Kunstenaar Ra Paulette  

Beeldhouwer in de woestijn

Ergens diep in New Mexico zijn grotten te vinden zoals ze nergens anders te vinden zijn. Uitgehakt, gesneden en geschuurd door kunstenaar Ra Paulette. Wonderlijk mooi.

We rijden half oktober met een klein gezelschap door de woestijn van New Mexico, USA, in de buurt van Taos. Het is koud, ’s nachts vriest het hier, overdag schijnt de zon, soms is het dan zelfs warm. Kaal en desolaat land. We zijn op weg naar de grotten van Ra Paulette, kluizenaar en kunstenaar, die sinds 1983 in zandstenen grotten van de uitlopers van de Rocky Mountains de merkwaardigste bouwwerken uithakt, snijdt en schuurt. Pierre Delattre (71), schrijver en sinds een jaar of tien vooral schilder, licht ons onderweg over Ra in. Hij is met hem bevriend, bezoekt hem vaak, treedt regelmatig als zijn woordvoerder op omdat Ra niet graag in de openbaarheid komt. Nog een week geleden beklommen ze samen een berg in de omgeving, waarbij hij de uitputting nabij was, maar Ra kwiek en gezellig naast hem ging. Soms was hij ineens verdwenen, het ravijn ingedoken dacht hij, maar een paar uur later kwam hij weer terug, uit een heel andere richting. ’s Nachts hebben ze in de buurt van de top een dans uitgevoerd.

Onderweg steken we de rivier de Rio Grande over, hij glinstert en kronkelt honderd meter beneden ons in een rauw ravijn.

Ra is een groot kenner van de heuvels en de bergen hier. Hij is een mythe, nu al, woont afgelegen, verdient nauwelijks iets, en richt grotten in volgens een geheel eigen raadselachtig beeldjargon. Ik zie iemand voor me die vreemde spreuken prevelt en mij op trage en dwingende toon tot iets verschrikkelijks wil bekeren, maar Pierre overtuigt me ervan dat het allemaal meevalt. Romanticus in optima forma, dat wel natuurlijk, wereldverzaker en mysticus, dat vast ook, maar geen goeroe of halve gare met een boodschap. Hij begon misschien puur uit liefdesverdriet zijn grotten uit te hakken, zoals alle kunstenaars, zegt Pierre. Liefdesverdriet, misschien heeft hij nog gelijk ook.

Ra bouwde eerst waterputten bij boerderijen hier, hij had een mooie carrière voor de boeg. Op een dag verliet zijn vrouw hem met zijn beste vriend, dit alles volgens de wetten van een oeroud verhaal. Hij hield op met zijn veelbelovend bestaan, vestigde zich in een afgelegen gebied van New Mexico en begon met engelengeduld zijn grotten in te richten, uit te hakken. Je hebt meer Amerikanen die deze route volgden en nog steeds volgen: weglopen uit de maatschappij, niet meer mee willen doen. Pierre heeft ons nieuwsgierig gemaakt, volgens hem is Ra bijzonder, een kunstenaar in hart en ziel, geen gewone hippie. En wie nu al bijna twintig jaar ver van de bewoonde wereld grotten uithakt verdient geen scepsis meer. Ik ook altijd met mijn wantrouwen.

Er zijn nu in totaal dertien grotten, waarvan er een paar bijzonder groot zijn. Wij mogen er vandaag bij hoge uitzondering twee bezoeken. In het begin liet Ra wel bezoekers tot de grotten toe, hij gaf rondleidingen, verdiende daar wat geld mee, een handige reisorganisator verzorgde zelfs geheel verzorgde trips, met na afloop van de rondleidingen een maaltijd in een restaurant. Hij dreigde zowaar een bezienswaardigheid te worden. Soms vonden er zelfs ceremonies plaats, huwelijksinzegeningen, begrafenisceremonies, bijeenkomsten van oudere hippies. Hij is ermee gestopt, het gaf te veel gedoe, mensen beschadigden de grotten, ze verstoorden de rust. En nu komen er hoogst zelden bezoekers.

Na een uurtje rijden begint Pierre onrustig te worden, hier ergens zou Ra op ons wachten, de weg is verlaten, rechts stijgen ruwe heuvels omhoog, ze gaan over in bergen. Tegenliggers zijn er al lang niet meer. Dan links een stokoude rode pickup. We draaien de weg af en stappen uit. Ra is een vriendelijke man van een jaar of vijftig, hij draagt een baseballpetje en geeft ons een hand. Hij ziet eruit als een bouwvakker, om geld te verdienen werkt hij af en toe in de bouw. Wij rijden zonder veel plichtplegingen achter hem aan over een totaal onberijdbaar pad, een paar honderd meter omhoog de bergen in. Dan stoppen we, we zijn nu blijkbaar vlak bij de grotten en de weg houdt op. Ra houdt zich duidelijk nog wat gedeisd, wel heb ik het idee dat hij ons scherp opneemt. We lopen langzaam omhoog, Ra en Pierre lopen voor ons uit. Als we even stilstaan wijst Pierre in de verte omhoog, je kunt daar volgens hem een raam zien. Een raam? Ja, hij voorziet sommige grotten van ramen. Ik zoek de ruwe rotsen af en zie eindelijk een glazen daklicht, verdomd, een raam. We lopen langzaam verder, het is verdraaid warm, de zon brandt op mijn kop. Hoe warm is het hier in de zomer? vraag ik aan Ra. Ver over de veertig graden, soms vijftig. In de grotten is het koeler, zegt hij er geruststellend bij. Puffend en hijgend staan we eindelijk bij de ingang. Ik heb eerst geen zin naar binnen te gaan, het kan alleen maar tegenvallen, denk ik, al die mooie verhalen vooraf, dat wordt nooit wat.

Maar binnen valt alle scepsis van me af. Ik sta in een reusachtige witte grot, die tot op tien meter hoogte in de berg is uitgehakt, in een grote zaal sta ik, omringd door hoog oprijzende witte wanden waarin Ra met verbluffende overtuiging en precisie ornamenten heeft uitgehakt, gebeiteld en geschuurd. De wanden van de grot zijn aan alle kanten versierd met merkwaardige beeldhouwwerken, linten, bladachtige haksels, soms lijken ze op grote vogelklauwen, op harten, op fantasie-ornamenten. De grot is zeer uitgebreid, er zijn tunnels uitgehakt waar we eerst aarzelend doorheen lopen, we komen in kleinere zijzalen, allemaal voorzien van dezelfde raadselachtige versieringen. Ik sta perplex, loop verbijsterd rond, maak foto’s, maar besef dat dit niet te fotograferen valt, misschien slagen anderen erin betere foto’s te maken. Ra staat er rustig bij, hij kent de verbazing van bezoekers, dat is duidelijk. Ik kan me niet voorstellen dat één man dit voor elkaar heeft gekregen. How long did it take you? Deze grot ongeveer vier jaar. Zes dagen per week hakken, schuren en schaven, in het begin ook wel met machines, maar dat blijft behelpen, het geeft ook enorm gestuif, het meeste gaat met de hand.

Als we van onze verbazing en bewondering bekomen zijn, luisteren we naar zijn uiteenzetting. Hij zoekt altijd naar geschikte zandsteengrotten en als de vorm hem bevalt begint hij eraan te werken. Niet volgens een vooropgezet plan, hij werkt niet met tekeningen. Hij begint gewoon, de ornamenten vallen hem tijdens het werken in en als ze hem toch niet bevallen, wat ook gebeurt, dan hakt hij ze weg en vervangt hij ze door andere. Het zijn geen voorstellingen van iets, bezoekers zien er wel eens iets in, maar daar gaat het niet om. Hij weet niet precies waarom hij eraan begonnen is, hij wil een statement maken en mensen een ervaring bezorgen, dat is alles. Erg veel boodschappen naar de wereld heeft hij er niet mee, we moeten maar zelf kijken. Hij praat er rustig over, niet op dwingende toon, we hoeven het er niet mee eens te zijn. Hij beseft ook dat zijn ambities niet groot lijken, maar het gaat hem niet om beroemdheid, daar pleiten zijn grotten juist tegen. Hij beseft dat het paradoxaal is wat hij onderneemt: hij wil via kunst mensen een ervaring (‘an experience’) bezorgen, maar laat nauwelijks mensen tot zijn kunstwerken toe. Joseph Beuys maar dan zonder diens verlangen naar publiek. De kunstwereld interesseert hem niets, het lijkt hem niks om in musea te moeten hangen of staan. Zulke werelden zijn niet zijn werelden.

Een uurtje later gaan we naar een andere, kleinere grot, over onbegaanbaar terrein, we moeten klauteren. Stilte, witte wanden, fraai geschuurde wanden, we staan er verbijsterd in rond te kijken. Achter een van de ramen verheft zich een kleine ratelslang. Over deze grot heeft hij een half jaar gedaan.