Erlend Mo, zijn vrouw Ingeborg en hun kinderen in Journey to Utopia. Regie Erlend Eirik Mo © Foto’s uit de documentaire

‘Slaap je al?’ vraagt Erlend Mo aan zijn echtgenote Ingeborg. ‘Bijna’, mompelt ze. ‘Denk jij ook aan de klimaatcrisis?’ gaat hij verder, waarop zij zegt: ‘Nee, niet nu ik probeer in slaap te vallen.’ Erlend doet nog een poging om haar deelgenoot te maken van zijn bezorgdheid. Zelfs in Noorwegen zijn de winters niet meer echt koud, de zomers warmer en warmer, en zijn er minder en minder insecten en vogels in de tuin. Als het stil blijft aan zijn zijde, schakelt hij een tandje hoger: als het nóg heter wordt en het water verdampt, zal het op aarde hier straks zijn als op Mars. ‘Ik kan niks doen als ik stop met slapen’, zegt Ingeborg voordat ze wegzakt in dromenland.

Wie herkent zich niet in deze Noor die in de documentaire Journey to Utopia (2020) worstelt met de vraag wat je binnen je dagelijkse mogelijkheden kunt doen met dat onbehaaglijke gevoel? De klimaatcrisis is voor iedereen merkbaar door de seizoenen die wereldwijd uit balans zijn. Er verschijnen al jarenlang boeken, films, artikelen en onderzoeksrapporten met alarmerende cijfers en prognoses over CO2-uitstoot en de opwarming van de aarde, de snel smeltende ijskappen en de daarmee gepaard gaande stijgende zeespiegel en de dalende biodiversiteit. Er zijn internationale klimaatakkoorden met harde klimaatdoelen, de Europese Green Deal, Urgenda, hamerende klimaatactivisten zoals de Zweedse Greta Thunberg of Extinction Rebellion, en inmiddels zelfs kritische aandeelhouders van grote bedrijven als Shell.

De burger wordt gestimuleerd om afval te scheiden, niet meer gemakshalve naar een plastic zak te grijpen bij de kassa, minder of geen vlees te eten, zonnepanelen aan te leggen op het dak, geen op fossiele brandstof rijdende auto te kopen, te fietsen, op vakantie te gaan in eigen land – we worden als samenleving aangemoedigd duurzaam te consumeren en te leven. In een poging nog meer te doen dan dat, gaan sommigen aan de slag met insecten tellen of plastic afval van de straat prikken of uit de gracht vissen. Het ritselt van dergelijke goeiige minibijdragen. Aan bewustzijn en prikkels tot gedragsverandering geen gebrek, maar het schiet niet op. De kloof tussen weten en handelen bij de politiek blijft te groot.

Hun ecologische voetafdruk drukt zwaar op hun geweten

Het Noorse echtpaar in Journey to Utopia ziet met lede ogen aan hoe het tij van deze ecologische noodsituatie maar niet structureel wil keren en dat de bijl niet wordt gezet in het kapitalistische systeem van ongebreidelde groei en uitbuiting van de aarde. Ze praten er aan de keukentafel veel over, ook met hun drie kinderen die maar half snappen wat hun ouders allemaal zeggen. Opwarming van de aarde – wat is dat? Voor hen geldt weliswaar dat een beter milieu bij jezelf begint; ze leven ecologisch en wonen midden in de natuur in een oude familieboerderij. Maar die ligt zo afgelegen dat ze voor hun werk veel per auto en vliegtuig moeten reizen. Hun ecologische voetafdruk drukt zwaar op hun geweten. De verkiezing van Donald Trump tot president van Amerika stemt ze ook niet optimistisch.

Ingeborg is een doortastend type. Erlend noemt zichzelf nostalgisch en sceptisch, hij mijmert over het verleden en tobt over de toekomst. In welke wereld groeien zijn kinderen op? Het is dan ook Ingeborg, en niet hij, die stopt met ‘slapen’ en besluit over te gaan tot daden. Ze verkassen het gezin naar Karise in Denemarken om daar mee te helpen aan de oprichting van de zelfvoorzienende, biologische landbouwcoöperatie Permatopia. De woongemeenschap wil leven volgens het concept van permacultuur, een ontwerpmethode die is gebaseerd op ethiek, complexe ecosystemen in de natuur en traditionele land- en tuinbouw, met als doel geheel zelfvoorzienend te worden, in balans met de omgeving. Ze eten zo veel mogelijk van wat hun zelf bewerkte land opbrengt, water en energie worden circulair gebruikt en hergebruikt zonder schade aan te richten aan de natuur.

© Foto’s uit de documentaire

De filosofie van permacultuur is in de jaren zeventig van de vorige eeuw bedacht aan de Universiteit van Tasmanië en vervolgens door de Australische bioloog Bill Mollison verder uitgewerkt tot een toepasbaar concept om beschadigde landschappen te herstellen. Het ontstond in dezelfde tijd dat in de westerse wereld de biologisch-dynamische landbouw opkwam, die een halve eeuw daarvoor vanuit een holistische visie op natuur en voedselproductie was ontwikkeld. In de kern verschillen de twee concepten niet van elkaar, hoewel er onderling veel discussies zijn over welke titel je voor welke vorm mag gebruiken. De ecologische landbouw is hoe dan ook een reactie op de industriële landbouwbedrijven, die niet alleen schade aanrichten aan de natuur, maar ook ‘smerige’ gewassen en vlees produceren.

Wie kiest voor de principes van permacultuur heeft geen baan als boer. Het hele bestaan is gericht op autarkie en de gewassen zijn niet bedoeld voor de markt. In Permatopia zijn ze er dag en nacht mee bezig en voor de hoogopgeleide bewoners is het een behoorlijke switch om zich de fysieke arbeid eigen te maken. De opbouw vanaf nul vergt veel geduld met de natuur, en met elkaar. Ingeborg is er laaiend enthousiast over, althans ze toont dat op z’n Scandinavisch: gereserveerd en in korte zinnen zoals we dat ook kennen uit populaire thrillers als Wallander, The Bridge of Dicte. Ze is van origine operazangeres en ontwikkelt zich tot een ideale figuur voor een film.

Ze verzucht dat het ‘moeilijk’ is ‘om een dochter te zijn van idealistische ouders’

Erlend, die van beroep filmmaker is, levert met het maken van deze documentaire zijn bijdrage aan de oprichting van Permatopia. De andere bewoners spannen zich in om de schuur te verbouwen en de eerste planten te zaaien, en daar voelt Erlend zich dan weer schuldig over. Op het terrein is nog geen schop in de grond gezet voor de aanbouw van de huizen en de gemeenschappelijke ruimten van de woongemeenschap. De bank doet moeilijk. De managers van de coöperatie zien de tegenslagen zelf ook wel, maar steken nauwelijks de hand in eigen boezem over hun eigen sloomheid en het tergende maand na maand uitstellen van de datum waarop de bewoners kunnen beginnen met hun nieuwe leven.

De camera registreert het allemaal rustig, de discussies en twijfels en de vele hobbels tussen droom en daad. De oudste dochter Aslang, op de rand van haar puberteit, gooit sowieso de kont tegen de krib. Op hoge hakken, met een handtas om de arm en een koptelefoon op, loopt ze bokkig over het terrein. Als haar moeder tegen haar praat, schuift ze met haar vingers over het schermpje van haar telefoon. Ze wil liever een abonnement op Netflix dan helpen op het land. Haar verzuchting dat het ‘moeilijk’ is ‘om een dochter te zijn van idealistische ouders’ illustreert een algemener verzet dat je vaker ziet bij kinderen van ouders die opvoeden vanuit een dogmatische levensovertuiging, of dat nou orthodox-religieus is, extreem politiek of alternatief – zij willen net als hun klasgenoten liever een leven leiden volgens de standaardnormen.

Over de documentaire is net zo lang gedaan als de periode tussen het vertrek uit Noorwegen – een auto met een boedelbak vol spullen – en het glorieuze moment dat de eerste gewassen wuiven in de wind. Erlend spaart zichzelf niet. De cameraman zit hem dicht op de huid als hij hardop tegen zichzelf moppert en vermoeid praat over zijn slapeloosheid, die nu niet is ingegeven door klimaatangst maar door irritatie over de concrete gevolgen van hun idealisme. Ze leven al een dik jaar uit koffers en verhuisdozen in wisselende vakantiehuisjes, terwijl de kinderen naar school gaan en de werkmannen de deuren in hun nieuwe huis scheef monteren of lomp door de gang banjeren. Erlend verlangt naar de idyllische plek in Noorwegen waar hij binding heeft met de grond, de koeienbellen klingelen en de schapen blaten en waar hij in de houten hoeve van zijn voorouders de aanwezigheid van zijn overleden vader voelt.

Hij wordt heen en weer geslingerd tussen verantwoordelijkheid nemen en zijn drang naar eigen vrijheid en ruimte en geeft toe als individualist moeite te hebben met het collectieve van de woongemeenschap. Deens spreken gaat hem bovendien niet makkelijk af, hij voelt zich een idioot en niet gewaardeerd.

Ingeborg toont zich best meelevend, maar ze wil vooral handelen en niet praten. Ze zegt tegen hem: ‘Je bent niet constructief bezig en te veel gehecht aan het oude.’ En: ‘Wij hebben het als westerlingen goed, het doet je beseffen dat migratie onze identiteit in de war schopt en wat het betekent om het landschap uit je jeugd te moeten missen.’ Het zijn wijze woorden. Maar ondertussen betaalt hun huwelijk de prijs voor hun keuze.

Journey to Utopia laat zien hoe moeilijk het al op microniveau is om werkelijk te veranderen van leefstijl. Om ‘het verschil te maken’, zoals Ingeborg steeds weer zegt. Deze pioniers hebben dan ook eerder een voorbeeldfunctie; ze laten zien hoe de relatie tussen mens en natuur weer in balans kan komen. Want zo drastisch als zij het doen, dat kan niet iedereen zich permitteren. Als we collectief ‘het oude’ zouden omarmen, in de zin van een totaal zelfvoorzienend leven, zouden we terugkeren naar een tijd ver voor de industriële revolutie. De industriële revolutie luidde mondiale milieuvervuiling in, maar met haar massaproductie en technologische innovatie ook welvaart en een leefstijl met veel dagelijks gemak.

Hoe gehecht ben je daaraan? Kun je het missen, het culinair smullen van ingrediënten die worden ingevlogen? Het vliegen naar verre ontspannende oorden? In hoeverre ben je bereid om terug te keren naar een basale manier van leven, waarin nauwelijks ruimte en tijd overblijft voor andere activiteiten? Het zijn vragen die aan het einde van de film blijven hangen.


Movies that Matter

Filmfestival Movies that Matter vindt online plaats van 16 t/m 25 april. Er is een keuze uit zo’n tachtig films. Kaarten zijn te bestellen via moviesthatmatter.nl. We selecteerden zes tips voor films uit het ruime aanbod.

Op zaterdag 24 april is er een online Groene-dag met twee films die zijn geselecteerd door onze redactie, gevolgd door een gesprek met de filmmakers.