Oscaruitreiking extra spannend dit jaar

Begeerte naar Amerika

De oorlogsdreiging en de politieke verwijdering tussen Europa en Amerika maken de Oscaruitreiking dit jaar extra spannend. Van de genomineerde films is een Europees werk met een Amerikaans karakter de beste.

In The New Yorker van 10 maart brengt de Britse historicus Simon Schama de geschiedenis van de Amerika-haat in Europa in kaart. Neem het Marshallplan, dat volgens Europese leiders als Charles de Gaulle een bevoogdend karakter had. In de jaren vijftig was de «Cocacolonisatie» al in volle gang, schrijft Schama, net als de mantra van de antiglobalisten. De Brits-Hongaarse auteur Arthur Koestler zag dit anders. Hij schreef in 1951 over de wildgroei van Amerikaanse populaire cultuur in Europa: «Worden we gedwongen dit alles te kopen? De Verenigde Staten regeren toch niet over ons; ze hebben geen Opiumoorlog gewonnen teneinde hun walgelijke Coca-Cola in onze keel te gieten. Feit is dat Europa dat alles accepteert, omdat Europa daar belust op is.»

De Amerika-haat manifesteert zich dezer dagen rijkelijk als gevolg van de crisis rond Irak. Maar op cultureel gebied is het anti-Amerikanisme opvallend afwezig. Europeanen gaan nog steeds naar McDonald’s; ze kijken naar veramerikaanste televisieprogramma’s; ze bevolken de door Hollywood gekoloniseerde multiplexen. Uit vrije wil zuigt Europa de cultuur van Amerika op, net als in de jaren vijftig.

Een belangrijk ritueel van deze cultuur is de Oscaruitreiking. Door de oorlogsdreiging en de politieke verwijdering tussen Europa en Amerika staan de Oscars dit jaar meer dan anders in de belangstelling. Met het huidige anti-Amerikaanse klimaat en pogingen van politici als de Franse president Jacques Chirac de Europese film te bevorderen, is het nogal ironisch dat veel genomineerde films juist Europese verhalen vertellen. In de categorie beste film hebben alle titels behalve de abominabele musical Chicago van Rob Marshall een Europese connectie: Martin Scorsese’s meesterwerk Gangs of New York is niet alleen verfilmd in de befaamde Cinecittá Studio in Rome, het handelt ook over het aanpassen in de Nieuwe Wereld van immigranten uit Engeland, Wales, Ierland en Nederland; The Lord of the Rings: The Two Towers is qua vorm en inhoud getrouw aan het oer-Europese werk van J.R.R. Tolkien; The Pianist van Roman Polanski vertelt het belangrijkste Europese verhaal van de vorige eeuw, dat van de holocaust; en The Hours van de Britse theaterregisseur Stephen Daldry is een voor eenderde geslaagde romanverfilming waarin de Engelse auteur Virginia Woolf centraal staat. Tevens is de Spaanse cineast Pedro Almodóvar genomineerd in de categorieën beste regisseur en beste originele scenario voor zijn saaie en verbijsterend vrouwonvriendelijke Hable con ella.

Vooral The Hours gooit hoge ogen. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Michael Cunningham. In het verhaal lopen drie levens door elkaar heen: ten eerste Virginia Woolf (Nicole Kidman), die in Engeland kampt met psychologische problemen tijdens het schrijven van Mrs. Dalloway; ten tweede Laura Brown (Julianne Moore), die suïcidaal raakt in het voorstedelijke Amerika van na de Tweede Wereldoorlog en die Woolfs roman leest, en ten derde Clarissa Vaughan (Meryl Streep), een moderne in Manhattan wonende mevrouw Dalloway.

De film is een meditatie over literatuur en de dood. Maar zoals vaak bij het verfilmen van een roman zijn niet alle personages en verhaallijnen even sterk. Pijnlijk is dat twee goede acteurs — Nicole Kidman en Ed Harris (in de rol van een aan aids lijdende dichter) — karikaturaal spel leveren. Vooral Kidman is eendimensionaal; haar interpretatie van Woolfs existentiële pijn bestaat uit niets meer dan het verbaasd staren in het niets. Dat verveelt na vijf minuten.

Daarentegen is Moore magistraal in de rol van de huisvrouw Laura. Ze speelt eigenlijk precies dezelfde rol als in Far from Heaven, Todd Haynes’ hommage aan de melodramafilms uit de jaren vijftig van Douglas Sirk. Haynes’ film is genomineerd in de categorie beste originele scenario. In beide films ligt de tragiek van de huisvrouw in het feit dat zij geen enkele kant op kan: de seksuele en sociale conventies van het naoorlogse Amerika vereisen dat zij zich op een bepaalde manier gedraagt. De zwangere Laura in The Hours accepteert deze conventies niet. Tijdens het lezen van Woolfs roman besluit zij zichzelf om het leven te brengen. Haar machteloosheid vertaalt zich in haar relatie met haar zoontje. Deze scènes zijn onvergetelijk. Met haar zachte stem en stille ogen geeft Moore op onnavolgbare wijze vorm aan haar rebellie tegen het moederschap. Tragisch is dat de kracht van haar acteren de film om zeep helpt; het blijft een onevenwichtig werk doordat noch Streep noch Kidman het niveau van Moore haalt.

Dan The Pianist, een Europees werk dat dit jaar de beste van alle Oscar-films is. De ironie is dat het verhaal van de Poolse pianist Wladyslaw Szpilman (Adrien Brody), die tijdens de oorlog in Warschau onderduikt, bij uitstek een Amerikaans karakter heeft. Het individu staat in de film boven de maatschappij. De kijker ervaart de verschrikking van de holocaust niet in de vorm van het collectief lijden van het joodse volk, maar vanwege de horror van een man: Szpilman. Zijn instinct voor zelfbehoud is Amerikaans, maar ook diep menselijk. De grootsheid van de film ligt in een scène waarin de pianospeler tegen het einde van de oorlog oog in oog komt te staan met een Duitse officier. De officier: «Wat ga je na de oorlog doen?» Szpilman: «Piano spelen voor de Poolse radio.» Dat deed hij ook — tot aan zijn dood meer dan veertig jaar later.

Deze prachtige film illustreert dat de Oscarceremonie niet alleen dansen om een heidens kalf is. Toegegeven, dat is het in het geval van het domme Chicago, het beledigende Hable con ella (werkelijk, een film waarin twee vrouwen twee uur lang in coma liggen terwijl twee mannen over hun naakte lichamen kwijlen!), het mislukte The Hours en het eeuwige gedoe om muziek uit Disneyfilms. Maar de populaire Amerikaanse films die genomineerd zijn samen met The Pianist illustreren waarom Europeanen al sinds de jaren vijftig hunkeren naar deze cinema: Gangs slaat een brug tussen de Oude en de Nieuwe Wereld; The Two Towers is een adembenemende verfilming van Tolkiens literaire huldeblijk aan oude Europese heldenepossen; en, in het schandalig genegeerde Spielberg-meesterwerk Catch Me If You Can, speelt Christopher Walken de sterren van de hemel in de rol van een vader die jaloers is op het leven van zijn zoon.

In het huidige klimaat is het makkelijk om instemmend te knikken als Harold Pinter, ook geciteerd door Simon Schama in The New Yorker, tijdens een antioorlogsdemonstratie zegt: «Amerika is een losgeslagen monster.» Op politiek gebied is dat ook zo. Maar een blik op de Oscarfilms compliceert de werkelijkheid. Ze zijn, in de woorden van Arthur Koestler, begerenswaardig.

The Hours van Stephen Daldry, te zien vanaf

20 maart

De Oscaruitreiking, op 23 maart rechtstreeks op televisie bij de BBC