Ger Groot

Beetje verliefd

Met jubileum, film én rechtszaak is André Hazes aan een hernieuwde carrière begonnen. Een beetje verliefd zal altijd wel zijn grootste schlager blijven. De schlemielige loser wordt in de eerste regel trefzeker gesitueerd: «In een discotheek/ zat ik van de week/ en ik voelde mij/ daar zo alleen». Je ziet hem voor je en dan kan zo’n lied zich de wankele plot die daarop volgt moeiteloos veroorloven.

Want wat stelt dit mannenverdriet, dat een hele generatie in de ziel raakte, eigenlijk voor? Man zit eenzaam in discotheek en denkt terug aan voorbije liefde: «’t Was er warm en druk/ Ik zat naast een lege kruk/ Ik verlangde zo naar jou/ hier aan mijn zij». Ieder van ons heeft dat wel eens.

Dan schuift de tekst bijna ongemerkt naar het verleden. Weer een discotheek en weer een barkruk, maar nu is die bezet. Drankje wordt aangeboden en dan is het gebeurd: «Een beetje verliefd». Lang duurt het niet. «Jij stond op en zei/ hou mijn plaatsje vrij» en dat was meteen de laatste glimp. Een ontmoeting van luttele minuten, teleurstellend zoals er zo veel zijn in het leven. Een beetje man weet dat te incasseren.

Het lied dat dé smartlap van gefnuikte moderne liefde werd, gaat dus over een mislukte flirt die niet eens een blauwtje mag heten. Toch doet de treurnis niets minder dan een tragedie vermoeden en honderd duizenden snikten het met Hazes uit.

Zij mogen zich troosten. Ook super macho Humphrey Bogart verging het als Rick in Casablanca zo. Verlaten door zijn geliefde Ilsa, die haar afspraak al evenmin nakwam, verdraagt hij zelfs niet de melodie van het lied dat hun liefde bezegelde. Het hele personeel van zijn nachtclub weet dat en is er als de dood voor. Daar moet een flinke donderpreek aan vooraf zijn gegaan.

En toch heeft de flirt tussen beiden maar luttele maanden geduurd, in een Parijs dat angstig de Duitse intocht afwachtte. Wanneer Ilsa in Casablanca opduikt, moet er zo’n half jaar voorbij zijn gegaan sinds er een einde kwam aan hun affaire. Veel tijd om de liefde te vergeten is dat niet, en nog minder om de bloeiende business op te zetten die Rick’s Café kennelijk is. Ruwe bolster, klein hartje: wát men van Rick ook zeggen mag, als de talk of the town toont hij in ieder geval een bovenmenselijk zaken- en inburgerings instinct.

Maar tegenover Ilsa’s verraad is er niets van dat aanpassingsvermogen. De naald blijft hangen in de groef, as times go by. Ricks wonderbaarlijke zakencarrière is een timingfout in het plot; zijn alcoholische treurnis om een flirt die net iets meer was dan die van Hazes is een psychologische onwaarschijnlijkheid. Maar we vergeven het hen beiden, of zelfs dat niet, want onder het elan van lied en film verdwijnt iedere incongruentie ongemerkt.

Een roman komt er met zo’n sentimen tele fout minder makkelijk vanaf. Het verhaal draait gewoonlijk niet alleen om de psychologie, maar valt ook moeilijker met meeslepende neveneffecten te verbloemen. Plotfouten vallen er dan ook meestal in de scriptgirl -categorie: een litteken op de linkerwang dat in de volgende scène rechts blijkt te zitten, of een verlengsnoer dat plotseling zichtbaar wordt in een bijbelse massascène.

Tot die laatste categorie hoort het beruchte verbodsbord dat W.F. Hermans in Herinneringen van een engelbewaarder aan de vooravond van de Duitse inval in Nederland laat opduiken. De criticus Wam de Moor wees erop dat dat pas door de Duitsers werd ingevoerd en Hermans rustte niet voordat hij het verkeersbord in een vooroorlogs instructieboekje had teruggevonden.

Diezelfde Hermans betrapte Kafka op een ernstiger plotprobleem. K., de hoofdpersoon uit Het slot, dient zich aan als landmeter, maar van het instrumentarium dat na zal komen is verder in de roman geen sprake meer. Een vergissing? Hermans zag er liever een bijzondere gewiekstheid in: K. is geen landmeter maar een bedrieger.

Het was inventief gevonden en onthult iets van de wet van de literaire fout. Hoe groter hij is, des te gemakkelijker laat hij zich met een welwillende interpretatie weg masseren. Buiten de literatuur moet je voor zo’n zelfde wet een misdadiger zijn — een echte zware jongen wordt vanzelf respectabel — of een beetje verliefd. De grootste tekortkomingen van de beminde zien we het eerst over het hoofd.