteur niet verder dan… (ik verzin het niet) burgerschapsonderwijs. Timmermans: ‘Door elkaars taal te leren begrijpen, kunnen we de verbindingen herstellen.’ En dat begint op school: ‘Een samenleving die gelooft in onderwijs, in groeien, in leren, in mensen bij elkaar brengen, kan niet mislukken.’

Het is van een onthutsende intellectuele leegte: gapende sociaal-economische kloven willen overbruggen met wankele laddertjes van loze woorden. Bedorven wijwater – dat is al wat er van de Europese sociaal-democratie nog rest.