TELEVISIE

Beeldhouwer=componist

Kunststof

Doodstil bleef het, na Michel van der Aa’s opera After Life. Kom er eens om bij uitvoeringen van serieuze muziek waar steeds vaker idioten laten merken dat zij weten dat het afgelopen is en dat zij bepalen dat dit een uitzonderlijke uitvoering was door op te springen, als een idioot te klappen of bravo te roepen – niet in de eerste seconde van de stilte maar in het pianissimo slotakkoord zelf (een andere idioot zou ze voor kunnen zijn). Klootzakken die de gebundelde aandacht van een groot publiek na collectieve ervaring stukslaan en stilte vernielen die bij veel werken het allerlaatste akkoord zou moeten zijn.
Ja, we waren een goed publiek in het Muziektheater, want ook tijdens de uitvoering was er nauwelijks iets te horen dan wat Van der Aa, solisten en Asko/Schönberg ons te bieden hadden. Dwingend, bindend was het, dankzij ‘uomo universale’ Van der Aa: componist, librettist, regisseur, filmer. En dankzij thematiek die wezenlijk en confronterend is: welke ene herinnering neem je mee de eeuwigheid in – alle andere verdwijnen. Extra confronterend in gevorderde levensfase, maar universeel genoeg: het was immers de jonge Van der Aa die een Japanse film met dit thema zag en er opera van maakte. Het was zondagse matinee, dat toevluchtsoord voor bange, moede oudjes. Er was minder publiek dan had gemoeten (operapubliek is gemiddeld conservatief) – maar ik zag wel meer jonge mensen dan op een zondagmiddag Mozart of Verdi. En die waren zeker niet alleen door muziek maar ook door thematiek geraakt. Jammer van de toon waarop gesproken wordt over ‘vergrijzend publiek’, alsof wij eczeem zijn dat al die leuke jonkies weghoudt die onze aanblik en geur kennelijk niet verdragen: genoeg kunst genoten, ouwe, terug in je aanleunwoning. Jammer ook dat de uitvoerenden bejubeld werden maar de aanstichter onzichtbaar bleef. Met applaus bedankt publiek altijd naast uitvoerenden ook de dode Monteverdi en Bartok. Hebben we een levend talent, verschijnt hij niet.
Omdat hij in Kunststof tv zou komen spoedde ik me naar huis. En werd voor de tweede keer die middag beloond. Aan tafel Van der Aa met de angelieke blik, componist/dirigent/dichter Micha Hamel, programmeur van de Nederlandse Muziekdagen, en trompettist Eric Vloeimans. Een briljant trio, geestig, bevlogen en ernstig dooreen met Joost Karmans als bekwame verkeersleider. We kregen een stukje uit Amadeus. Afgezaagd, vond ik. Maar het bleek toepasselijk: Hamel had als jochie pas door die film begrepen dat de muziek die hij instudeerde niet zomaar op een stuk papier bestond maar door iemand bedacht was. En besloot componist te worden. Ik herinnerde me een musicoloog die ooit op Radio 4 Schumanns Vogel als Prophet liet horen en ons smeekte te beseffen dat dat bekende stuk niet had bestaan voor Schumann het in zijn hoofd hoorde en opschreef. Open deur misschien, maar ook een wonder, inderdaad. Alle muziek was ooit eigentijds en nieuw. Er ligt een brok marmer, zei Hamel over componeren, en de beeldhouwer=componist moet daar hard werkend een beeld=stuk van maken. Dat kan niet zonder liefde, maar je haat het werk ook. Van der Aa stemde in. Het is trouwens vaak de moeite waard op Nederland 2, op zondagmiddag om 17.30 uur. Net als op vrijdagavond 22.50 uur, waar de nieuwste dramareeks One Night Stand is begonnen. Wie de eerste, Maite was hier van Boudewijn Koole miste raad ik uitzendinggemist.nl aan. Later meer over dit project voor jonge scenaristen en filmers.

Kunststof, zondag rond half zes, Nederland 2