Beginnen als Kaïn

Medium vann goat mountain nl

Zou deze moderne tijd, waarin de communicatiemogelijkheden legio zijn maar de oude samenlevings- en gezinstradities verbrokkelen, nog een thuisgevoel kennen? Dat is de vraag waarmee David Vanns derde roman, Goat Mountain, worstelt. Als we voor het gemak de Hof van Eden even overslaan, de plek waar de eerste mens al in de fout ging, zijn we begonnen als Kaïn, dat wil zeggen als wezen dat kan en wil doden, uit jaloezie, wraak of om meer duistere redenen. Ontworteling en ontsporing, misschien zijn dat de twee woorden waarmee je Vanns gewelddadige vertellingen kunt karakteriseren. Anders geformuleerd: de mens heeft zijn atavistische schimmen nog lang niet afgeschud, en de verhalen van het Oude Testament woekeren voort. ‘Het gevoel dat we ergens thuiskomen, dat is een van de manieren waarop de wereld ons bedondert.’

Goat Mountain speelt zich af in 1978 in Noord-Californië, in het bijbelse, lege natuur- en jachtgebied dat nog in het bezit is van een familie waarvan de grootvader Cherokee-bloed heeft. Grootvader, vader en de elfjarige zoon trekken er elk jaar op uit om op herten te jagen. Deze keer mag de jonge naamloze ik-figuur zijn eerste hertenbok schieten. Maar de jacht verloopt anders dan de traditie voorschrijft, en de familiale verwarring die daaruit voortkomt is met het woord ‘ontsporing’ wel heel summier en eufemistisch omschreven. Wie Vann leest – een schrijver die is opgegroeid met (zelf)moord en doodslag in zijn familie – moet tegen een stootje kunnen. Meteen al op de eerste bladzijde introduceert Vann zijn elfjarige protagonist als een stenen gooiend jochie dat met zijn vuist in de lucht stompt ‘als er een steen in vlees hakte’. De natuur is niet lieflijk, en de jongen hakt inderdaad in vlees als er een stroper op hun land wordt ontdekt. Daarna blijft alles heel anders. De grootvader wenst aan zijn Cherokee-tradities vast te houden, de vader ‘wordt verzwakt door het besef van goed en kwaad’ en de zoon merkt dat er iets in hem zit wat niet deugt. Wie Vanns debuutbundel Legend of a Suicide (2008) of zijn romans Caribou Island (2011) en Dirt (2012) kent, weet dat er altijd iets grondig mis is met zijn personages en dat ze dat beseffen.

Goat Mountain gaat over de ultieme test voor een jongen die gebukt gaat onder de tradities van zijn voor­ouders

De taal die de drie generaties met elkaar spreken is een zeer rudimentaire vorm van communicatie, alhoewel communicatie geen accurate omschrijving is voor het systematische eenrichtingsverkeer. De grootvader plant liever een vork in de arm van zijn zoon dan dat hij een open gesprek met hem voert over de vraag wat ze met het lijk van de stroper moeten doen. En die zoon ranselt liever zíjn zoontje af dan dat hij subtiel opvoedt. Moeders zijn in Goat Mountain niet te bekennen, waardoor de drie generaties nog minder met elkaar verbonden zijn. De Cherokee-grootvader, beschreven als een agressieve en bijna woordloze klomp vlees, biedt twee keuzes aan: óf de kleinzoon moet dood omdat hij straf verdient voor het doodschieten van de stroper; óf de doodgeschoten man betekent niets en de familiestam alles. Helaas wil de werkelijkheid in de woeste natuur het anders. En mensen en dieren lijken veel meer op elkaar dan we zouden willen weten, ondanks het menselijk bewustzijn, dat het dierlijke in de mens maskeert.

Het is de duivel in de mens die van geen ophouden weet. Wie de heidense god Pan in gedachten houdt – geitenbok én mens – en zijn gedaante vergelijkt met die van de elfjarige die een hertenbok doodschiet, ontleedt en in z’n eentje meesleept naar het familiekamp, ziet een jongen die half beest en half mens is. Het hert, waarvan hij de lever, het hart en de ballen ritueel verwijdert en deels consumeert, hangt hij aan een haak in het kamp, naast het lijk van de stroper: man of dier, de dood democratiseert. Na de dood van de stroper zijn alle regels veranderd en de familiale omgangsvormen verschoven. Wie eenmaal heeft gedood in Vanns mythische, atavistische wereld kan niet meer stoppen. En het bestaan van de wereld heeft niets met de mens te maken, ‘maar dat vergeten we, en dus onderschatten we het’. Toen ik die zin las moest ik aan Hermans’ meesterwerk Nooit meer slapen denken, ook een roman die zich in een ongenaakbare natuur afspeelt onder mensen die jacht op elkaar lijken te maken. Het personage Arne, die de tocht door het Noorse Finnmarken met de dood moet bekopen, citeert ergens Hermans’ lievelingsfilosoof Wittgenstein: ‘Het mystieke is niet hoe de wereld is, maar dat zij is.’

Goat Mountain gaat over een beproeving, de ultieme test voor een jongen die gebukt gaat onder de eeuwenoude tradities van zijn voorouders. De stroper begraven blijkt een onmogelijke opgave omdat de steenrijke aarde hem weigert. Jagen betekent in dit verhaal teruggaan in de tijd, en het lijk – van de stroper én van het hert – wordt als het ware een klok. Het geloof (in jachttradities) blijkt intiemer dan welke kennis ook. Afgezien van de te nadrukkelijk gepresenteerde bijbelse interpretaties rond Kaïn en Abel is Goat Mountain een indrukwekkende vertelling waarin natuur en mens op gewelddadige wijze in elkaar opgaan.

David Vann
Goat Mountain
Vertaald door Thijs van Nimwegen. De Bezige Bij, 251 blz., € 16,50
ebook