Beerput belgie

Al jaren verkondigt Walter de Bock dat de Belgische politiek in de greep van de mafia is. Hoongelach was zijn deel - tot afgelopen zondag, toen oud-minister Van der Biest werd gearresteerd. Wie volgen er nog?
‘EEN PAAR JAAR geleden was ik nog de dorpsgek van journalistiek België. Nu blijk ik een visionair.’ Onderzoeksjournalist Walter de Bock constateert het droogjes.

Niettemin beleeft de 56-jarige speurder van De Morgen, bekend vanwege zijn niet-aflatende ijver om verborgen verbanden tussen misdaad en politiek in België zichtbaar te maken, momenteel een absolute piekervaring. De Bock verkondigde al lange tijd dat de moord op de Luikse socialistische godfather André Cools, op 18 juni 1991, werd gepleegd in opdracht van diens partijgenoot en pupil Alain Van der Biest. Van der Biest, oud-minister van Pensioenen, romanschrijver en full time-alcoholist, werd afgelopen zondag gearresteerd. Het Luikse gerecht had hem jarenlang de hand boven het hoofd gehouden.
De Bock: ‘Door omstandigheden zat ik al vrij vroeg dicht op de feiten over de moord op André Cools. Al in juni 1992, nog geen jaar na de moord, werd ik opgebeld door privé-detective André Rogge met de mededeling dat er bij hem iemand zat die zichzelf beschuldigde van betrokkenheid bij de moord. Het ging om Carlo Todarello, een aangetrouwde oom van Van der Biests persoonlijke secretaris Richard Taxquet. Todarello had de twee Italiaanse huurmoordenaars geholpen bij hun vlucht uit het land. Hij was doodsbang dat de hele verantwoordelijkheid op hem zou worden afgeschoven, of dat hij en zijn hele familie zouden worden vermoord. Hij bleek bereid tot een gesprek over wie er nog meer betrokken was bij de moord.
Ik ontmoette hem samen met Rogge in een hotel aan de autobaan tussen Brussel en Charleroi, bij Nijvel. We hebben ons op een terrasje gezet en ik heb het drie uur durende relaas van de moord opgetekend. Todarello deed zijn verhaal onder embargo. Ik moest hem beloven dat ik zijn verhaal pas zou publiceren als hij een veilig heenkomen in Italië had gevonden en het groene licht had gegeven. Toen dat groene licht maar niet kwam, besloot Rogge, die een strafrechtelijk verleden heeft maar nu als privé-detective de criminaliteit wil bestrijden, zelf de publiciteit te zoeken. Zo belandde het relaas van Todarello via een omweg toch nog in de krant.
Op 17 juni 1992 publiceerde ik het relaas van Todarello in de krant, inclusief de beschuldiging aan het adres van Van der Biest. Dat leidde tot grote consternatie, maar het verhaal werd niet serieus genomen. Andere Belgische kranten wrongen zich in allerlei bochten om het verhaal belachelijk te maken. Ik werd op het matje geroepen bij de Luikse onderzoeksrechter Véronique Ancia om als getuige het verhaal van Rogge te bevestigen. Ancia bleek bij die gelegenheid maar weinig geïnteresseerd in de details, hoewel haar arrondissement toch was belast met het onderzoek naar de moord op Cools. De Luikse hoofdcommissaris Raymond Brose, die de leiding had over de cel-Cools (de speciale afdeling die bij de Luikse justitie en politie was opgericht), deed er alles aan om te voorkomen dat het verhaal van Rogge serieus zou worden genomen.
Dat was op zich niet verbazingwekkend, aangezien Todarello altijd had gezegd dat de Luikse politie- en justitietop op allerlei manieren betrokken was bij de moord op Cools. Todarello wilde per se voorkomen dat hij in Luik moest getuigen. Dan was hij zijn leven niet meer zeker, zei hij. Het is in ieder geval tekenend dat hoofdcommissaris Brose onmiddellijk aftrad toen Van der Biest afgelopen weekeind werd gearresteerd.’
'ALS HET AAN HET Luikse gerecht had gelegen, was de kous daarmee af. Er bleek geen enkele bereidheid om de door Rogge en Todarello aangegeven sporen verder te onderzoeken. Dat er toch verder onderzoek werd gepleegd, was dan ook niet te danken aan het Luikse gerecht, maar aan twee magistraten van Neufchâteau, in de groene heuvels van Belgisch Luxemburg. Deze magistraten, Bourlet en Connerotte, beschikten over een kleine staf, maar door hun vasthoudendheid kwamen zij gestaag verder met een onderzoek naar een internationale aandelenzwendel. Tijdens dat onderzoek stuitten zij op een zeer professionele mafiose structuur, waarbinnen ook allerlei personen werden aangetroffen die als verdachten waren genoemd in de zaak-Cools, zowel in Luik als in Charleroi. Het is verwonderlijk dat juist twee officieren uit het meest verloren hoekje van ons land in staat waren om het gevaarlijkste, best georganiseerde monsterverbond tussen politiek en georganiseerde criminaliteit dat België sinds de Bende van Nijvel heeft gekend, te ontrafelen.
Todarello kwam ook voor op de lijst van verdachten in de zaak van de aandelenzwendel in Neufchâteau. Zo kwamen ze daar ook terecht bij de moord op Cools. Cools zou zijn vermoord omdat hij deze uiterst methodisch georganiseerde fraude bekend wilde maken.
Todarello had groot vertrouwen in de magistratuur van Neufchâteau. Ik herinner me dat hij voortdurend tegen mij zei dat hij alleen voor Bourlet en Connerotte wilde getuigen, omdat deze mensen ernstig zouden werken. Bij het Luikse gerecht wilde hij zoals gezegd absoluut niet getuigen, want hij vermoedde dat zijn mededaders zich daar hadden ingegraven. Ook vreesde hij dat de totale verantwoordelijkheid voor de aandelenzwendel op hem zou worden afgewenteld, en wellicht ook die voor de moord op Cools. Hij meende dat hij zijn leven en dat van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen alleen kon redden door als spijtoptant op te treden. Het was een soort vlucht naar voren. Tegenover Bourlet en Connerotte bevestigde hij het verhaal dat André Rogge eerder in De Morgen had gedaan. Omdat het gerecht in Neufchâteau onbevoegd was, werd Todarello tot zijn grote ongenoegen onmiddellijk overgebracht naar Luik. Brose ontpopte zich als de ergste vijand van Bourlet, Connerotte en hun speurders; die laatsten werden zelfs hardhandig uit het Luikse paleis van justitie verwijderd nadat zij Todarello daar hadden afgeleverd.
Toen werd Todarello doodsbenauwd. Hij was nu in de klauwen van het Luikse gerecht, een situatie die hij altijd had gevreesd. Hij hield het nog zes maanden vol. Na een marathon aan verhoren, waarin hij werd geconfronteerd met alle betrokkenen - inclusief Van der Biest, Taxquet en Di Mauro, die hem in het bijzijn van de politie bedreigde met de dood - koos Todarello uiteindelijk het zekere voor het onzekere. In januari 1993 sloot hij een deal met Taxquet. In ruil voor zijn veiligheid en die van zijn familie zou hij zijn mond verder dicht houden. Hij zei nu dat André Rogge hem had omgekocht en had verdoofd om hem zijn relaas te ontfutselen. Vanaf dat moment liepen alle sporen in de zaak-Cools dood.’
'DOOR HET onderzoek naar de aandelenzwendel hadden de magistraten van Neufchâteau in het voorjaar van 1994 ondertussen zoveel andere getuigen gesproken die het verhaal van Todarello bevestigden, dat ze nu geheel zeker van hun zaak waren. Toen de familie Cools dat vernam, ging ze naar Neufchâteau om zich als burgerlijke partij aan te melden. Dat is een mogelijkheid die het Belgische strafrecht laat aan familie van het slachtoffer. Zo werden Connerotte en Bourlet toch weer bevoegd om alle sporen in de zaak-Cools te volgen.
Het onderzoek van Neufchâteau nam daarna een razende vaart. In mei 1994 konden Connerotte en Bourlet al drie mensen in formele staat van beschuldiging stellen, te weten Richard Taxquet, Van der Biests chauffeur Pino di Mauro en Silvio de Benedictis, een pure mafia-figuur die tot nog toe ongemoeid is gelaten en momenteel nog vrolijk rondrijdt in een gestolen Duitse Mercedes van drie miljoen frank.
Toen maakte het hof van cassatie een van de grootste dwalingen uit de naoorlogse geschiedenis van het Belgische gerecht. Zonder kennis te nemen van de inhoudelijke ontwikkeling van het dossier besliste het hof dat de magistraten van Neufchâteau al hun onderzoeksmateriaal, dus ook het dossier over de aandelenzwendel, moesten overgeven aan mevrouw Ancia in Luik. Het dossier mocht niet op twee plekken tegelijk behandeld worden. In Luik ging men alle getuigen die Connerotte en Bourlet hadden gebruikt, opnieuw verhoren. Dat leidde tot heel andere informatie. Nu verkondigde hoofdcommissaris Brose dat de provinciaaltjes van Neufchâteau tijdens hun onderzoek de ene blunder op de andere hadden gestapeld. Er werd zelfs verklaard dat Connerotte sommige verklaringen had gekocht. Broses cel-Cools was er als de kippen bij om het hele onderzoek van Neufchâteau voor dood te verklaren. Todarello’s eerdere waarschuwingen over Luik werden volledig bewaarheid.’
'INMIDDELS WAS er een sfeer ontstaan waarin de politiek in een kwade reuk was komen te staan. Veel politici werden aangeklaagd wegens corruptie, van wie de bekendste natuurlijk Willy Claes was. Die zaak werd met zoveel misbaar ten tonele gevoerd, dat ik me niet aan de indruk kon onttrekken dat het ging om een soort van afleidingsmanoeuvre. De affaire-Claes was van een totaal andere orde dan die van Van der Biest, die nog steeds vrijuit ging. Dat vond ik onaanvaardbaar.
In november 1994 schreef ik op basis van nieuwe informatie een artikelenserie genaamd 'De kameradenmoord’, waarin voor het eerst de namen van de moordenaars en alle opdrachtgevers voluit werden genoemd, inclusief Van der Biest en Taxquet. Ik had zelfs het onomstotelijke bewijs gekregen dat er op de ochtend na de moord op Cools in het kabinet van Van der Biest door Taxquet en andere medewerkers champagne was gedronken om het heugelijke feit te vieren.
De publikatie van 'De kameradenmoord’ wekte de nodige ontstentenis, maar juridisch gebeurde er niets. Van der Biest en Taxquet gingen niet de gevangenis in, maar dienden ook geen klacht tegen mij in bij justitie. De betrokkenen lieten me al deze zaken onbekommerd schrijven. Dat wekte bij velen de indruk dat ik het toch niet helemaal bij het verkeerde eind had. Het politieke leven in België was volkomen gedestabiliseerd door de Agusta-affaire, maar nog steeds weigerde justitie in Luik iedere vorm van actie te ondernemen in de zaak-Cools.
Ondertussen bewezen dat magiatraten van Neufchâteau echter dat zij niet de achterlijke boertjes waren waar commissaris Brose hen voor had versleten. Door een incident langs de autobaan waren Connerotte en Bourlet op het spoor gekomen van een compleet internationaal netwerk van Algerijns terrorisme, met vertakkingen in Nederland en Duitsland. Dat onderzoek verhoogde hun prestige aanzienlijk. Allerlei Europese topspeurders begaven zich naar Neufchâteau voor nieuwe informatie. Vervolgens stortten Connerotte en Bourlet zich op de kinderhandel. Ze slaagden erin met verbazingwekkende vaart een reeks verdwijningen op te lossen. In blitstempo werd een aantal gerechtelijke mysteries opgelost. Telkens weer stuitten zij op een mafiose structuur, met allerlei onderlinge dwarsverbanden; van handel in gestolen auto’s tot drugs en kinderporno. En telkens stuitten ze daarbij ook op raakvlakken met het door Luik geconfisqueerde dossier over de aandelenzwendel en de zaak-Cools.
Eindelijk had dat repercussies in Luik. Daar wisten enkele speurders zich aan de controle van hun superieuren te onttrekken en het spoor van Neufchâteau over te nemen. Dat leidde uiteindelijk toch tot de aanhouding van Van der Biest en Taxquet, hoewel Brose jarenlang halsstarrig had geweigerd dat spoor verder te onderzoeken.’
'WAT JE KUNT vaststellen, is dat justitie de omvang en de aard van de georganiseerde criminaliteit vokomen heeft miskend en onderschat. Zij hebben in het algemeen nog het criminele milieu voor ogen zoals het honderd jaar geleden bestond, ze schieten met pijl en boog op een supersonische tank. Ze houden geen rekening met een crimineel netwerk dat als het wordt bedreigd overgaat tot offensieve acties, zoals het corrumperen van politie, justitie en politiek. Die georganiseerde criminaliteit maakt gebruik van een paar rotte appels in de politiek, in combinatie met de duurste advocaten van het land.
Die enorme expansie heeft men tot nu toe nooit in kaart kunnen brengen. De zaak-Dutroux en de zaak-Cools worden er beide door getekend. Het gaat om dezelfde organisatie, dezelfde infrastructuur, dezelfde functionarissen. Ik ben ervan overtuigd dat een aantal politiemensen de kant van de criminaliteit heeft gekozen. Er loopt iets fundamenteel fout met de democratische rechtsstaat in dit koninkrijk. Er zal grote schoonmaak moeten worden gehouden. Het elan zoals dat in Neufchâteau bij het gerecht is ontstaan, moet een landelijke dimensie krijgen. Het spijtige is dat dat nu pas op gang komt, terwijl het veel eerder had gekund. Er zijn onnodig veel slachtoffers gevallen.
België zal een groot zelfonderzoek moeten houden. Een land waar een ex-minister een andere minister van staat laat vermoorden is daar zwaar aan toe’.