Sport

Begaafd

Hoogbegaafde kinderen hebben het niet altijd makkelijk, maar ook hoogbegaafde voetballertjes kennen zo hun eigen problemen. Hoe moeten we omgaan met de jongens en meisjes met enorm veel voetbaltalent? Dat is onderzocht door Marjorie Esajas.
Mevrouw Esajas, de moeder van profvoetballer Andwélé Slory, deed op verzoek van de KNVB onderzoek naar sociale en emotionele aspecten in de verhoudingen tussen jeugdvoetballers van profclubs, hun trainers en school. En die verhoudingen zijn lang niet altijd goed.
Esajas geeft lezingen en publiceert in vakbladen. Volgens haar schort er veel aan de pedagogische kwaliteiten van trainers. En het contact tussen trainers, ouders en school is moeizaam. Onbegrip van alle zijden. De begaafde jeugdvoetballer moet ‘opeens alles accepteren en slikken wat de trainer zegt. De opvoeding door ouders verschilt vaak totaal van de coaching en de stijl van een trainer. Wie geeft je het recht om op een bepaalde manier met kinderen van anderen om te gaan?’
Precies. Arme kinderen. Zoals de kleine Henk, die zijn ouders met u aanspreekt en bidt voor elke maaltijd, hoort de trainer luid vloekend over het veld gaan. Hij eet met smakgeluiden en veegt zijn vingers af aan zijn broek.
Justin, net negen, is keurig opgevoed en schoon op zichzelf. Hij moet accepteren en slikken dat de coach de hele tijd zijn neus snuit zonder zakdoek, door een vinger tegen de neusvleugel te houden en het tegenover liggende neusgat leeg te blazen. Tijdens de bespreking in de kleedkamer laat hij winden en boeren. Hij spuugt de hele tijd op de grond, grote klodders. Justin durft er thuis niet over te praten. Emotionele problemen liggen op de loer. Justin doet het steeds slechter op school.
Mevrouw Esajas wijst, in een interview in een krant, ook op de angst van trainers voor de ouders. Dat is ook een serieus probleem. Trainers zijn bang voor de ouders van hun pupillen. Het loopt de coach dun door de broek als hij zich de vader van de jonge Robert herinnert. Robert is een redelijk begaafd voetballertje, rechtsbuiten, maar kent zijn zwakke periodes. Dan hoort hij niet in de basis te staan, zoals voor alle jongens geldt. Maar met knikkende knieën besluit de trainer om Robert deze week toch maar op te stellen. Toen hij hem bij de vorige wedstrijd op de bank zette, heeft hij het geweten.
Roberts vader kwam verhaal halen. Of hij, de trainer, helemaal van de ratten besnuffeld was? ‘Robert hoort in de basis, ja. Omdat ik dat zeg. Hij is de beste van allemaal, ja. Of zal ik je dat eens goed inpeperen? Ja? Of zal ik je eens grondig in je bek schijten? Linksbuiten, rechtsbuiten, op het middenveld, keeper desnoods, maakt niet uit – jij zet Robert erin, begrepen? Pedogoog van niks. Weet je wat jij moet doen? Nou? Weet je wat jij moet doen, pedagoochem? Nou, weet je dat? Weet je niet, hè? Met je dikke kop.’
De trainer slikt en sputtert tegen dat er maar elf spelers opgesteld kunnen worden, en ze zijn met achttien.
‘Dan zet je maar zeven anderen op de bank, ja. Niet Robert.’
Esajas meldt: ‘Hele gezinnen zijn verdrietig’ als voetballers uit de selectie vallen, omdat er nu eenmaal mensen moeten afvallen. Dat komt hard aan in een gezin dat zich helemaal op de eventuele carrière van het zoontje stort.
Arme kinderen. Zoals de fijnbesnaarde Henry, die prachtig cello kan spelen en voor wie ook een loopbaan in de muziek in het verschiet ligt. Hij krijgt na een overwinning van de trainer een dreun op zijn tengere schouder en moet vervolgens de polonaise lopen op stampende hoempapa-muziek, terwijl iedereen zingt van olé olé oléhé oholé olé olé olé oholé olé oléhé olé oholé olé.
Of neem Patrick, het zoontje van een pacifistisch echtpaar. Hij moet van de briesende coach ‘oorlog maken in het strafschopgebied van de tegenstander’. Hij moet zijn tegenstander ‘verrot schoppen’ en ‘schieten, schieten, schieten wanneer je kunt. Maak ze kapot, helemaal kapot.’
Of neem Cedric. Hij is het zoontje van twee feministische moeders en krijgt op de opleiding steeds weer van de trainer te horen dat ze ‘een stelletje wijven’ zijn met ‘slappe zakken’ als ze slecht spelen. Mietjes zijn het. Cedrics moeders zijn te beschaafd om er iets van te zeggen.
Marjorie Esajas concludeert: ‘Dromen liggen aan diggelen. Er wordt gewoon meegedeeld dat jouw jongen geen plaats meer heeft in de opleiding. Ik vroeg een van de moeders onlangs hoe het met haar zoon was. Ze barstte in tranen uit. Eindelijk was haar kind speciaal, en nu moet hij weer gewoon zijn.’