Bedrog op alle fronten

Rick Moody
De wichelroedelopers
Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema
Contact, 606 blz., € 34,90

Dominee Duffy, die weet dat het vlees zwak is en de geest dwalend, worstelt in Rick Moody’s roman De wichelroedelopers met zijn zondagse preek. Zijn aangenomen en ‘verloren’ zoon Tyrone, beeldend kunstenaar en pizzakoerier in New York, is op de vlucht voor de politie; de vader zelf overdenkt zijn seksuele zonde. Zijn gezin, met twee adoptiekinderen, mist warmte. Wat moet hij opschrijven, wat kan hij zijn gemeente voorhouden? Hij heeft een hekel aan de ‘eindtijdonzin’ in de bijbel. Aanhangers van de Openbaringen van Johannes zwelgen in de oudtestamentische visioenen over valse goden, zondvloeden, plagen, het getal van het beest, het Lam met de zeven horens en zeven ogen en de val van Babylon. Allemaal spektakel voor mensen ‘die psychisch op het randje zitten of kampen met een forse dosis eigenwaan’.
Al in De ijsstorm (1994) omschrijft Moody het gezin als een mislukt systeem van trouw, als bedrog en als een reeks nutteloze machtsgrepen. Een ergere marteling dan familie bestaat niet. Maar ook taal blijkt bedrog. Mensen zijn in staat dit communicatiemiddel om te smeden tot intimidatiewapen. Er komt geen eind aan de vervalsingsmogelijkheden. In Amerikaans barok (1997), een roman over euthanasie in het klein en in het groot (kerncentralelekken), wil een wegkwijnende moeder de taal uitbannen ‘en daarmee het drama van de kwellende communicatie’.

Het bedrog op alle fronten – taal, gezin, seks, geld, woordkunst, tv, film – is Moody’s obsessie. De wichelroedelopers wil een grote roman zijn die niet alleen Dos Passos’ Manhattan Transfer (1925) en veel meer nog William Gaddis’ The Recognitions (1955) wil imiteren en in een modern New Yorks jasje steken, maar de laatstgenoemde roman vooral ook wil overtreffen. Dat laatste lukt niet, helemaal niet, omdat het Moody aan de typische Gaddis-combinatie van scherpe humor, literaire ernst en compositie-inzicht ontbreekt. Aan het slot van The Recognitions storten alle bouwwerken en kaartenhuizen met een vrolijk-ernstige noot in en is er een volmaakte afwikkeling. De wichelroedelopers loopt alleen maar leeg zonder dat de schrijver zijn personages tot de laatste zin volgt en verzorgt.

Maar Rick Moody’s poging The Recognitions naar de kroon te steken, een hopeloze inspanning, valt te prijzen. Liever een mislukking die respect afdwingt dan bloedeloze literaire middelmaat.

De wichelroedelopers wil een roman als een film of een tv-drama zijn, inclusief credits en titelsong aan het begin en een preview van wat nog komt aan het eind. Het caleidoscopisch vertelperspectief of het verspringend cameraoog dient om een totaalbeeld te presenteren van een op hol geslagen stad (New York) waarin de min of meer verslaafde personages jacht maken op de droombaan, de artistieke carrière en het grote geld in de wereld van de film: van taxichauffeur tot tv-regisseur. Die wereld omschrijft Annabel Duffy, aangenomen dochter van dominee Duffy, als ‘vraatzucht, egoïsme, grootheidswaan, chocoladeverslaving, pathologisch liegen, ongebreidelde seks, dwangneuroses…’ Het zit allemaal in De wichelroedelopers. De titel van de roman is ook de titel van een dertiendelige tv-miniserie, een familiekroniek van vele generaties beginnend met de Mongoolse horden, Attila de Hun en Zoltan de Hongaarse wichelroedeloper. Bedenker en eerste auteur is Annabel Duffy, maar dankzij de jacht op succes en de hysterische geruchtenmachine in de film_-scene_ krijgt de serie bijna mythologische proporties. Iedereen wil eraan meedoen, niemand wil deze boot missen. Het is aan de lezers om waarheid en leugen, dikdoenerij en talentloosheid, eenzaamheid en donutverslaving uit elkaar te houden.

De wichelroedeloper blijkt het codewoord te zijn voor alles wat romantisch is, en de Moody-romanticus staat aan de kant van ‘de onderdrukten en vertrapten’. Maar de rat race kan niet zonder verdraaiing van de waarheid. ‘Het bedrog is veel gelaagder dan de waarheid. De waarheid is een blokhut met een lemen vloer. Het bedrog is een huis met verborgen trappen, verlaagde plafonds en stiekeme butlers.’

En toch gaat het uiteindelijk niet om dat New Yorkse huis maar om die blokhut in De wichelroedelopers. Die hut is van de burgerlijk ongehoorzame Thoreau en heet Walden, gelegen in de negentiende-eeuwse ongerepte bossen bij Concord, Massachusetts. Tyrone Duffy, via zijn vader vluchtend voor de politie die hem ten onrechte verdenkt van het molesteren van een kunstcritica met een baksteen, komt terecht in een samenzwering van milieuactivisten. Volgens hen is de donut een symbool voor de maatschappelijke machteloosheid van de mens en moet die Amerikaanse, cirkelvormige zoetigheid worden aangepakt. Daarom beramen de activisten een brandbomaanval op een filiaal van donutmagnaat Krispy Kreme in Concord. Maar hun burgerlijke ongehoorzaamheid is niet die van de bewuste belastingontduiker en natuurfilosoof Thoreau.

De wichelroedelopers gaat over machteloosheid én over hoop, over dorst van alcoholici én over artistieke dorst naar werkelijke zeggingskracht en spirituele ervaringen. De op de vlucht geslagen Tyrone Duffy heeft niet toevallig zijn energie gestoken in het wegstrepen van zinnen in romans van schrijvers. Het zijn zijn zogenaamde dorstschilderingen ‘waarin bepaalde woorden worden uitgelicht als om in het werk verborgen patronen aan te geven…’ Het woord ‘dorst’ groeit in zijn palimpsestwerk (zie ook The Recognitions) uit tot hoop op heldere leefpatronen. Want wat is de wereld zonder dromers en kunstenaars? ‘Hoop is blauw als het ei van een roodborstje, weggestopt tussen de bladzijden van een boek, als een bloem in victoriaanse tijden. Hoop is een geparfumeerde envelop, en ze voelt iets veerkrachtigs in haar tred.’

Aan de vooravond van de definitieve uitslagen van de moeizame presidentsverkiezingen van 2000 (Al Gore of George Bush; Florida hertelt en hertelt) zingt het rond van de geruchten, samenzweringen en leugencampagnes via het wereldwijde web van gsm en internet. De stad, ook de woestijngokstad Las Vegas, blijft een Babylonische spraakverwarring. Wat anders te doen dan die taalvloed te keren door, net als Tyrone Duffy, rigoureus zinnen weg te strepen tot de kern – zo’n dorst – overblijft? Wie het veel te lange De wichelroedelopers op die manier leest, houdt een handvol minivertellingen en een paar prachtige opsommingen over, verhalen als literaire ontkiemingen in een woestijn met hier en daar een fata morgana waarnaar de lezer dorst.