Slowthai is weer onweerstaanbaar © George Muncey

Het derde album van Tyron Frampton, alias Slowthai, heet U Gotta Love Yourself, afgekort Ugly, en dat is de meest voor de hand liggende titel die Slowthai ooit aan een album had kunnen geven. Als iets centraal staat in het oeuvre van Slowthai is het wel precies dat: lelijkheid. Zijn éigen lelijke kant, en die van de Britse samenleving – Nothing Great About Britain heette niet voor niets zijn debuut in 2019. Dat debuut was indrukwekkend, net als opvolger Tyron, en wat beide albums ook waren, tot op het bot: Bríts. Als je Slowthai hoorde rappen, zag je niet alleen witte benen en een rood hoofd voor je, maar daarbij ook werkelijk ieder archetype van de Britse klassenmaatschappij, en dan om precies te zijn de onderste tree ervan. Alles waar Theodore Dalrymple ooit over heeft geschreven. Maar dan niet kritisch geanalyseerd, maar liefdevol omhelsd.

Het opzwependste nummer dat Slowthai ooit schreef, het grandioos voortdenderende Doorman, klinkt door in Selfish. Maar er is iets veranderd, en dat is het geluid. Slowthai koos voor zijn derde album voor producer Dan Carey, de producer van gitaarbands als Black Midi en Wet Leg, en daarmee voor een geluid dat vol branie gezogen nummers als Wotz Funny meer laat klinken naar (post)punk dan naar hiphop. In het titelnummer wordt hij zelfs begeleid door Fontaines D.C. Tegelijk zijn Feel Good (met een glansrol voor Shygirl) en Sooner gewoonweg onweerstaanbare popliedjes.

Op Ugly zoekt Slowthai zichzelf, in vrijwel elk nummer, en steeds opnieuw komt hij die lelijkheid tegen, met vervolgens de keuze die te aanvaarden, te bestrijden of te negeren. In het openingsnummer (een zeer intense luisterervaring, zeker op oordopjes of een koptelefoon: hij laat je de zelfdestructie voelen, ook de lekkere kant ervan) duwt hij ons meteen de behandelkamer van zijn therapeut in. Op de achtergrond horen we Tyron huilen, op de voorgrond horen we hem de ademhalingsoefeningen doen. Daarmee eindigt het nummer ook: het in- en uitademen, steeds dieper en sneller, eindigend in een schreeuw – einde sessie, einde nummer. In het hypnotiserende Happy herhaalt hij opnieuw de lessen die anderen hem voorhouden (‘Okay to cry’), en zingt hij vervolgens: ‘I would give everything for a smile.

Slowthai houdt de spanningsboog twaalf nummers gespannen op zijn allerbeste album tot nu toe, maar overtreft zichzelf als hij de grens tussen britpop en indierock slecht wanneer hij zijn vertwijfeling bezingt tijdens Falling, en vervolgens nog eens wanneer hij in de twee slotnummers al zijn bravoure het raam uit gooit en kiest voor een gitaarballad en vervolgens akoestische melancholie. Hij heeft dan inmiddels veertig minuten zichzelf binnenstebuiten gekeerd, en ondertussen langs de toppen van zowel The Streets, Stormzy als Oasis en Idles gescheerd.

Slowthai – Ugly. Slowthai staat 30 juni op Down the Rabbit Hole en 28 september in Paradiso