Dus. Ik was ooit naar Real tegen Barcelona. Van buiten leek het Bernabéu-stadion bescheiden, van binnen was het kolossaal. Ik moet op YouTube de wedstrijd opzoeken om de doelpunten weer voor de geest te halen, maar ik herinner me nog precies hoe het was om in dat stadion te zitten, dat ik zachtjes meedeinde met de energie van de supporters. Iedereen in het koninklijke wit, het Real-clublied werd gezongen als een volkslied.

Het werd 6-2 voor Barcelona. Barça speelde met Messi en Thierry Henry (allebei twee goals), Eto’o, Xavi, Iniesta. Real met Robben, Sergio Ramos, Raúl. Het had ook 12-2 kunnen worden. In de tweede helft werd het stadion steeds stiller, maar de Madrilenen op de tribune om ons heen schudden hun hoofd, in verwondering. Dit maak je ook weer niet elke dag mee, zeiden ze.

6-2: een tennisuitslag. Dat we naar Real-Barcelona waren geweest, was op zich al een mooi verhaal, maar die uitslag was een unicum. Het werd een ervaring die een zekere waarde kreeg, in bepaalde gezelschappen, iets wat je als een punchline kon brengen in de kroeg, of op verjaardagen.

‘Ik ben weleens naar El Clasico geweest.’

‘Gaaf.’

‘Het werd 6-2.

‘Waaat?!’

Veel later sprak ik eens Herman Koch, die vertelde dat hij naar Real tegen Barcelona was geweest. Ik ook, zei ik, hoeveel werd het bij jou? Hoeveel werd het bij jou, vroeg hij terug, met iets in zijn ogen. Zes-twee, zeiden we tegelijk. We zaten met dezelfde ervaring tegen elkaar op te bieden.

Henry, Xavi, Raúl, Eto’o, Xavi en Iniesta gingen met pensioen. Robben speelt nu padel, Piqué ligt in vechtscheiding met Shakira. Dat die gouden generatie verdwijnt maakt die ervaring waardevoller, unieker, want niet meer te reproduceren. Je kunt nog naar het Bernabéu afreizen, maar je krijgt nooit meer wat wij kregen.

Collega’s zeiden: ‘Niet over schrijven, het is zo snel alsof je opschept’

Dit is een omweg om te zeggen dat ik bij Noma heb gegeten. Vorige week werd bekend dat het Deense restaurant de pan van het vuur haalt, de koksbuis aan de wilgen. Noma heeft drie sterren, wordt zo’n beetje elk jaar tot beste restaurant ter wereld uitgeroepen – het is, zeiden culinair journalisten, een beetje alsof Real Madrid besluit te stoppen met voetballen.

Niet over schrijven, zeiden collega’s. Het is zo snel alsof je opschept: ‘Ik heb bij Noma gegeten, poepoe.’ Maar ik heb ook bij Noma gegeten! Het was ook poepoe!

De menukaart heb ik bewaard, maar anders dan de goals bij Real weet ik de gangen nog uit mijn hoofd. Ik kan de gerechten opsommen, maar dat doet geen recht aan wat ik proefde. De rendierhersens, de oregano-sandwich, het saffraan-ijs. Het deegballetje met beer was onvergetelijk. (We zouden de veeteelt moeten afschaffen, en de beerteelt moet opbouwen; de boeren zouden ongelooflijk aan respect winnen.)

Ik was er met mijn uitgever naartoe, want hij is zo’n beetje de royaalste man die ik ken. Later werd hij in een blijmoedig profiel in de Volkskrant beschreven als ‘de meest gehate man’ in de Amsterdamse horeca, maar in Noma leek hij zowaar te accepteren dat de geweldige sommelier misschien meer van wijn wist dan hij. Het was alsof je Cristiano Ronaldo tegen een medespeler zag zeggen: joh, neem jij de vrije trap maar.

Die wijn trouwens – ik dacht: als dit wijn is, wat heb ik dan al die tijd hiervoor gedronken?

Noma zou ook zo’n ervaring kunnen worden die alleen maar waardevoller wordt omdat niemand haar straks nog kan nadoen, als in 2024 de deuren sluiten. Maar zo voelt het niet. De ervaring voelt vervormd. Bij Noma leek namelijk alles moeiteloos. Het personeel was ontspannen, vrolijk, maakte grapjes, de gerechten leken als vanzelf uit de open keuken te ontstaan. Ik dacht: wat een happy few om hier te mogen werken. Blijkbaar lette ik niet op, want chef-kok René Redzepi zegt dat hij stopt omdat hij de wereld van driesterrenrestaurants onhoudbaar vindt. Te zwaar voor het personeel, dat eindeloze dagen maakt, te weinig betaald krijgt en te vaak te hard wordt afgebekt door chefs als hijzelf.

Zelf stopt Redzepi niet. Hij maakt van Noma een voedsellaboratorium. Dat voelt als een excessief geprivilegieerde positie – om je onderbetaalde personeel naar huis te sturen, terwijl je het jezelf kunt veroorloven te blijven koken, maar dan alleen voor jezelf.

Toen Redzepi in 2003 met Noma begon, maakte hij goede sier door geen exclusieve goederen in te vliegen. Alles werd lokaal geproduceerd – hij startte die trend. Wat hij alleen wel invloog waren zijn klanten. Want zo gaat het als je een driesterrenrestaurant hebt: daar vliegen mensen met geld de wereld voor over. Je kunt ook zeggen: is dat nog wel moreel houdbaar in een klimaatcrisis?

Ik appte mijn uitgever: we’ll always have het deegballetje beer.

Maar toen dacht ik: die beer, die zal er ook niet voor getekend hebben in een deegballetje te eindigen.