Bedreigde zelfstandigheid

Het ene na het andere bericht over ons pensioenstelsel. Het zou me vroeger niet hebben geïnteresseerd. Maar nu lees ik er de saaiste artikelen over, en het blijkt me te boeien. Dat komt doordat ik sinds mijn veertigste niet meer in vaste dienst werk, maar als zelfstandige.

Het is leuk om over je eigen toekomst na te denken. En het is goed in de gaten te houden of je vrijheden niet worden bedreigd.

Veel schrijvers, schilders, beeldhouwers, componisten, toneelspelers, musici, filmers, journalisten zijn zelfstandig. Sinds een tijdje wordt er een aparte naam voor ons gebruikt. We zijn zelfstandigen zonder personeel: zzp’ers. Dankzij de crisis zijn er steeds meer mensen zelfstandig geworden, ook mensen die tot voor kort een gewone baan hadden. Inmiddels zijn er meer dan een miljoen zzp’ers.

Dat heeft iets moois, zo’n toegenomen zelfstandigheid. Maar het is natuurlijk niet hoe vakbondsbestuurders het graag zien. De vakbonden lopen leeg alsof het kerken zijn en de bestuurders verliezen macht. Zij houden niet van zzp’ers. De vakbondsopvatting: veel zzp’ers zijn pseudo-werknemers, zoals mensen in de bouw die tijdens de crisis zijn ontslagen en nu zelfstandig zijn maar voor één opdrachtgever werken: hun vorige baas. Dat zal vaak het geval zijn, maar niet alle zzp’ers zijn pseudo-werknemers: schrijvers, schilders, beeldhouwers enzovoort zijn nu eenmaal hun eigen opdrachtgever. Bovendien zal niet iedere pseudo-werknemer ongelukkig zijn met zijn vrijheid en zijn zelfstandigheid.

Zonder twijfel verdienen pseudo-werknemers te weinig, en het is mooi als er voor dat probleem een oplossing wordt ontwikkeld. Maar opeens komen er van alle kanten voorstellen om iedere zzp’er allerlei verplichtingen op te leggen. Het ideaal lijkt dat we zo weinig mogelijk zelfstandigen en zoveel mogelijk werknemers hebben.

Een paar weken geleden bleek er een ‘Baliegroep’ te zijn die over ons nadacht, en deze week komen de werkgevers met de uitkomst van hun beraadslagingen. Tijdens een jaarcongres in de tenten van Circus Herman Renz op het Haagse Malieveld presenteert de werkgeversorganisatie AWVN ‘de contouren van een nieuw ontwerp voor sociaal beleid in Nederland’.

De Baliegroep is een zogenoemde denktank van mensen uit de vakbeweging, werkgevers, de Sociaal Economische Raad (SER), verzekeraars en de publieke sector. Zij vinden dat alle werkenden, in vaste of tijdelijke dienst en zelfstandigen, moeten worden verplicht bij te dragen aan een nationale regeling voor aanvullend pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid. Werkgevers en opdrachtgevers moeten ook meebetalen aan de wettelijke regeling.

De AWVN denkt er net zo over: ‘Wij zijn voor één uniforme, verplichte basispensioenregeling voor alle werkenden in Nederland. Die bestaat uit twee treden: de omslaggefinancierde AOW zoals we die nu kennen, en een nieuwe basisregeling. Laatstgenoemde is verplicht en zal collectief van en voor iedereen zijn, maar wordt op basis van kapitaaldekking gefinancierd.’

De Baliegroep en de AWVN, met allebei heb ik niets te maken, vinden dus dat ik ergens toe verplicht moet worden. Ik heb geen verstand van de grote economische getallen en ook niet van de economische problemen die ontstaan nu er minder geld naar de pensioenverzekeringen gaat. Maar als vakbonden, werkgevers en verzekeraars beginnen na te denken over verplichtingen die mij kunnen worden opgelegd, geloof ik dat ik op mijn hoede moet zijn. Het zijn geen altruïstische genootschappen.

Als werknemer van een bedrijf kun je niet zelf bepalen bij welk pensioenfonds een deel van je inkomen wordt gestald. En dat geld maak je niet zelf over, dat moet de werkgever voor je doen. Dankzij ondoorzichtige loonstrookjes heeft de gemiddelde werknemer geen idee wat hij verplicht betaalt voor zijn pensioenverzekering. Laat staan dat hij berekent welk deel van zijn geld de verzekeraar aftapt voor zichzelf. En als de verzekeraar het restant van de premies dom belegt, dan heeft de werknemer pech. Hij hoeft niet na te denken, hij heeft er niks over te zeggen.

Als je wilt kun je als zzp’er zelf voor een aanvullend pensioen zorgen. Je kunt geld sparen en je kunt aandelen en obligaties kopen. Die vrijheid heeft voordelen. Er vloeit niet ongecontroleerd een deel van je geld weg naar bestuurders en verzekeraars. En omdat je zelf de risico’s neemt van je beleggingen raak je geïnteresseerd in de economie. Weinig is zo interessant als het op en neer gaan van rentes en aandelenkoersen, want die bewegingen weerspiegelen wat er in de wereld aan de hand is. Het maakt je bewust dat jij met je verdiensten deel uitmaakt van de grote economische werkelijkheid.

Is het pensioen bovendien niet gewoon een aanvulling op iets dat je tezijnertijd toch al krijgt: de AOW-uitkering? Met welk recht kunnen de Baliegroep en AWVN menen dat ik verplicht moet worden dat aan te vullen met een pensioen?

De vakbondsbestuurders zullen het beste met ons voor hebben, maar ik hoef hun bemoeienis niet. En de verzekeringsbedrijven zullen zijn opgezet met nobele ideeën over solidariteit, maar ik bepaal graag zelf hoe solidair ik ben. Bovendien moet ik wel eens denken aan iemand die ik heb ontmoet die op zijn vijfendertigste was gestopt met werken. Hij had een verzekeringsbedrijf opgezet, was zelfstandige met personeel geworden, en had zoveel verdiend dat hij met pensioen kon.