Beeldje aap

HET RIJTJE populieren aan de rand van een Lelystads industrieterrein kan de krachtige polderwind nauwelijks keren. Een hoge kraan hijst stalen balken schommelend de lucht in. Aan de grond geven verkleumde bouwvakkers aanwijzingen. Achter hen verrijst een grauwe hal.

Het is vrijdagochtend, vroeg. De pootjes van het statief zakken weg in de dikke laag blubber die het bouwterrein bedekt. Met gebogen rug, af en toe de neus ophalend, tuurt cameraman Rodney van Dekken door de lens. Hij ziet een enorme kiepwagen op zich afkomen. Hij blijft filmen tot het hele beeld in beslag wordt genomen door één enkele koplamp. De bestuurder steekt zijn gehelmde hoofd uit het raampje: ‘Zo goed?’ Verslaggever Harry Severens steekt zijn duim op. We gaan de grauwe hal binnen. Timmerlieden, stukadoors en lassers zijn druk in de weer. Van Dekken knijpt zijn filmende oog tot een spleet als hij inzoomt op een helblauwe lasvlam. Ineens is het helemaal donker. Iemand heeft zijn hand op de lens gelegd. 'Wie bent u? Heeft u toestemming hier te zijn?’ Severens doet een stap naar voren en haalt een perskaart tevoorschijn. 'Omroep Flevoland TV, opzichter. Wij hebben gesproken met de directeur.’ REGIONALE televisie-omroepen. Sinds Aad Nuis, de vorige staatssecretaris van Media wettelijk de mogelijkheid bood een tientje extra te heffen op de omroepbijdrage, is hun aantal explosief gegroeid tot twaalf. Omroep Flevoland TV is de jongste loot aan de stam. 'We zijn met televisie begonnen omdat er in de mediawet ruimte voor kwam. Het leek ons wel wat. Ervoor deden we alleen radio’, zegt chef nieuws Dirk van Egmond. Na anderhalf jaar uitzenden kreeg Omroep Flevoland TV vorige week de eerste kijkcijfers gepresenteerd. Het gemiddelde weekbereik, zo mat de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek, was 44,2 procent. Bijna de helft van alle Flevolanders met een televisie stemt dus wel eens op ze af. Elke doordeweekse dag zendt Omroep Flevoland TV een journaal, een weerbericht en een achtergrondbijdrage uit. De uitzending begint na het NOS-journaal van 18.00 uur en wordt volgens het 'cineacmodel’ herhaald tot diep in de nacht. BUITEN FLUITEN de bouwvakkers. Uit een auto komt mevrouw Van de Brink gestapt. Ze is werkzaam bij de provincie Flevoland. Van Dekken stelt haar op voor een bak met puin. 'Deze biologische melkfabriek wordt gebouwd met subsidie van de Europese Unie’, zegt Severens als de camera loopt. 'De provincie beslist over wie in aanmerking komt. Wat moet een ondernemer doen om in aanmerking te komen?’ Mevrouw Van de Brink krijgt een pluizige microfoon toegestoken. 'Het wordt wel een beetje een saai onderwerp’, geeft Severens eerlijk toe als we even later weer behaaglijk in het busje zitten. 'Toch zullen we die rapporten moeten draaien op het provinciehuis.’ Van Dekken zucht. Midden in Lelystad parkeren we voor een rood bakstenen gebouw met zwarte ramen waar meeuwen krijsend omheen vliegen. Voor de draaideur stampen Severens en Van Dekken modder onder hun schoenen vandaan. 'Documenten over verdeling van EU-gelden? Ik zal eens bellen’, zegt een verbaasde receptioniste. Wat later schuift een lift open. Een loopjongen overhandigt de dankbaar buigende Severens drie promotiefolders. Hij spreidt de folders uit over de vloer. Van Dekken filmt. Passerende ambtenaren houden belangstellend halt. We lunchen op Urk. Verslaggever is Severens eigenlijk maar twee dagen in de week, vertelt hij na een hap haring met uitjes. De andere dagen werkt hij voor een bedrijf gespecialiseerd in mediacommunicatie. Niettemin zegt Severens als geen ander te weten dat je mensen altijd kritische vragen moet stellen. 'Anders moeten ze niet voor mijn camera gaan staan.’ Van Dekken, aan de kibbeling: 'Maar als je ziet dat iemand heel erg zenuwachtig is, geef je de vragen toch altijd van tevoren?’ Severens: 'Dan wel. Logisch ook dat ze zenuwachtig zijn. Het komt wél op televisie. De hele provincie kan je zien.’ OOK RICK van der Ploeg, de huidige staatssecretaris voor de media, is erg gecharmeerd van regionale televisie. Voor hem is het een belangrijk wapen in de strijd tegen de in zijn ogen zo verderfelijke commerciële televisie. 'Ook in de regio moet commerciële concurrentie het hoofd geboden worden’, schrijft Van der Ploeg in De uitzending, een bundel portretten van regionale omroepen. De omroepen zelf houden er heel andere uitgangspunten op na. Interim-directrice Els de Graaff: 'De Flevolanders moeten het Flevoland-gevoel ontwikkelen. Ze zijn nog niet zo ver als de Groninger, de Drent of de Fries. Het is onze taak om de luisteraars en kijkers dat trotse gevoel te geven.’ OP EEN BLAUW bestelbusje na is het erf verlaten. Een wit gordijn wappert uit een open raam. Maar ook na lang bellen doet niemand bij de afgelegen boerderij open. Wel komt uit het busje een man tevoorschijn. Hij is van heemraadschap Fleverwaard. 'Ik ben gevraagd met een regenmeter langs te komen’, zegt hij. 'Een regenmeter?’ Severens bladert door het draaiboek. 'Dit item gaat over het provinciale project Akkerrandenbeheer. Wat heeft een regenmeter daarmee te maken?’ De man haalt een zilverglimmende emmer ter grootte van een melkbus tevoorschijn. 'Dit is ’m. We plaatsen hem in de sloot om mogelijke drift op te vangen.’ Severens: 'Drift?’ 'Spuitvloeistoffen die met wind over het veld waaien’, zegt de man. 'Naar plekken waar het niet terecht zou moeten komen. Gekozen is voor een roestvrijstalen regenmeter om aanhechting van middelen te voorkomen.’ Van Dekken vraagt of de man de regenmeter voor het oog van de camera in de sloot zou willen plaatsen. De man ritst zijn lieslaarzen dicht. Als Omroep Flevoland er niet was, wil Severens weten, had hij die emmer dan ook geïnstalleerd? 'Nee’, zegt de man. 'Het is puur ter demonstratie.’ Met de regenmeter daalt hij de glibberige helling af en waadt de sloot in. 'Nou laat ik wat water in de emmer omdat die sloot zo verrekte diep is en de emmer zou gaan drijven. Dat moet u maar niet filmen. De bedoeling is natuurlijk dat de emmer leeg in de sloot geplaatst wordt, anders is het onderzoek vals.’ Er komt een heftruck het erf op. Het is de boer. 'Wie is die man in mijn sloot’, wil hij van Severens weten. 'Dat leg ik u nog wel uit’, zegt Severens. Eerst wil hij weten of de boer meedoet aan het project Akkerrandenbeheer. Dat blijkt zo te zijn. Als Van Dekken de camera op hem richt zegt de boer: 'Ik ga niet in beeld als u dat soms dacht. Met de pers wil ik niets te maken hebben. In het Agrarisch Dagblad hebben ze me ooit helemaal verkeerd geciteerd.’ Twee auto’s draaien het erf op. Lea Crijns en Janine Bos, beiden van de provincie, stappen uit. 'Goddank zijn jullie gekomen’, zegt Severens. 'Zijn we hier toch niet voor niks.’ Ombeurten geven de doodzenuwachtige vrouwen voor de camera uitleg over het project Akkerrandenbeheer. 'Zeg, ik ga ervandoor’, zegt de man van het heemraadschap die uit de sloot is geklommen. Hij gaat achter het stuur zitten. Op weg naar de studio in Almere legt Severens Van Dekken uit wat het project Akkerrandenbeheer nou eigenlijk behelst. 'Het gaat erom dat boeren op een bepaalde manier omgaan met hun akkerrand. Door die te beplanten met bloemetjes en kruiden houdt zo'n boer tijdig op met spuiten, waardoor de giftige nevel niet in de sloot terechtkomt.’ Van Dekken knikt, wijst dan op een indrukwekkende rij windmolens die te zien is als je over de Ketelbrug Oostelijk Flevoland binnenrijdt. Met een tientje extra omroepheffing in een dunbevolkt gebied als Flevoland is niet alle financiële nood gelenigd. Daarom schiet de provincie bij. Jaarlijks met vier miljoen. Het totale televisiebudget van Omroep Flevoland komt zo op 5,3 miljoen. Dat het geld niet altijd even verstandig wordt gespendeerd, blijkt uit het feit dat Omroep Flevoland er twee vestigingen op nahoudt. Een in Lelystad en een tweede in Almere. Die in Almere moest er komen, vond toenmalig directeur Gerard Schaaf. De ingezetenen van het welvarende en explosief groeiende Almere zouden te trots zijn om telkens af te reizen naar het in velerlei opzichten zo mislukte Lelystad. Schaaf is inmiddels op non-actief gesteld. Het praktische ongemak van twee studio’s, daar hebben ze bij Omroep Flevoland mee leren leven. Van Egmond: 'We vergaderen in Lelystad via de intercom met Almere. Technisch personeel moet pendelen. De bedoeling is wel dat we binnen afzienbare tijd weer teruggaan naar één locatie. Lelystad of Almere - daarover zijn de meningen nog verdeeld.’ Kiezen voor Almere lijkt het meest logisch. Daar wonen de meeste mensen en heb je in ieder geval de meeste kans dát er iets gebeurt. In Lelystad heb je alleen het provinciehuis en de Kamer van Koophandel. Kunnen ze niet beter op Urk gaan zitten? Het duurt immers nooit lang voor de gereformeerden ladderzat uit hun illegale zondagscafés tevoorschijn kruipen om een shoarmatent te belagen. Maar misschien maakt het ook helemaal niet uit waar je je bevindt. Het belangrijkste nieuws is toch de verkeersongevallen en die hebben plaats op tussenliggende wegen. Van Egmond is dergelijke meesmuilende opmerkingen wel gewend. 'Er zou niets gebeuren in Flevoland. Onzin. Het nieuwsaanbod valt wel eens tegen, maar er is meer dan we dachten toen we met televisie begonnen. We moeten actief zoeken. Dat levert wel creatieve journalistiek op.’ Interim-directrice De Graaff is wat realistischer. 'In Flevoland is een rotte aardappel al nieuws.’ SEVERENS en Van Dekken gaan monteren. In de Almeerse opnamestudio spreekt nieuwslezer Jeroen van der Laan de journaalitems van vanavond in. 'Staatssecretaris Remkes was vandaag op bezoek in Flevoland. Den Haag gaat onderzoek doen naar de hoge huurprijs in Almere, liet Remkes zich ontvallen. Verder een bijdrage over een in aanbouw zijnde biologische melkfabriek in Lelystad. En aandacht voor het project Akkerrandenbeheer van de provincie Flevoland. Natuurlijk sport. Voetbal, korfbal en de Flevolandse sportverkiezingen.’ Even later in de kantine. Van der Laan veegt een restje schmink achter zijn oren weg. Hij is nog maar een paar maanden presentator maar wordt nu al herkend op straat. Van der Laan: 'Zeggen ze zomaar hallo tegen me. Een regionale persoonlijkheid zijn is niet altijd leuk. Soms opmerkingen over de uitzending. Veel kritiek van Almeerders dat we de triatlon niet live uitzonden.’ VERSLAGGEVERS Leo Schouwenaar en Marco Penninkhof schuiven aan. Zij hebben vandaag het item over het bezoek van Remkes aan Almere gemaakt. Ook bureauredactrice Linda Sterkenburg komt erbij. Het gesprek gaat over de grote primeur die ze vorig jaar hadden. Sterkenburg: 'Bij de Stichting Aap, een opvang voor verwaarloosde uitheemse diersoorten, was een gorilla losgebroken. Hij rende kriskras door Almere. Live vanuit de auto hebben we die gefilmd. Beelden zijn overgekocht door Jeugdjournaal en RTL.’ 'Overgekocht’ worden en dan landelijk te zien zijn, vertelt Penninkhof, is de ultieme kick voor de regionale reporter. Grootste landelijke afnemer van Omroep Flevoland blijkt het commerciële SBS6 te zijn, vooral de programma’s Actienieuws en Hart van Nederland. Penninkhof: 'Als we een ongeluk filmen zijn we heel netjes. Kentekens laten we niet zien.’ Schouwenaar: 'Meestal zijn die door de berger toch al dubbelgevouwen.’ Ruw materiaal geven ze nooit uit handen. Ook niet als een slachtoffer het nodig heeft om voor de verzekering iets aan te tonen. Sterkenburg: 'Ze zijn welkom om hier op de monitor de uitgezonden beelden terug te kijken. Sommigen kicken daar echt op. Komen ze uit het ziekenhuis op krukken hier binnen.’ Mooie herinneringen bewaren ze aan een gekantelde veewagen. Schouwenaar: 'De losgeslagen kalveren veroorzaakten me een verkeerschaos!’ Die aanrijding op de A6 dan. Penninkhof: 'Wij parkeren de auto op de vluchtstrook. Moesten we doorrijden van een agent. De cameraman kreeg een boete. De eindredacteur heeft een uur op het bureau onderhandeld over kwijtschelding.’ Daarop vroeg de politie ze eens of ze beelden van een kettingbotsing op de Stichtse brug wilden afstaan. Schouwenaar: 'Mooi niet dus.’ De regionale verslaggeverij, het is niet zonder risico. Schouwenaar: 'Bij branden ben ik als de dood voor asbest, let ik altijd op de windrichting.'Sterkenburg: 'Toen met die aap, wij in die auto. Dat was tamelijk bedreigend.’ Penninkhof: 'Urkse jongeren die ik filmde mepten naar de camera.’ AL KOM JE ZE de volgende ochtend tegen bij de bakker, over autoriteiten mag je best kritisch zijn. Penninkhof: 'We passen er wel voor op een instrument van ze te worden. Daar hebben we een journalistieke opleiding voor gehad.’ Schouwenaar: 'Ik laat me echt niet voor een karretje spannen.’ Penninkhof geeft een voorbeeld. Stel, een jeugdplaats wordt gesloten omdat bewoners van een appartementenflat bij Almere Parkwijk hebben geklaagd over skatende jongelui. Hij zendt het uit. Wordt hij de volgende dag gebeld door de wethouder. Die wil wat toevoegen. Penninkhof: 'Dan zeg ik, tuurlijk wethouder, kom maar naar de jeugdplaats die onder uw verantwoordelijkheid gesloten is.’ Schouwenaar: 'Laatst belde de burgemeester van Urk. Hij vroeg naar aanleiding van die rellen twee minuten zendtijd. Dat doen we dus niet.’ Dat de Flevolanders het afgelopen anderhalf jaar steeds meer het Flevoland-gevoel zijn gaan krijgen, heeft iedereen hier aan tafel wel gemerkt. Sterkenburg: 'De Flevolanders zijn zich bewuster van hun omroep. We worden werkelijk overstelpt met persberichten.’ Penninkhof heeft weer een voorbeeld. De gehandicaptenstichting. Die had van het Russisch Staatscircus een gepensioneerde koe cadeau gekregen. Voor in de nieuwe kinderboerderij. Penninkhof: 'Wij werden direct gebeld om te komen filmen.’ Toch is, anders dan iedereen denkt, echt niet alles nieuws. Schouwenaar: 'In Lelystad zei iemand: de astmastichting bestaat veertig jaar, we doen een kleurplatenwedstrijd. Dan uit ik openlijk mijn twijfels.’