Ger Groot

Bedrog

Zolang Jack Abramoff niet al zijn zonden heeft opgebiecht, is het met de nachtrust in politiek Washington slecht gesteld. Corruptie op grote schaal was de specialiteit van deze succesvolle lobbyist, wiens bekentenissen de politieke carrière van het halve politieke establishment beloven te breken. Wanneer hij eenmaal zijn mond open doet, zullen we weten welke helft.

Terwijl oplichter Abramoff nog even zwijgt, praat oplichter Woo-Suk Hwang aan de andere kant van de oceaan honderduit. Ook aan zijn carrière als de meest succesvolle kloonspecialist ter wereld kwam een eind toen bleek dat hij cruciale onderzoeksresultaten met menselijke eicellen had vervalst. Sindsdien gaat Hwang door het stof en gelooft niemand meer iets van wat hij ooit ontdekt zei te hebben.

Zo verschillend als ze mogen zijn, die twee debacles vormen het voorlopige hoogtepunt van een vergelijkbare tendens. Bedrog en handjeklap blijken in het Amerikaanse openbare leven een hoofdingre diënt te zijn geworden, vooral daar waar politiek en economie elkaar ontmoeten. De machinaties rond Enron en Halliburton zijn van die corrupte moraal alleen maar de meest opvallende voorbeelden.

In de wetenschap is het met de eerlijkheid evenmin botertje aan de boom. De canard waarmee een van de natuurkundige toptijdschriften ooit een kernfusie op kamertemperatuur beschreef, is alweer bijna geschiedenis. Sindsdien halen berichten over vervalste onderzoeksresultaten, malafide researchers en getrukeerde conclusies met enige regelmaat de pers. Begin deze week bleek een gerenommeerde Noorse kankerspecialist een heel onderzoek uit zijn duim te hebben gezogen.

Waarom doet zo’n wetenschapsman zoiets, wanneer hij weet dat zijn onderzoek met argusogen wordt bekeken, nagevolgd, gecontroleerd en gecontrasteerd? Is zijn kans op ontmaskering niet oneindig veel groter dan in de politiek of economie, die het nu eenmaal moeten stellen zonder het keurslijf van blind-refereed peer-reviews?

Kennelijk niet, moeten we constateren. Iedereen doet wel eens domme dingen, maar het wetenschappelijke bedrog is te hardnekkig om het op individuele zwakheden te laten aankomen. Vrijwel alle onderzoekingen die konden uitgroeien tot een wetenschappelijk schandaal waren de onbarmhartige selectiecriteria van Science, Nature of The Lancet probleemloos gepasseerd.

Kennelijk is de pakkans van wetenschappelijk bedrog minder groot dan waar deze beroepsgroep zich graag op laat voorstaan. Dat af en toe een onverlaat betrapt wordt, zegt weinig over de onbekende bulk van de niet-ontdekte fraude, en iedere speculatie daarover dwaalt van het terrein van de feiten af naar dat van het geloof. Wie zich vastklampt aan haar bovenmenselijke status houdt de omvang daarvan op (bijna) nul. Wie haar menselijk, al te menselijk acht, is daarvan niet zo zeker.

Enige wetenschappelijke scepsis zou dus niet misstaan naast de schaamte waarmee de ontmaskerde onderzoeker zich onderscheidt van de ontmaskerde politicus of businessman. Met bedrog hebben die laatsten nu eenmaal een veel intiemere relatie. Na het Enron-schandaal bleken opgepoetste winstcijfers en creatieve boekhouding niet alleen in het Amerikaanse bedrijfsleven schering en inslag. Ook overheden vielen er graag op terug. Rond de millenniumwisseling leek de hele Amerikaanse economie van schone schijn aan elkaar te hangen.

Maar booming was ze wel. Dankzij het Amerikaanse succesverhaal verloor de euro een derde van zijn waarde en bleef het investeringsgeld westwaarts stromen, op de belofte van groeiende winsten en een solide economie. En daarmee werd die economie ook winstgevend en solide, tot op de dag van vandaag. Tegenover de realiteit van het harde geld werd die van het bedrog al snel een anekdote voor de borreltafel.

Economie en politiek hebben met elkaar de hang naar de fictie gemeen. Zij leven van de voorgespiegelde belofte en maken daarmee geen schuld maar realiteit. Zodra de gelovigen talrijk genoeg zijn, wordt de mythe vanzelf werkelijkheid: plots ziet de failliete boedel van de Verenigde Staten er bij uitstek kredietwaardig uit. Schadelijk is daarbij niet het bedrog, maar alleen het ontdekte bedrog, want met de ontmaskering verandert de realiteit.

Het illusionisme van politiek en economie is niet dat van de wetenschap, maar ook zij is in zekere zin zelfdragend. En ook bij haar zijn er soms private vices voor nodig om haar public virtue te bevorderen. Financiële verrijking bij de een, reputatieverhoging bij de ander vormen de stimulansen in een bestel dat cirkelt rond het angstaanjagende alternatief van hetzij groei en ondergang, hetzij publish en perish. En in beide gevallen kan de druk zo groot worden dat alleen het illusiespel van de oplichting nog uitkomst biedt.

Net zomin als de economie gaat de wetenschap daarbij aan gezichtsverlies ten onder. Ook zij heeft haar droombeelden nodig. Wat voor de economie de winst is, is voor haar de vooruitgang. Zonder het geloof daarin wordt zij zinloos. En als het daarmee soms niet zo vlotten wil, dan helpt zij een handje. Niemand merkt dat, en als het gebeurt is het meestal te laat. De wetenschapsgeschiedenis zit vol bedrog, maar dat heeft haar vooruitgang niet minder werkelijk en eens te meer mogelijk gemaakt. Ook in de kwestie-Hwang streek het wetenschap pelijk geheugen achteraf genadiglijk de hand over het hart.