Beelden alleen met het licht en de dingen

Giorgio Morandi: La maturit, t/m 12 mei, Teylers Museum, Haarlem
Het werk van Giorgio Morandi toont voornamelijk vaasjes, flesjes, potjes in subtiel verschuivende grijstinten. Ze zijn in alle mogelijke schakeringen tussen solide en transparant geschilderd. De vaten zijn niet hol en klinken dus ook niet hard. De edele eenvoud en stille intimiteit van de kleine doeken raken gevoelige snaren bij het publiek, dat met drommen opstoomt naar Teylers Museum in Haarlem.

Morandi (1890-1964) wordt wel beschouwd als een twintigste-eeuwse monnik die, los van het avantgardestrijdgewoel, zijn aardse zinnen kastijdt om hogere waarheid deelachtig te worden. In zijn cel is hij helemaal alleen met het licht en de dingen, die zachtjes ademen om de stilte die hij probeert vast te leggen niet te verstoren. Hoewel Morandi zijn voorwerpen afplakte opdat ze niets zouden weerkaatsen, lijken de subtiele tonen elk type weersgesteldheid te reflecteren. De flesjes schurken zich rillend tegen elkaar aan, staan verwachtingsvol in het gelid, rekken zich loom uit of leunen druilerig tegen haakse penseelstreken.
Een handtekening lijkt een profanatie van zo een gewijde ruimte. Toch signeerde Morandi verreweg zijn meeste werken. Als je erover nadenkt, zijn er veel manieren om een schilderij te signeren. Het ligt voor de hand om te wachten tot je doek helemaal af en droog is, maar Morandi werkte in de natte verf en kraste ook zijn naam in de verse penseelstreken, meestal met een platte kwast, soms met rond penseel - op een paar stillevens die hij het jaar voor zijn dood maakte zelfs met de achterkant van zijn penseel. Doorgaans gebruikte hij dezelfde kleur als de ondergrond, soms een donkerder tint, soms een lichtere. Een enkele keer breekt een zelfbewuster kunstenaar door als hij zijn naam in rozevingerige halen op een lichtgrijze ondergrond poot. Meestal zet hij hem echter in bijna beschaamd grijs op grijs, in een op het eerste gezicht onbetekenend vlak, op veilige afstand van het flessengedrang. Voor wie erop blijft letten, wordt doek na doek duidelijker dat ze deel uitmaken van de compositie: zoals Morandi een aardverschuiving kan bewerkstelligen door de positie van een vaasje of de kleur van het licht een weinig te veranderen, zo brengt hij zijn voorstellingen in en uit en weer in evenwicht door zijn handtekening te verplaatsen. Precies in het midden onder de dingen brengt ze een levenloos, klassiek evenwicht tot stand; een beetje naar links houdt ze de schaduw van de flesjes rechts in balans.
Hier zwijgen kunstkritiek en kunstgeschiedenis, om het publiek verder alleen te laten met de grijze potjes en vaasjes. De eerste vier weken van de expositie hebben al vijfentwintigduizend mensen meegevibreerd met de ziel van Morandi. Dat is vijf keer zo veel als het gebruikelijke gemiddelde. Ongetwijfeld grootdeels de verdienste van de glanzende nieuwbouw die Teylers Museum in een klap langszij de actieve, dynamische musea in Nederland heeft gebracht. Be halve een flink cafe (het publiek stelt hoge recreatieve eisen) is dat dank zij de grote, hoge expositiezaal waar zowel kunst- als wetenschappelijke tentoonstellingen het goed zullen doen. Belangrijk neveneffect is dat de oude kunstzalen niet meer ontruimd hoeven te worden voor exposities: tientallen schilderijen zijn ineens uit de depots naar boven gehaald en op de oorspronkelijke negentiende-eeuwse wijze opgehangen, in rijen boven elkaar en hierarchisch-symmetrisch: uiterst links en rechts stillevens, daarnaast genretaferelen en in het midden de grote historiestukken.
Van het patina van de stilgestane tijd dat van Teylers een uniek museum maakte, is met de nieuwbouw wel het een en ander afgepulkt. Voor de beroemde tekeningen- en prentenverzameling van vijftienduizend stuks, waarvan er altijd beroerd weinig achter de befaamde gordijntjes hingen, is er nu een heus prentenkabinet. Maar met de restauratie van de schilderijenzalen in hun oude luister toont Teylers nog steeds de museumgeschiedenis: een museum van het museum.