Het nieuwe wonen

Behaaglijk achter de buxus

‘Persoonlijk wonen’ betekent vaak: met de rug naar de gemeenschap. Zie Almere. Zegt het ontwerp van een wijk iets over het stemgedrag van bewoners?

BESTAAT ER EEN VERBAND tussen stedenbouw/architectuur en politiek stemgedrag? Bij mijn weten is het nooit onderzocht, hoewel een recente studie van het Planbureau voor de Leefomgeving een tip van de sluier heeft opgelicht. Het Planbureau met de geitenwollensokkennaam is de opvolger van het Ruimtelijk Planbureau - het onderzoekt de effecten van bepaalde ruimtelijke ingrepen op het milieu maar ook op demografische veranderingen. Zo kwam naar buiten dat de hele Vinex-operatie de segregatie in de hand heeft gewerkt. Verstandiger is het, adviseerde onderzoeker Frank van Dam, te investeren in de bestaande armere wijken in de vorm van nieuwe, comfortabele eengezinswoningen. Daardoor blijft de diversiteit gegarandeerd. Arm woont naast rijk, de Turk naast de Nederlander. Dan is er natuurlijk nog niets bekend over het stemgedrag, hooguit over verhuisbewegingen in en rond de grote steden.
Van Dams constatering is wel beschouwd niet zo'n verrassing. Je hoeft maar een willekeurige Vinex-wijk binnen te rijden en je zult constateren dat hier de laatste tien jaar de witte middenklasse (gezin, twee kinderen, twee auto’s) is neergestreken. Marokkanen zul je er hoegenaamd niet aantreffen, en van de Surinamers alleen de runners-up. De allochtonen zijn achtergebleven in de jaren-vijftig- en -zestigwijken van de grote steden, om de doodeenvoudige reden dat ze zich de koopwoningen in de Vinex-wijk niet kunnen veroorloven. Trouwens, de huurwoningen evenmin. Bovendien geven ze er de voorkeur aan te midden van hun landgenoten te blijven, waar middenstanders gemakkelijk halal vlees, groente en fruit leveren. Waarom zou je dan wegtrekken naar Vathorst bij Amersfoort of Saendelft in de Zaanstreek?
Een uitzondering zijn de grootste Vinex-wijken, IJburg in Amsterdam en Leidsche Rijn in Utrecht, maar daar is dan ook betaalbare sociale woningbouw neergezet. Hier konden kinderrijke gezinnen een ruimere woning vinden die in de naoorlogse revolutiebouw niet voorkomt. Dat is niet zonder spanningen gebleven. In Leidsche Rijn meldde een homoseksueel koppel afgelopen voorjaar dat het door Marokkaanse jongens werd weggepest. Waarmee een voedingsbodem voor PVV-voorkeuren vlug is gelegd. Het idealisme om sociale huur te confronteren met (duurdere) koop heeft zijn keerzijde. Ontwikkelaars en stedenbouwkundigen zouden daar rekening mee moeten houden. Je kunt niet klakkeloos mengen, zei directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau toen ik hem onlangs sprak. En zeker niet te dicht op elkaar. Integratie is een kwestie van lange adem en heeft eerder kans van slagen via werk en scholing dan via wonen.
Niet in het Amsterdamse Geuzenveld of het Utrechtse Kanaleneiland is bij de laatste verkiezingen massaal PVV gestemd, maar in Volendam, het Brabantse dorp Rucphen, Almere en andere stedelijke randgemeenten. Volkszanger Jan Smit bekende op televisie verrast te zijn. Hij had in het palingdorp nog nooit een Marokkaan waargenomen. De reden van het stemgedrag is dat Volendammers bang zijn hun baan te verliezen aan Poolse bouwvakkers, nu er op zee niet veel meer te vangen valt.

LATEN WE EEN GEMEENTE nemen waar de PVV tot twee keer toe dit jaar de winst heeft gepakt. Almere. Hoewel de Volkskrant bij een enquête de gemeente tot lelijkste van Nederland heeft uitgeroepen, valt dat in feite zeer mee. Almere kent een afwisselende, kleurrijke architectuur, veel rijker dan Nieuwegein en Zoetermeer. Het enige wat je op de stad tegen kunt hebben is de platte koek die over het polderland is uitgewalst. Alleen in het centrum steken wat torentjes uit boven de laagbouw, torens overigens van een behoorlijke architectuur van vooraanstaande architecten (Meyer en Van Schooten Architecten, de Architecten Cie en René van Zuuk).
Almere heeft zoals meer gemeenten in Nederland het roer omgegooid. Van gestandaardiseerde architectuur is de stad onder leiding van wethouder Adri Duivesteijn overgestapt op ‘het hoogst persoonlijk’ wonen. Alles moet kunnen, dat motto is in praktijk gebracht met de nieuwe uitleg: het Homeruskwartier in Almere-Poort in het zuidwesten van de stad. 'Ik bouw mijn huis in Almere’, is de uitnodiging die de PVDA-wethouder met name tot de Amsterdammers heeft gericht, wetende dat die nimmer een betaalbaar huis met een tuin in de hoofdstad kunnen kopen. Hier moet in de visie van Duivesteijn de grachtengordel van de 21ste eeuw ontstaan, die zich kenmerkt door eenheid in verscheidenheid. Een creatieve koopmansgeest legde zo in de zeventiende eeuw de basis voor de status van Unesco-werelderfgoed - wellicht kan Almere daar over drie eeuwen staat op maken.
Daar valt nog niet veel van te zeggen. Voorlopig is het Homeruskwartier een aaneenschakeling van persoonlijke dromen en particuliere paradijsjes, geïnspireerd door de talrijke woonprogramma’s op tv. Het individualisme viert hoogtij.
Op zich is daar niets op tegen. Nederland heeft te lang onder het juk geleefd van de woningbouwdictatuur van corporaties. Die heeft weliswaar fatsoenlijke volkshuisvesting (wat een gedateerd woord) opgeleverd maar ook een slaapverwekkende eenheidsworst. Uitgerekend die wijken worden geleidelijk gesloopt en heringericht. De woningbouwverenigingen zijn gedwongen een andere koers te varen: de huisvesting moet gevarieerder worden, koop, huur en dat in verschillende prijsklassen. Het zijn die wijken waarvoor het Planbureau voor de Leefomgeving investeringen bepleit met als kanttekening dat bouwen daar duurder is. Dat is de reden dat de ooit zo rijke woningbouwverenigingen budgettaire tobbers zijn geworden. Ze ontvangen te weinig inkomsten voor de kostbare woningen die ze op al even kostbare grond hebben moeten bouwen.
Het particulier opdrachtgeverschap heeft een stimulans gekregen in Almere-Poort. Er is in het oostelijk deel plaats voor achthonderd woningen over driehonderd kavels. Daaronder zijn twee torens die door verschillende eigenaren naar eigen inzicht mogen worden ingericht, mits ze natuurlijk onenigheid vermijden.

NU HET PARTICULIER opdrachtgeverschap, dat tien jaar terug nog werd samengevat onder de term 'het wilde wonen’, voet aan de grond heeft gekregen, is er reden om de balans op te maken. Is Nederland er fraaier op geworden? Dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Laat ik zeggen dat driekwart een ergerlijke voorspelbare architectuur heeft opgeleverd in de vorm van - aanvankelijk - boerderettes, het zogenaamde jaren-dertighuis, vervolgens notariswoningen en de laatste tijd nagebootste grachtenhuizen. Je kunt ze gewoon in Overijssel uit een catalogus bestellen. Architecten komen er niet aan te pas, slimme verkopers wel. De woning is verworden tot een auto die je naar gelang de inhoud van je portemonnee kunt aankleden en optuigen.
Een kwart is eigenwijs en gedurfd. In Almere is zo de Villa van Vijven van Next Architects in 2008 terecht genomineerd geweest voor de rijksprijs De Gouden Piramide. Het kan dus wel, in Almere.
De belangrijkste conclusie is echter dat de individuele expressie vertaald is in baksteen, glas en pannendaken. Van een collectief woonmilieu is Nederland opgeschoven naar een persoonlijke levensstijl. De collectiviteit is tot pakweg 1990 opgelegd door de overheid (de voorganger van het Planbureau), het individualisme door een decentraal beleid. Gemeenten mochten sinds de helft van de jaren negentig steeds meer 'vrije kavels’ aanwijzen voor zelfbouwende burgers.
Wonen in dergelijke wijken PVV-stemmers? Laat ik vooropstellen dat je niet kunt generaliseren en dat een volstrekt eenduidig beeld ontbreekt; de PVV rukt immers ook op in volkswijken in Amsterdam-Noord of Den Haag-Zuidwest, maar opvallend was de aanhang van Wilders bij de laatste verkiezingen in de randgemeenten. Hoe komt dat? Het Homeruskwartier laat dat op kleine schaal zien. De vrijheid-blijheid uit het begin slaat om in een in zichzelf gekeerde woonvorm, zodra huis en erf gereed zijn. De pioniersgeest bevordert in eerste instantie een saamhorigheidsgevoel, waardoor mensen straatbarbecues organiseren en elkaar tuingereedschap lenen. Daarna sluiten ze zich op achter buxushagen. Wonen verandert van een actieve in een passieve bezigheid. Omdat de meesten elders werken, komt er ’s morgens een stroom op gang die de wijk uit gaat en die ’s avonds terugkeert. De achterblijvers zijn de zwangere vrouwen en de (kleine) kinderen. Dat patroon kun je in elke Vinex-wijk waarnemen.
Vergelijk dat met de tuinsteden uit de jaren vijftig en zestig. Ook daar streken pioniers neer, ook daar voltrok zich een geboortegolf, alleen zorgden de stedenbouwkundigen voor voorzieningen naast of bij de woningen. Winkels, kapsalons, een café op de hoek, een kerk, een school. In het Homeruskwartier is alleen de school overgebleven, en het medisch centrum.

HET INDIVIDUALISME in de architectuur mag dan de persoonlijke vrijheid hebben bevorderd, het helpt niet mee bij het stichten en vormen van een gemeenschap. Men leeft op zichzelf, heeft zich verschanst in een fortachtige woning die vaak van de straat is afgewend. In dat soort omstandigheden ligt het voor de hand op Wilders te stemmen, omdat men de openbare ruimte als onveilig gaat beschouwen, terwijl die dat helemaal niet is. Uit straatinterviews in Almere na de verkiezingen bleek sociale onveiligheid een belangrijk thema. Intussen suste burgemeester Jorritsma de opwinding toen eerder dit jaar meisjes op een fietspad werden lastiggevallen. 'Er gebeurt verder nooit wat in Almere.’ Het was voorzover bekend het enige openbare geweldsincident in de laatste vijf jaar.
Er is op deze manier geleidelijk aan een discrepantie geslopen tussen individualisme en collectiviteit in de architectuur en stedenbouw. En eigenlijk draagt de (lokale) overheid zelf schuld. Bij het tekenen van een nieuw stadsdeel is de verbinding tussen de openbare ruimte en het particulier domein cruciaal. Essentieel zijn ook de overgangen tussen de verschillende wijken. Zelfbouwende burgers, dat is de conclusie, komen niet meer in contact met elkaar, waardoor misvattingen en vooroordelen een kans krijgen. Het is de keerzijde van de creatieve vrijheid die tot dusver voornamelijk boerderettes heeft voortgebracht met een sloot om het erf. Spreekwoordelijke eilandjes in wijken zonder gemeenschappelijke verleidingen. De ouderwetse tuinsteden (Den Haag-Zuidwest, Amsterdam-Bos en Lommer) zijn, voordat de aanbevelingen van het Planbureau openbaar werden, getransformeerd. Tussen de laagbouw met schotelantennes staan megablocks met grote binnentuinen en winkels aan de straatkant. Persoonlijk wonen is dat niet, wel op persoonlijke maat gesneden, omdat niet elke Nederlander hetzelfde type huis nodig heeft. Hier valt iets van een collectiviteit te bespeuren, hoe pril ook, omdat het aspect ontmoeting is gegarandeerd. Dat is in ieder geval een voorwaarde om angst voor de ander en het vreemde geen kans te geven.