Een nieuwe school

Beginnen met Carmiggelt

Het nieuwe Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord heeft grote ambities. Het wil een school zijn met hoogwaardig en vernieuwend onderwijs voor leergierige en initiatiefrijke leerlingen. ‘We willen dat onze leerlingen niet alles aan Google overlaten.’

Medium hyperion

Maxim staart naar het elektronische schoolbord. Hij fronst. Met een paar steekwoorden en pijltjes staat daar de kentheorie van Plato uitgelegd, met als belangrijkste vraag: hoe verwerf ik honderd procent zekere kennis? Docent Simon Verwer heeft net uiteengezet hoe Plato twee verschillende domeinen onderscheidt: de veranderlijke wereld van de zintuigen, en de eeuwige, onveranderlijke wereld van de Ideeën. Volgens Plato kunnen we zekere kennis alleen van die tweede verwachten. Net als veel klasgenoten worstelt Maxim met de abstracte stof, maar hij begint er duidelijk grip op te krijgen. Zijn blik glijdt van het bord naar de leraar, en dan weer terug naar het bord. Aarzelend zegt hij: ‘Maar als je twee verschillende werelden hebt, hoe zit het dan met de interactie tussen die twee?’

Maxim is twaalf en zit in de eerste klas van het Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord. Het vak dat hij volgt heet Grote Denkers. Het gaat, vertelt docent en onderwijsfilosoof Verwer, over de denkstrategieën van de grote denkers uit de geschiedenis. Socrates en Plato horen daarbij, maar Martin Luther King en de dalai lama net zo goed. De kinderen leren ervan kritisch, abstract en zelfstandig te denken. Dat zijn vaardigheden waarvan de school verwacht dat ze heel waardevol worden in de 21ste eeuw, vertelt Verwer. ‘Juist omdat het internet er is en je alles even snel kunt opzoeken, geloven wij dat zelfstandig denken heel belangrijk gaat worden. We willen dat onze leerlingen niet alles aan Google overlaten, maar eerst eens bij zichzelf te rade gaan als ze iets niet weten.’

Verwer vindt dat er in het Nederlandse onderwijssysteem te slordig wordt omgesprongen met talent. ‘De manier waarop het voortgezet onderwijs is ingericht maakt dat kinderen consumentistisch worden. Ze gaan achterover leunen en wachten wat er komt. Niet omdat ze lui zijn, maar omdat ze zich vervelen. Omdat ze niet genoeg geprikkeld worden. Op het Hyperion willen we het onderwijs anders inrichten.’ Het Hyperion doet dat onder meer door drie nieuwe vakken te introduceren: naast Grote Denkers is er ook nog lifestyle informatics en logica en argumentatieleer.

Het Hyperion Lyceum is een nieuwe school, nog geen drie jaar oud, maar met grote ambities. Het wil een school zijn met hoogwaardig, uitdagend en vernieuwend onderwijs, voor ambitieuze, leergierige en initiatiefrijke leerlingen. Ilja Klink, die vijf jaar als lerares Engels op het Barlaeus Gymnasium had gewerkt, werd aangetrokken als schoolleider. ‘Ongelooflijk bijzonder’ noemt ze haar eigen positie. ‘In het algemeen is het in het onderwijs erg lastig om iets te veranderen, of om echt in te zetten op onderwijsvernieuwing. Het is een log apparaat dat niet zomaar van koers verandert. Wij hebben hier de kans gekregen om vanaf nul een heel nieuwe school op te zetten. Ik heb een waanzinnig team van jonge, bevlogen docenten om me heen, en dan zie je: het kan gewoon wel.’

Het eerste jaar had de school veertig leerlingen, twee geleende lokalen in het gebouw van het Bredero Lyceum en Klink was schoolhoofd, conciërge, roostermaker en docent tegelijk. Haar geïmproviseerde werkkamer was ook het pauzelokaal voor de leerlingen, het was de lerarenkamer en functioneerde als rommelhok waar alle spullen werden opgeslagen. Nadat ze als schoolleider was aangesteld moest ze binnen vier weken een schoolgids schrijven, docenten aanstellen en zorgen dat de kinderen die zich voor de eerste klas hadden aangemeld ook echt zouden kunnen beginnen. Collega’s waren er niet vaak, want die gaven de twee klassen maar een paar uur per week les en gingen dan weer verder naar een andere school. ‘Ik werd bijna gek’, zegt Klink. ‘Als de telefoon ging, zei ik soms: “Goedemorgen, met de secretaresse van Ilja Klink. Nee, die is er niet.”’

Tweeënhalf jaar later heeft de school een eigen gebouw. De muren zijn nog hagelwit. Hier en daar hangt een briefje met het verzoek een boek mee te nemen, zodat er langzaam een Hyperionbibliotheek ingericht kan worden. Met 352 leerlingen verdeeld over de drie klassen van de onderbouw is de maximale capaciteit van het gebouw al weer bereikt, en voor volgend jaar is er dus weer uitbreiding nodig. Ook moest de school voor het eerst kinderen uitloten. Er zijn inmiddels 33 docenten in dienst, en dat aantal breidt zich snel uit. Hun opdracht, naast het lesgeven: voortdurend blijven nadenken over het onderwijs. Wat kan er beter? Hoe kunnen we leerlingen enthousiasmeren? Wat zijn de belangrijkste vaardigheden die leerlingen moeten opdoen?

‘We waren er al vrij snel achter dat Amsterdamse kinderen niet zozeer bij de gymnasia voor de deur lagen omdat ze zo graag Latijn en Grieks wilden leren, maar omdat dat gewoon hartstikke leuke en uitdagende, kleinschalige scholen zijn’, vertelt Klink. Zo’n school wilde het Hyperion Lyceum ook zijn, maar dan zonder het idee dat excellentie automatisch interesse in de klassieke Oudheid betekent. Leerlingen kunnen kiezen voor de gymnasiumrichting met Latijn en Grieks, maar ook voor Atheneum+: een atheneumopleiding met de drie nieuwe vakken erbij.

Docenten van het Hyperion benadrukken voortdurend dat leren leuk is. Wie buiten de schoolvakken om nog iets anders wil leren, kan zich melden bij Bureau V (voor Verdieping, Verbreding en Verrijking) en dan probeert de school extra lessen te regelen. Leerlingen kregen zo al lessen Chinees en Japans, bouwden apps en fotografeerden voedsel. Als het huiswerk opgegeven wordt, staat daaronder soms een ‘extra werk optie’, voor wie meer wil doen dan strikt genomen moet. Op het nulde uur kunnen kinderen al op school terecht voor een boekenclub, wiskunde-bijles of extra gym. Nihil Volentibus Arduum, luidt het motto van de school. Voor wie wil, is niets te moeilijk.

Nihil Volentibus Arduum, luidt het motto van de school. Voor wie wil, is niets te moeilijk

Klink is tevreden over de eerste paar jaar van het Hyperion, al geeft ze ook aan dat dit nog maar het begin is. ‘Pas bij je tweede eindexamenjaar kun je zeggen dat de school staat.’

Joost Visser, rector ad interim van het Cygnus Gymnasium in Amsterdam-Oost, kan dat beamen. Zijn school bestaat nu negen jaar, en heeft de eerste drie lichtingen scholieren het eindexamen zien passeren. Na jaren waarin verschillende klassen in verschillende gebouwen verspreid door de stad les kregen, zit nu eindelijk iedereen bij elkaar in een monumentaal pand in de Wibautstraat. Voor het Cygnus is na de pioniersfase nu de fase van ‘stabiliseren’ en ‘optimaliseren’ aangebroken. Visser: ‘Dat is niet zo groots en meeslepend als het opzetten van een nieuwe school, maar het is wel heel erg belangrijk. We zijn een bijzondere school, maar we moeten nu langzaam een “gewone” bijzondere school worden.’

Het Cygnus profileerde zich vanaf het begin als school voor wetenschap en samenleving. Het motto: voor wereldburgers en wetenschappers. Leerlingen wordt een onderzoekende houding bijgebracht, er wordt veel gereisd en veel veldwerk gedaan, en in de onderbouw kunnen de scholieren keuzemodules volgen die onderwezen worden door docenten van de universiteit. Fotografie, Chinees en robotica zijn maar een paar van de mogelijkheden. ‘We halen daarmee docenten in huis die iets hebben wat wij niet hebben’, zegt Visser. ‘Wij bereiden onze leerlingen voor op een vervolgopleiding aan de universiteit, en op deze manier leggen we nu alvast de verbinding met de academische wereld. We zetten in op onderwijsvernieuwing, maar tegelijkertijd zijn we ook een traditioneel gymnasium.’

Vernieuwend onderwijs geven is niet altijd gemakkelijk, meent Visser. Vernieuwen is duur en geld is niet altijd voorhanden. Bovendien is het alleen maar mogelijk en zinvol als de resultaten goed zijn. Want resultaten, dat zijn een soort ‘hygiënefactoren’, volgens Visser. Uiteindelijk moeten scholieren gewoon hun eindexamen halen. ‘Je werkt met mensen die deze periode maar één keer doorlopen, en dat kun je dus niet verprutsen.’

Visser geeft aan dat het Cygnus soms tegen grenzen aan loopt. ‘De keuzemodules, die boven op ons normale programma worden aangeboden, staan bijvoorbeeld onder druk. Die worden net als de werkweken gedeeltelijk gefinancierd uit de vrijwillige ouderbijdrage, en ouders zijn kritisch over wat er met dat geld gebeurt. Terecht, natuurlijk. Het gevaar van al die extra modules is ook dat we de kinderen gaan overvragen. We hebben hier op school veel omnivoren die eigenlijk alles leuk vinden en kunnen, maar die last krijgen van een overvol bestaan. Wereldburgers moeten zich ook buiten de school kunnen ontwikkelen. En onderwijs is natuurlijk ook gewoon hout hakken en water putten: er zijn dingen die je gewoon moet doen, en dat mag dan wel op een traditionele manier gaan.’

‘Een schoolbestuur met veel geld is een utopie in onderwijsland’, zegt Ilja Klink. Ook het Hyperion zou nog veel meer aan onderwijsontwikkeling willen doen, maar heeft daar de financiële middelen niet voor. ‘Ik heb mensen in huis die er erg goed in zijn, maar ik kan ze niet honderd uur per jaar alleen maar op de ontwikkeling van hun vak zetten. Dat maakt onderwijsvernieuwing lastig: we willen onszelf voortdurend verbeteren, maar er moet gewoon les worden gegeven. Volgend jaar geven we een module waarin logica en computertaal samenkomen. En dat is echt fantastisch, maar zie het maar eens te faciliteren. Subsidie wordt ook niet gemakkelijk gegeven, dus we moeten vechten voor ieder stukje vernieuwing.’

En dan is geld nog maar één van de uitdagingen. Nu de eerste drie leerjaren van de school opgezet zijn, is het tijd voor de volgende stap: de bovenbouw moet ‘bedacht worden’. Is er nog wel ruimte voor onderwijsvernieuwing als leerlingen voorbereid moeten worden op hun eindexamen? Klink en Verwer denken van wel, al is de ruimte duidelijk minder dan in de onderbouw, zeker omdat de eerste bovenbouwklas maar veertig leerlingen heeft en de school wettelijk verplicht is alle profielen aan te bieden. De drie nieuwe vakken zullen waarschijnlijk opgaan in bestaande eindexamenvakken. Grote Denkers en logica en argumentatie worden samen filosofie, lifestyle informatics wordt informatica. Om de ‘plus’ uit atheneum+ te waarborgen krijgen atheneumleerlingen er nog een nieuw vak bij: Drama Rede, waarin ze leren lezingen, speeches en redevoeringen te houden.

Het is nu ook belangrijk om sommige structuren sterker aan te zetten. De kleinschaligheid van de school en de gezellige sfeer hebben, in de woorden van Klink, voor een ‘informele binnenwandelcultuur’ gezorgd. Leraren komen elkaar in het kleine schoolgebouw voortdurend tegen, en ook andere medewerkers schieten in de gang makkelijk iemand aan. Het contact dat bijvoorbeeld de schoolleider en zorgcoördinator dan hebben, is niet altijd even goed geregistreerd. ‘Uiteindelijk is die bureaucratisering ook een belangrijk aspect van de kwaliteitsborging. En dat is waar we nu aan werken’, zegt Verwer.

Ondertussen lopen de lessen op het Hyperion gewoon door, en is lang niet alles er anders dan op andere scholen. Een blokuur Nederlands begint met een column van Carmiggelt. Lerares Lean Baas daagt de eersteklassers uit om uitzonderingen op de grammaticaregels te verzinnen. Het laatste half uur op vrijdagmiddag lezen ze een boek, terwijl op de achtergrond zachte pianomuziek klinkt. Omdat literatuur belangrijk is, en omdat leergierige Hyperion-leerlingen ook wel eens moe worden.


Beeld: Klas 2G van het Hyperion Lyceum. Uit het vorige jaar verschenen boek De Noorderlingen (Kees Tabak).