Bedrieglijke beelden

Begin januari berichtten de media over opmerkelijke demonstraties in Jeruzalem en Tel Aviv. Ultraorthodoxe joden eisten dat vrouwen, afgezonderd van de mannen, achter in een bus plaatsnamen, aan een bepaalde kant van de straat liepen en zich ‘gepast’ kleedden. Zelfs een hoogst zedig gekleed meisje van acht was de charediem te gewaagd. Ze bespuugden het meisje, maakten het uit voor hoer.
In sommige kranten waren foto’s te zien van ultraorthodoxe demonstranten in concentratiekampkleding. Eén foto toonde een jongetje dat, aangemoedigd door grijnzende mannenkoppen, zijn geboeide handen in de lucht steekt - een beeld dat de fotoredactie van de Volkskrant kennelijk deed denken aan een beroemde foto uit het getto van Warschau waarop een jongetje te zien is dat deel uitmaakt van een afgevoerde groep mannen, vrouwen en kinderen. Of het verstandig was die associatie aan de lezer kenbaar te maken en beide foto’s onder elkaar af te drukken is echter zeer de vraag. Om te beginnen zijn de louter visueel waarneembare verschillen veelvoudig en enorm. Ik noem er twee: het jongetje in Jeruzalem heeft handboeien om en draagt een davidster, het jongetje in Warschau heeft het een noch het ander. In het getto van Warschau droegen de joden trouwens geen gele ster maar, althans vanaf twaalf jaar, een witte armband. Maar al zou de imitatie van het jongetje in Jeruzalem perfect zijn geweest, dan nog is het de vraag of de krant die 'parallelle’ foto had mogen afdrukken: ze legitimeert er immers een - vermoedelijk door de demonstranten beoogde - vergelijking mee die ronduit absurd, schokkend en beledigend is. Zeker, het bijschrift geeft dat wel enigszins te kennen, maar dan is het kwaad al geschied. Veel 'lezers’ komen aan de tekst niet toe.
De foto uit Warschau is een van de foto’s die worden geanalyseerd in Kijken zonder zien, het ronduit onthutsende boek van historicus en holocaustkenner Gie van den Berghe. Het boek is het product van onvrede, verbazing en ergernis over de manier waarop er met historische foto’s wordt omgesprongen. Niet lukraak, maar toegesneden op de wensen, vooroordelen en verwachtingen van de gebruikers. Toegesneden in de letterlijke zin van het woord: vaak worden er uitsneden gemaakt waardoor 'oninteressante’ of onwelgevallige delen wegvallen, de tekst doet dan de rest.
Want foto’s, dat maakt dit boek nog eens met sterke voorbeelden duidelijk, zijn per definitie multi-interpretabel. Dat is inherent aan het feit dat het om een momentopname gaat, die altijd beperkt is. Wat gebeurt er buiten beeld? Wat gebeurde er eerder en later? In welk verhaal hoort het thuis? Onze blik gaat naar de randen van het beeld op zoek naar aanknopingspunten voor een context die we node missen, we willen het beeld plaatsen in het continuüm van het verhaal waar het ons niet meer dan een glimp van gunt. Het onderschrift vertelt dat verhaal en schrijft ons in hoge mate voor wat we zien. In die zin is het bijschrift of ook de verdere context van een foto belangrijker dan de foto zelf. Het kan een idyllisch tafereel veranderen in een gruwelscène.
Het meest krasse voorbeeld daarvan betreft een foto die in 1976 werd gemaakt in een Oost-Duitse crèche. We zien drie glimlachende kinderverzorgsters gebogen over vijftien peuters in gestreepte badkleding. Twee jaar later prijkte een uitsnede van die foto, zonder de verzorgsters en het grootste deel van de kindertjes, op de cover van een West-Duits christelijk maandblad, Stimme der Märtyrer, een blad dat zijn 'hulpacties’ tot het einde van de Koude Oorlog op de communistische landen richtte en daarna, ook nu nog, vooral op de islamitische landen. Volgens het blad gaat het om kinderen in gevangeniskledij van een Russisch concentratiekamp, waar ze zouden moeten verblijven totdat hun ouders werden vrijgelaten. In werkelijkheid komen de kinderen net uit bad, warm in een badjas met kap om te voorkomen dat ze kou vatten.
Het boek is ingedeeld in vijftien hoofdstukken die worden voorafgegaan door een foto zonder bijschrift. Dat geeft de lezer de gelegenheid zichzelf op de proef te stellen. Wat zie ik onmiskenbaar? Wat is twijfelachtig? Wat 'weet’ ik van deze foto, van eerdere afdrukken en de verhalen daaromheen? Het is hetzelfde soort oefeningen waartoe Hans Aarsman in de Volkskrant de lezer uitnodigt, met dit verschil dat het in Kijken zonder zien om historische foto’s gaat waarvan de meeste overbekend zijn en dus ook verknoopt met talloze verhalen. Die worden door Van den Berghe grondig getoetst, waarna er van geponeerde zekerheden vaak niets overblijft. Dat is bijvoorbeeld het geval met de beroemde foto van Robert Capa van een stervende soldaat in de Spaanse burgeroorlog. Ook over de oudste foto uit het boek, van twaalf communards in open lijkkisten (1871), is uiteindelijk weinig met zekerheid te zeggen, wat hem nog tot in de Tweede Wereldoorlog 'geschikt’ maakte als propagandamateriaal voor alle partijen.
De foto uit het getto van Warschau was niet bedoeld om mededogen met de slachtoffers op te wekken. Hij is onderdeel van een reportage die een trotse SS-generaal maakte van de door hem geleide Grossaktion: de vernietiging van de grootste joodse gemeenschap van Europa in april en mei 1943. De foto’s zouden van onschatbare waarde zijn als inspiratiemateriaal voor dichters en schrijvers, als trainingsmateriaal voor de SS en 'bovenal als bewijs van de lasten en opofferingen die de Noordse rassen en Duitsland moesten doorstaan om Europa en de wereld van de Joden te bevrijden’. Opdrachtgever Himmler zei later: 'Het Joodse volk zal worden uitgeroeid, dat is makkelijk gezegd (…) maar de meesten onder ons weten wat het betekent honderd lijken te zien, vijfhonderd lijken, duizend lijken. Dat doorstaan te hebben en daarbij (…) fatsoenlijk gebleven te zijn, dat heeft ons hard gemaakt.’

GIE VAN DEN BERGHE
KIJKEN ZONDER ZIEN: OMGAAN MET HISTORISCHE FOTO’S
Pelckmans, 205 blz., € 34,50