Economie

Begrotingsraad

Op 19 oktober is de Europese Unie weer een beetje minder democratisch geworden. Dat zit zo.

Op die dag maakte de Commissie bekend een nieuwe adviesraad te hebben ingesteld, een Europese begrotingsraad. Volgens het persbericht gaat het om een ideetje uit die Europese dystopie die het vijf-presidentenrapport heet en die als titel draagt: De voltooiing van Europa’s Economische en Monetaire Unie. In dat epistel, waar Juncker, Schulz, Draghi, Tusk en onze eigen Dijsselbloem voor hebben getekend, wordt de weg naar een Europese federale staat geplaveid. En daarin wordt dus ook de oprichting van een onafhankelijke Europese Budgettaire Raad aangekondigd.

Hier is de omschrijving: ‘Deze nieuwe entiteit zou de nationale begrotingsraden coördineren en complementeren die in de context van de EU-richtlijn inzake begrotingskaders zijn opgericht. Hij zou een publieke en onafhankelijke beoordeling geven op Europees niveau van de wijze waarop de begrotingen (…) presteren tegenover de economische doelstellingen en aanbevelingen vervat in het budgettaire governancekader van de EU.’

Probeer tot je te laten doordringen wat er staat: een Europese begrotingsraad gaat ‘nationale begrotingsraden coördineren’ en hun werk beoordelen aan de hand van ‘doelstellingen en aanbevelingen’ van de Europese Commissie. Parlement, Prinsjesdag, algemene beschouwingen, democratische strijd over wat we waar aan besteden, nationale begrotingssoevereiniteit: het wordt als het aan de vijf presidenten ligt (en als wij niet oppassen) een zaak van technocraten die vanuit Brussel wel even zullen bepalen of het allemaal kan en mag.

Nou kun je van dat vijf-presidentenrapport veel vinden – en ik vind er van alles van en heb dat op deze plek ook meermalen opgeschreven – maar niet dat het irrelevant is. Sluipenderwijs wordt momenteel het ene na het andere ideetje ingevoerd. Bankenunie? Check! Kapitaalmarktenunie? Check! En nu dus ook een Europese Budgettaire Raad. Dat betekent dat het van het grootste belang is om meer te weten over de samenstelling ervan. Als we dan toch een technocratie krijgen, dan wel graag bestuur door de juiste technocraten. Dit is wat het vijf-presidentenrapport erover zegt: ‘De samenstelling van de Raad zou pluralistisch moeten zijn en er zou een breed scala aan [sic!] expertise moeten worden ingezet.’

Stilletjes wordt het ene na het andere ideetje ingevoerd

Pluralistisch, klinkt uitstekend. Dus een raad met niet alleen maar Dijsselbloem-adepten, maar ook keynesianen, marxisten, minskyanen en misschien zelfs een economisch socioloog of (doe eens gek) een financieel geograaf. Niets van dat al. De voorzitter is een Deen die voor de Deense centrale bank en de OECD heeft gewerkt en ooit lid was van de Delors-commissie die de introductie van de euro moest voorbereiden; geen eurokritische geluiden van die kant dus.

De tweede op de lijst is onze eigen mainstream econoom Roel Beetsma, over wie een van zijn collega’s (nee, ik zeg niet wie) op Twitter meldde toen het nieuws bekend werd: ‘Ah, daar is Roel – “het maakt niet uit wat het economische probleem is want we moeten toch bezuinigen” – Beetsma weer.’ De derde is een Italiaanse econoom, verbonden aan hét neoklassieke bolwerk in Italië, de Bocconi Universiteit in Milaan, die sinds 2007 bijbeunt als adviseur van de Italiaanse werkgeverslobbyist Confindustria.

En het wordt nog erger. De overige twee kandidaten – een Française en een Pool – hebben namelijk hun godganse leven in de draaideur tussen financiële sector en overheid klem gezeten. De Pool heeft als hoofdeconoom bij ING gewerkt en doet nu hetzelfde aan de overkant, bij de Europese Ontwikkelingsbank. Terwijl de Française jarenlang op het Franse ministerie van Financiën heeft gewerkt, adviseur van Hollande is geweest en in 2015 is overgestapt naar de Franse verzekeringsmoloch Axa waar ze verantwoordelijk is voor toezicht en compliance.

Als waar je zit bepaalt wat je ziet, kun je op basis van deze namenlijst één ding concluderen: de belangen van de schatkist, het grootbedrijf en de grootbanken zijn goed vertegenwoordigd, die van burgers, het midden- en kleinbedrijf en het milieu zwaar ondervertegenwoordigd. Hoe de commissie dit een ‘pluralistische raad’ kan noemen die ‘een breed scala aan expertise’ vertegenwoordigt is mij een raadsel.

En het doet ertoe. Want de raad zou, in de woorden van het vijf-presidentenrapport, verantwoordelijk worden voor ‘een betere naleving van de gemeenschappelijke begrotingsregels, een deskundiger publiek debat en een sterkere coördinatie van het nationale begrotingsbeleid’. Deskundiger publiek debat – dat is eurospraak voor kop houden en luisteren.