Groen

Begraaftuin

Ik ken een hond die knorren kan van genot. En als hij van gekkigheid niet knorren kan, gooit hij zijn kop in zijn nek als een keizerspinguïn. Het is een Beagle van drie jaar oud. De hond hoort bij een stadstuin waar ik twee keer per jaar kom, in het najaar en in het voorjaar. Nu was het Taxushaag knippen, overvloedige klimop verwijderen, uitgebloeid spul opruimen, want de tuineigenaars houden erg van zwarte grond. Winter is nu eenmaal winter. Ook stopten we tientallen bollen in de grond, hyacinten, tulpen, krokussen en blauwe druifjes, en pootten vele viooltjes. We zijn altijd met z’n vijven. Er zijn twee hoveniersters bij met tientallen jaren werkervaring, waardoor het een hele zaterdagmiddag gaat over guerrilla-gardening (zo werden de bloeiende Fuchsia en Tibouchina urvilleana illegaal in het gemeenteplantsoen gepoot), ‘reminiscentietuinen’ (‘Je zet een zinken teil en een houten kruiwagen in een tuin, en plant zo veel mogelijk Ribessen, Forsythia’s, Hortensia’s en Kamperfoelies. Als het maar bekend is, en naar vroeger geurend, dan zijn de bejaarden gelukkig’), en over speciale tuinontwerpen voor zorginstellingen waar dementerende ouderen worden verpleegd. Daarin moet je nooit een recht padenpatroon plannen. Als er een recht pad is, of een kruispunt van paden, blijven de dementerende mensen daar urenlang stokstijf staan. Altijd een rondje, dan kunnen ze ook rondjes lopen.
Het is een tuin, maar tevens begraafplaats. Er liggen drie mensen en twee honden begraven, onder één steen. Die was een beetje scheefgezakt, na het bijzetten van de as van de zus van één van de bewoners. Of die weer recht kon? Ja, dat kon, simpelweg door een dik stuk hout tussen steen en schutting te laten zakken. De Beagle hapte binnen naar een dikke wants – hij mag tijdens de najaarsbeurt niet naar buiten, want houdt er erg van viooltjes op te vreten. Hij niesde opgewonden en knorde. Hij kan niet lezen wat er op die grafsteen staat, anders zou hij, lijkt mij zo, nooit meer verlangend voor de tuindeuren staan.