Hoofdcommentaar: Democratie

Bedreigingen voor de democratie

Met algemene stemmen is in het debat om de regeringsverklaring door de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de «onaanvaardbare situatie» van bedreigingen van politici en burgers wordt veroordeeld. Politici moeten kunnen zeggen wat ze denken, meldt de motie. Dit is de laatste maanden niet mogelijk gebleken. Na de moord op Pim Fortuyn waren kopstukken van linkse politieke partijen, bekende en minder bekende journalisten én de opvolgers van Fortuyn om wisselende redenen mikpunt van ernstige op de persoon gerichte aantijgingen en bedreigingen.

LPF-leider Mat Herben, die om het vege lijf te redden ook zelf af en toe moest onderduiken, liet zich in een één-tweetje met GroenLinks-kamerlid Halsema — die de motie indiende en in het debat op meer dan verdienstelijke wijze fractievoorzitter Rosenmöller verving — nogal onbeholpen uit over de bedreigingen. «In een beschaafd land mag geen politicus omwille van zijn gedachten worden vermoord. Evenmin mogen politici worden bedreigd. (…) Voor sommigen van ons geldt dat nog steeds», begon hij zijn relaas. «Deze onaanvaardbare situatie kan alleen worden gekeerd als politici zich waardig en respectvol tegenover elkaar gedragen en de burger serieus nemen in al diens angsten en vermoedens.»

Kortom, wie niet naar de burger luistert, kan doodsbedreigingen nu eenmaal verwachten. Een «rechtstreeks verband» kon Herben weliswaar niet aantonen, gaf hij toe, maar het ging hem om de «algehele sfeer van onrust» die «wij» (de LPF? het nieuwe kabinet?) «in goede banen willen leiden en wegnemen». De uitspraken kwamen de draaiende Herben terecht op veel kritiek te staan. Lang genoeg is de LFP met de fluwelen handschoen aangepakt. De halsstarrige weigering van Herben om over bepaalde zaken volledige helderheid te geven — hij verschuilt zich iets te frequent achter holle frases als «dat is uw conclusie» — mag aangepakt worden.

Herben liet doorschemeren te hebben moeten onderduiken omdat hij ingestemd zou hebben met de voordracht van oud PvdA-leider Ad Melkert voor een betrekking bij de Wereldbank in Washington. Pas na de dreigementen en na onvrede in zijn eigen fractie over deze vorm van «achterkamertjespolitiek» zwichtte Herben en deed hij een persbericht uitgaan waarin de LPF eist dat «een open sollicitatieprocedure in gang wordt gezet».

In kranten werd het ophanden zijnde vertrek van Melkert naar Washington uitgelegd als een vlucht, als resultaat van het zoeken naar een veilig heenkomen. In Nederland was het gezin Melkert, sinds de domme maar impulsieve uitlatingen van Mat Herben op de avond van de moord (hij noemde toen expliciet de PvdA als aanstichter van het gewelddadige klimaat), immers niet meer veilig.

Melkert is waarschijnlijk een geknipte kandidaat voor de vacante functie bij de Wereldbank. Met zijn Novib-achtergrond zou hij Nederland met kennis van zaken kunnen vertegenwoordigen. In kleine kring heeft hij zelf aangegeven daarom ook in de eerste plaats de baan aantrekkelijk te vinden en zijn eventuele vertrek niet zozeer als een vlucht te beschouwen, zoals de kranten schreven.

Dat is een geruststelling. Toch is het ridicuul dat in een democratie een dergelijk verband gelegd kan worden. Nog ridiculer is het dat er, de LPF daargelaten, consensus lijkt te bestaan over deze kennelijk bevredigende «oplossing» voor het «probleem» Melkert. Het is geen oplossing wanneer iemand met zijn gezin naar het buitenland moet uitwijken omdat hij in Nederland niet meer politiek kan functioneren of zelfs maar veilig is. Pers en politiek erkennen impliciet dat het versturen van dreigbrieven, en in het geval van Melkert een doorgeladen pistool, een effectief en geëigend middel is om invloed uit te oefenen.

Ook kamerlid Halsema komt in zekere zin de dreigbrievenschrijvers tegemoet. In een radio-uitzending verklaarde ze tegen haar gewoonte in door het ontstane klimaat geen kamervragen te hebben gesteld over de behandeling in detentie van de verdachte van de moord op Fortuyn. Ze nam rechtstreeks contact op met de minister van Justitie. «Ik zag de kop op de voorpagina van De Telegraaf al voor me: GroenLinks helpt moordenaar Fortuyn», expliciteerde Halsema haar standpunt in de Volkskrant. Het is dapper dat Halsema zoiets durft toe te geven, maar bedenkelijk is haar standpunt wel. Kun je nog in een parlementaire democratie functioneren als je er in de praktijk blijk van geeft niet langer te durven zeggen wat je denkt?

In zijn regeringsverklaring stelde Jan Peter Balkenende de bedreigingen eveneens centraal. «Politici moeten, net als iedere burger trouwens, zeker zijn van lijf en leden. Wij willen geen samenleving waarin iemand die voor zijn mening uitkomt, wordt bedreigd.» Later in het debat riep hij Mat Herben tot de orde. «Er mag nooit een verband worden gelegd tussen bedreigingen en stilstaan bij gevoelens in de bevolking», zei de premier.

Zowel voor de breed aanvaarde motie van Halsema als voor de regeringsverklaring geldt: het blijven vooral woorden. De «Rotterdamse aanpak» van het kabinet indachtig wordt het wellicht tijd de daad bij het woord te voegen. De slachtoffers van de dreigementen zouden weliswaar niet voor de haatdragende brieven moeten zwichten. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Belangrijker is dat het nieuwe kabinet ook duidelijkheid en daadkracht zal betrachten bij het opsporen en berechten van de mensen die zich met een e-mailtje, een envelop met kogels of een doorgeladen pistool in Nederland oppermachtig wanen. Naar dit soort burgers hoeft in een democratie nooit en te nimmer geluisterd te worden.