Economie

Beetje dom

De elite moet leiden maar het volk moet wel volgen. Als werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes de elite bejubelt en de politici verfoeit, vergeet hij die democratische randvoorwaarde. Gelukkig zijn er zo nu en dan verkiezingen om een benoemde lobbyist hieraan te helpen herinneren.

Het Griekse volk is naar uiterst links en uiterst rechts uitgeweken. Het Franse volk heeft de uiterst rechtse Marine Le Pen een opvallend debuut gegund, en uiteindelijk de linkse François Hollande gekozen. Wientjes kan politici verfoeien maar zal zich moeten realiseren dat in maar weinig landen het volk te verleiden is met het verhaal dat er geen alternatief is voor harde bezuinigingen. Sterker, de uitslagen van de verkiezingen geven juist aanleiding voor alternatieven: de harde eisen van de trojka aan Griekenland lijken na zondag niet meer zo hard, en het begrotingspact is niet zo ononderhandelbaar als Merkel wil doen voorkomen nu Hollande het accent op economische groei legt.

Het is nog raden hoe Hollande meer economische groei denkt te bereiken.

De Europese Unie heeft geen reputatie in het afdwingen van begrotingsdiscipline, laat staan in het bevorderen van economische groei. De Lissabon-agenda in 2000 had tot doel om de Europese Unie ‘tot de meest competitieve economie ter wereld’ om te vormen. Het zicht op de middelen om dat doel te bereiken ontbrak geheel. Zo zou Nederland drie procent van het nationaal product moeten besteden aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Dat is nu nog even onbereikbaar als het toen was. Wel ontstond er een wirwar van Europese raden, conferenties en werkgroepen die per saldo geen enkele bijdrage aan economische groei leverden. Het is als praten tegen planten: het remt de groei niet maar helpt deze evenmin.

De Europese president Herman van Rompuy probeert de heilige drie procent in ere te houden met een wonderbaarlijke vermenigvuldiging: tien miljard aan extra kapitaal voor de Europese Investeringsbank zou 180 miljard aan investeringen opleveren. Hollande en andere politici kunnen dit voorstel moeilijk weigeren, ook als ze beseffen dat dit te mooi is om waar te zijn. Toch zal het voldoende zijn. Extra investeringen kunnen niet de Europese economie aanjagen zolang tegelijk extra bezuinigingen door­gevoerd worden, bijvoorbeeld om de heilige drie procent te halen.

Hollande zal toch vooral denken aan een minder straf tempo van bezuinigen om meer groei te bereiken. Dat is nog niet zo gek gedacht. De doorrekening van het Catshuis-voorstel is illustratief. De gelovigen in de heilige drie procent wijzen erop dat ondanks de voorstellen voor dertien miljard aan bezuinigingen en voornamelijk lastenverzwaringen de Nederlandse economie na dit jaar groeit. Het is waar dat onze economie niet ‘kapotbezuinigd’ wordt. Het is tegelijk waar dat de voorstellen weinig opleveren en veel kosten. De dertien miljard aan voorstellen leidt in 2015 tot een vijf miljard lager overheidssaldo (door de beruchte uitverdieneffecten) maar vooral tot een ruim zes miljard lager natio­naal product. We betalen dus zes miljard voor een vijf miljard lager tekort. Dat is spilziek. Het Kunduz-akkoord zal geen beter resultaat laten zien, omdat de belangrijkste maatregelen als een hogere btw en bevroren ambtenarensalarissen hetzelfde als in het Catshuis-voorstel zijn. De doorrekening laat nog op zich wachten. Maar ook het Kunduz-akkoord zal ons meer kosten dan de aanleg van de Betuweroute of de aanschaf van de JSF.

Maar een minder straf tempo van bezuinigen is nog niet hetzelfde als blijvend harder groeien, biedt nog geen wenkend en vooral werkend perspectief voor het volk, en is zeker geen teken van een ijzeren begrotingsdiscipline. Dat is alleen te combineren door structurele hervormingen. Bijna elf procent van de Europese beroepsbevolking is werkloos. Een hervorming van de arbeidsmarkt is verre van pijnloos. Bij doorvoering zal de werkloosheid tijdelijk stijgen voordat deze structureel zal dalen. Hervormingen zijn daarmee investeringen: de kost gaat voor de baat uit. De opdracht tot bezuinigen staat het doorvoeren van hervormingen in de weg. Eurocommissaris Olli Rehn zou daarom voor de investeringen in hervormingen uitzonderingen op de drie procent moeten toestaan. Maar het is bepaald de vraag of Hollande deze investeringen in gedachten heeft als hij het accent op economische groei legt.

Olli Rehn heeft al laten weten dat het begrotingspact niet dom is. Het zou dom zijn om een uniforme eis van drie procent op te leggen als er flinke verschillen tussen Europese lidstaten zijn in economische omstandigheden en in politieke aanpak (hervormen of bezuinigen?). Ook de benoemde eurocommissaris lijkt te beseffen dat met dommigheid de zeer diverse Unie niet gediend is, zeker niet nu de Europese economie meer dan voorheen sputtert. Dat de Kunduz-coalitie voor de drie procent heeft geknield, is bepaald geen zegen voor de Nederlandse economie en is ook ‘een beetje dom’.