Crossing Border schrijvers op de Granta-lijst

Behang met stukjes hout

Drie schrijvers op het Crossing Border Festival in Den Haag staan op de Granta-lijst met meest belovende Britse auteurs van onder de veertig. Wat hebben ze met elkaar gemeen?

«Er was eens een muis.» De jongen op het podium leest op rustige toon voor uit een beduimeld schriftje. «En die muis die vloog in een raket de ruimte in.» Hij laat een lange stilte vallen en tuurt met zijn helblauwe ogen de zaal in. «En toen piste hij over alle mensen heen.»

Het is donderdagavond. In de Koninklijke Schouwburg van Den Haag is het Crossing Border Festival in volle gang. De jongen die uit eigen werk voorleest is de Britse schrijver Dan Rhodes (31). Hij treedt op in een klein zaaltje waar hier en daar wat toehoorders zitten. Er wordt zachtjes gegrinnikt. «Mijn juf schreef onder dit verhaal: ‹Daniel, that’s very silly›», zegt Rhodes. «Ik schreef dit in 1976.» De auteur rommelt wat op het podium en tovert ditmaal geen oud schoolschrift maar een boek tevoorschijn. «Ik zal nu een paar stukjes voorlezen uit mijn eerste verhalenbundel. Ieder verhaal in dit boek bestaat uit 101 woorden. Het volgende heet ‹Inbinden›:

Mijn vriendin bewerkte de voeten van onze tweejarige peuter met een steen. ‹Wat doe je?› schreeuwde ik boven de jammerklachten van het kind uit. ‹Dat snap jij toch niet›, zei ze, terwijl ze een verband om de verbrijzelde teentjes wikkelde. ‹Dat is een vrouwenaangelegenheid. Zo komt ze makkelijker aan de man.› ‹Maar schat, weet je niet meer wat de dokter heeft gezegd? Het is een jongetje.› ‹Echt?› Ze keek verbaasd. ‹Nou ja, bij mannen zijn kleine voeten ook mooi. Ik denk dat hij homo wordt. Dat zie je zo. Vind je niet?› Ik moest toegeven dat daar wat in zat.»

Niet veel later klimt in een andere zaal een wat verlegen schooljongetje met rommelige piekharen en op zijn neus een wit omrand ovaal brilletje het podium op. Zijn naam is Adam Thirlwell (25). Hij slaat zijn debuutroman Politics open en draagt voor: «Toen Moshe voorzichtig de donzige roze handboeien rond de polsen van zijn vriendin wilde aanklemmen, zag hij dat ze licht fronste…»

Tegelijkertijd zit, in weer een ander zaaltje, een grote, potige jongeman voorovergebogen op het podium met een boek tussen zijn stevige knuisten. Het is de schrijver Alan Warner (39) en hij leest met een onmiskenbaar Schots accent — iedere «r» spreekt hij uit als «ar» — een passage voor uit zijn laatste werk: «De Man Die Loopt haalde een klein kistje uit de binnenzak van zijn overjas. Hij maakte het open en haalde er zijn drinkersoog uit. Dit glazen oog was gelijk aan het andere, maar het wit van het oog was expres doorlopen met rode adertjes zodat het paste bij zijn levende oog na het consumeren van twintig whisky’s. Hij zette het rode oog in.»

Ook hier gniffelt het schaarse publiek zachtjes. Warner gaat ondertussen onverschrokken verder met zijn kleurrijke verhaal over een bezopen, losgeslagen mafkees met één oog die, met een zalm in een plastic zak, rondzwerft door het Schotse landschap.

De vraag die opdoemt is: wat hebben deze drie auteurs in godsnaam met elkaar gemeen, behalve dat ze vreemde teksten schrijven en op deze avond voordragen aan een opvallend schaars publiek? Ogenschijnlijk niet veel. Dan Rhodes, die al twee bundels met korte verhalen en een roman op zijn naam heeft staan, schrijft het liefst absurde, wrede, sprookjes achtige verhalen over de liefde. Adam Thirlwell, een halfjoodse student verbonden aan het prestigieuze All Souls College in Oxford, houdt zich voornamelijk bezig met seks. En Alan Warner, geboren in een klein plaatsje in het westen van Schotland, heeft al vier originele romans op zijn naam staan die elk geschreven zijn in een heel eigen, wild dronken proza.

Of is er toch iets dat hun bindt? Jawel. Ze worden namelijk in eigen land door de media de hemel in geprezen en staan alle drie op de Granta-lijst van meest belovende Britse auteurs van onder de veertig. The Guardian voorspelde onlangs dat Rhodes wel eens «the best new writer of Britain» zou kunnen worden. Warner, die al de filmrechten van twee van zijn boeken heeft verkocht, is in Schotland uitgegroeid tot een ware cultfiguur. Thirlwell is helemaal een geval apart. De presentatie van zijn eerste roman in Londen was the place to be omdat zijn naam al op de prestigieuze Granta-lijst kwam te staan voordat het boek überhaupt was verschenen. Politics, zo gonsde het rondom Thirlwell, zou een hilarische mix zijn «tussen Woody Allen en Milan Kundera».

Eerder die dag, in de lobby van het Mercure Hotel in Den Haag, blijkt dat er nog meer is wat de drie schrijvers (die elkaar slechts één keer eerder hebben ontmoet, op de grote Granta-fotosessie voor jonge auteurs) bindt: drank. Thirlwell hangt met wallen onder de ogen onderuit gezakt in een leren fauteuil. Warner ziet er nog frisjes uit maar zegt wel een stevige kater te hebben. Rhodes komt even later verstrooid de lobby binnen dwarrelen en hunkert naar een cola. Ze willen allemaal cola. Heel veel cola, met blokjes ijs.

Alan Warner: «Op die fotosessie van Granta was helemaal niets. Geen drank. Geen eten. Niks. Dat was wel even anders toen The New Yorker een tijd terug naar Glasgow kwam om alle jonge Schotse schrijvers te portretteren. Toen was er een gratis bar. Aan het eind van de avond was de rekening negenduizend pond.»

Dan Rhodes: «Superb. Well done. Wist je dat Crossing Border backstage allemaal biertjes in de ijskasten heeft staan en dat je jezelf kunt bedienen?»

Adam Thirlwell: «Ah. Te gek.»

Het bevalt ze wel, dat schrijverschap. Een van de voordelen is dat je geen vaste baan hebt waarvoor je elke dag vroeg uit je bed moet komen. Rhodes, die wegens zijn succes als schrijver vorig jaar voor het eerst zijn werk kon opzeggen, geeft toe dat hij altijd al de brandende ambitie heeft gehad om ’s ochtends niet vroeg op te hoeven staan. «Nu kan ik gewoon in mijn onderbroek aan het werk gaan.» Thirlwell werkte ooit, na zijn schooltijd, een tijdje in een bejaardentehuis. «Vreselijk. Heel anders dan All Souls, maar ja, ik had geld nodig.» Warner, die opgroeide in een arbeidersmilieu in het Schotse dorpje Connel, bracht heel wat jaren door achter de bar, in de supermarkt en de wasserette. Sinds hij de filmrechten van zijn derde boek, The Sopranos, heeft verkocht, kan hij goed leven van wat zijn pennenvruchten hem opleveren. «Ik zou nu bang zijn om weer terug te moeten naar een gewone baan», zegt hij lachend. Ook het vele rondreizen om hun boeken te promoten bevalt de schrijvers prima. Vooral de feestjes, want de jonge auteurs worden continue in de watten gelegd. Maar het feit dat ze deel uitmaken van een geselecteerd groepje uitverkorenen vinden ze niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Warner: «De Granta-lijst wordt voornamelijk voor mediadoeleinden gebruikt en geeft de literaire kwaliteiten van de huidige Britse schrijvers niet weer. Het is pure willekeur wie er uiteindelijk op komen te staan. Je moet het zien als een soort loterij.»

Rhodes: «Ik had nog nooit van die lijst gehoord, tot ik er ineens opstond. Ik geef toe dat het fijn is als je naam erbij staat. Het zorgt voor goede publiciteit. Je krijgt veel aandacht en je boeken verkopen beter. Ik kan er echt niet over klagen.»

Thirlwell: «Voor mij was het helemaal maf. Ik stond al op die lijst voordat mijn boek uitkwam. Mijn uitgever moet het manuscript hebben opgestuurd.»

Warner: «Ik vind dat andere auteurs ook op die lijst thuishoren. Ik zou er zelf liever niet worden afgegooid, maar er zijn meer veelbelovende schrijvers. Neem Sean O’Reilly, een Noord-Ierse auteur, hij schrijft geweldig.»

Thirlwell: «Het gevaar is dat mensen alleen nog maar iets lezen van een auteur die op zo’n Granta-lijst staat, of op de Booker Short List.»

Rhodes: «Maar het zorgt er wel voor dat iemand tenminste nog een boek leest. Eigenlijk zou het interessanter zijn om een lijst van schrijvers boven de veertig te hebben.»

Warner (op sarcastische toon): «A Granta Old Writers List! Oh no!»

Maar het schrijverschap betekent niet alleen loltrappen. Warner werkt hard en hij heeft een duidelijk doel voor ogen als hij aan het schrijven is. Alan Warner: «Ik wil vooral mezelf onderhouden als ik schrijf. Ik wil graag ontsnappen aan de verveling van het leven. Daarom schrijf ik graag de boeken die je zelf op een middag zou willen ontdekken in een tweedehands-boekenwinkel.» Warner begon met schrijven doordat hij andere schrijvers las. «Ik wilde deel uitmaken van hun wereld. Er is een moment in mijn leven geweest dat ik echt werd gegrepen door een aantal boeken. Als tiener ging ik in de boekhandel op zoek naar boeken met veel seks erin. Op een gegeven moment stuitte ik op L’Etranger van Albert Camus en L’Immoralist van André Gide. Op de achterkant van beide boeken stond dat er veel onconventionele seks in voorkwam.» Na het lezen van L’Immoralist was Warner «een emotioneel wrak». Warner: «Het gaat over een homoseksuele man die trouwt met een meisje. Het is een liefdeloos huwelijk tot zij tuberculose krijgt en hij toch nog verliefd op haar wordt. Ze gaat dood. Ik was volledig uit het veld geslagen door dat boek. Daarna ben ik een soort eenzame puber geworden die boeken verslond.»

In tegenstelling tot Warner voelde Rhodes zich helemaal niet zo aangetrokken tot het schrijverschap. Het was pas op de universiteit, toen hij het vak creatief schrijven volgde, dat hij merkte dat hij grappige verhalen kon schrijven. Dan Rhodes: «Ik schrijf voornamelijk om mezelf te amuseren. Ik hou ervan om verhalen te vertellen en ik wil de boeken schrijven die ik zelf wil lezen. Het is misschien niet hip, maar ik schrijf ook omdat ik denk dat ik andere mensen ermee kan vermaken. It’s just showbizz.»

Adam Thirlwell, die afkomstig is uit een intellectueel nest en opgroeide tussen de boeken, koestert eveneens geen hoogdravende ideeën over het schrijverschap: «Boeken zijn a fun thing to do, voor zowel lezers als schrijvers. Het moet plezieren, net als een chocolaatje. Zeker nu de markt voor boeken steeds groter wordt heeft het weinig zin om je druk te maken over wie jouw roman leest.» Warner is het daarmee eens. «Strawinsky zei ooit: het publiek is een abstractie. Het heeft geen smaak. Want wie is je publiek? Die zestigjarige vrouw in Noord-Schotland? Of dat zestienjarige meisje uit Londen?»

Rhodes: «Ik hoop die laatste.»

Dan Rhodes is een ster in het vertellen van ellendige verhalen over vriendschap en seks. De verhalen in zijn eerste twee bundels behandelen stuk voor stuk de waanzin van de liefde. Antropology & 100 Other Stories bestaat uit korte verhaaltjes over mooie, aantrekkelijke vriendinnen die de ik-persoon misleiden, verlaten of publiekelijk bespotten. In Don’t Tell Me The Truth About Love komt opnieuw een hele reeks aantrekkelijke en onbereikbare vrouwen langs die hun geliefden kwellen en tarten. Zijn laatste boek, Timoleon Vieta (genoemd naar een deel van de Encyclopaedia Britannica uit 1973), gaat over de liefde tussen een hond en zijn baas.

Cockroft, een oude homoseksuele componist, woont met zijn hond Timoleon Vieta op het platteland. Ze hebben een gelukkig bestaan totdat een onbekende man, genaamd De Bosniër, bevriend raakt met de oude man en de hond de deur uitwerkt. Timoleon wordt alleen achtergelaten bij het Colosseum in Rome. Op zijn lange terugtocht naar huis komt de hond in aanraking met mensen die door het leven worden gekweld of rondlopen met een gebroken hart. Rhodes: «Ik schrijf over misvattingen en over de destructieve kant van de liefde. Ik baseer dat op mijn eigen treurige ervaringen in de romantiek. Toen ik begon met schrijven, wilde ik al mijn zelfmedelijden veranderen in iets waar ik om kon lachen. Het was een manier om ermee om te gaan zonder het al te therapeutisch te willen maken.» Seks in zijn boeken wordt altijd gebracht als een komische, groteske aangelegenheid. Zo wordt Cockroft, als beloning voor zijn gastvrijheid, elke woensdagmiddag door De Bosniër gepijpt. Het is een zakelijke overeenkomst. Rhodes: «Ik hou niet van sweet lovin’. Ik wil geen erotica schrijven. Seks is zoiets belachelijks als je er van een afstandje naar kijkt. Daarom benader ik de meer praktische kanten ervan.»

Ook Adam Thirlwell behandelt thema’s als liefde en seks op onromantische, gortdroge wijze. In Politics analyseert hij het liefdesleven van drie hippe Londenaren die met elkaar verwikkeld raken in een ménage à trois. De halfjoodse acteur Moshe is verliefd op de studente Nana en samen met haar begint hij een verhouding met de half-Aziatische Anjali. Het is een boek vol gedetailleerde seksscènes waarbij de hoofdpersonen erop los experimenteren door over elkaar heen te plassen of elkaar, zij het op een voorzichtige manier, te fistfucken. Opvallend is dat al deze scènes op een nogal onerotische manier worden beschreven. Thirlwell: «Het komt niet zo vaak voor dat mensen beginnen aan een ménage à trois. Het was een nogal onrealistisch plot en ik was zelf benieuwd hoe ik dat op een realistische manier zou kunnen beschrijven.» Verder wilde Thirlwell geen boek vol harde porno, maar «een komedie over goedheid» schrijven waarin hij analyseert hoe drie goedbedoelende mensen omgaan met de onzekerheden die bij seks komen kijken. «Het moest vooral komisch zijn. Dus beschrijf ik op een heel plastische manier hoe Moshe, na een vrijpartij, een Kleenex gebruikt. Of hoe Nana een vaginale schimmelinfectie oploopt en wat ze daaraan doet. Ik zocht naar dingen waar nog niet eerder over is geschreven.»

Thema’s als liefde en seks moeten het in de boeken van Alan Warner maar al te vaak ontgelden. The Man Who Walks is een surreëel verhaal over een man, genaamd De Neef, die zijn oom, een mafketel met een glazen oog en een drankprobleem, achtervolgt door het ruige landschap van Schotland. In dit boek is een scène waarin De Neef zijn ex-vriendin van achteren neemt terwijl zij een ei, dat zij in haar eigen pis heeft gekookt, aan het begraven is. Het boek staat bol van dit soort gestoorde taferelen, prachtig opgeschreven in een eigen, poëtische stijl. Deze eigenzinnige manier van schrijven is ook terug te vinden in Warners eerste roman, Movern Callar. In dit boek ontvlucht de 21-jarige Movern de deprimerende omgeving van haar geboortedorp en begint, met de erfenis van haar overleden vriend, een reis langs de strandoorden van Europa waar grote rave-feesten worden gehouden. Het is een lyrisch maar tegelijkertijd macaber verhaal, vol ruige vecht- en vrijscènes in zurig ruikende cafés en op hallucinerende, door pillen misvormde stranden. Movern drinkt, lacht en vrijt als een kil, gevoelloos wezen. Haar nihilistische houding — ze zou zo een personage kunnen zijn in een van de boeken van Michel Houellebecq — is intrigerend omdat Warner haar zo neerzet dat haar menselijkheid niet verloren gaat. Haar gedrag getuigt van een ongeremd hedonisme, maar ergens in al haar ogenschijnlijke kille onverschilligheid heeft ze een kwetsbare kant.

Warner: «Movern is getraumatiseerd en wil zichzelf afschermen. Maar ze huilt en bidt en heeft duidelijk een innerlijk gevoelsleven. Alles over haar gevoelens wordt slechts geïmpliceerd. Ik hou ervan om dingen te tonen in plaats van te zeggen. In de negentiende eeuw bestond nog het idee dat een roman alles moest uitleggen. De motivatie van het personage werd uitvoerig verklaard en geanalyseerd. Er was een zekere rationele benadering. In de vorige eeuw is dat idee volledig verdwenen. Nu wordt in romans de complexiteit van het leven getoond of geïllustreerd, maar niet meer woord voor woord uitgelegd. Dat vind ik ook belangrijk. Uiteindelijk wil ik meer vragen oproepen dan antwoorden geven.»

Dat laatste is iets wat de drie schrijvers met elkaar delen. Thirlwell wantrouwt schrijvers die vol overtuiging hun waarheden over de wereld op papier zetten. In Politics wisselt hij bewust alle onspontane seksscènes af met een commentaarstem die voorspelt wat de personages nu weer te wachten staat. En geregeld geeft hij, op een nogal irritante en wijsneuzerige manier, uitleg over allerlei onderwerpen, variërend van Vaclav Havels ruzie met Milan Kundera tot Gramsci’s hegemonietheorie. Thirlwell: «De negentiende-eeuwse schrijver generaliseerde de wereld op morele gronden. Het is leuk om dat ook te doen, maar dan op een andere manier. In mijn roman generaliseer ik expres op een subjectieve manier. Als de vertelstem spreekt, is het een specifieke ik die spreekt en worden er geen algemene waarheden verkondigd. Op die manier relativeer ik wat ik schrijf.»

Warner: «De negentiende-eeuwse roman ging uit van een sociaal-filosofische structuur die er nu niet meer is. Balzac en Zola hadden het idee dat ze de realiteit tot in de kleinste details konden beschrijven en dat het daarbuiten ook niet anders was. Wat zij schreven was de waarheid. Dat is nu verdwenen.»

Thirlwell: «Er bestaat geen klassenstructuur die sociale verwachtingen dicteert. Daarom kunnen we over alles schrijven.»

Warner: «Er is geen orthodoxie of overkoepelend idee om de wereld te verklaren. Dat geeft vrijheid. Dat maakt het schrijven van boeken in deze tijd misschien wel een stuk interessanter.»

Rhodes: «Maar er schuilt nog steeds een heleboel waarheid in moderne romans.»

Warner: «Tuurlijk. Als je schrijft over de zon die door de straat schijnt, hoop je dat de lezer begrijpt dat het de waarheid benadert en dat wat je beschrijft ook daadwerkelijk bestaat.»

Thirlwell: «Toch zou ik soms willen dat schrijvers een groter politiek effect hebben. Maar dat is moeilijk. Ik kan wel proberen om in mijn schrijven heel precies te zijn en de wereld juist neer te zetten. Dat is een morele drijfveer waarmee je andermans verkeerde visies of leugens probeert te corrigeren.»

Warner: «Uiteindelijk willen alle schrijvers dat.»

Thirlwell: «Moreel zijn betekent niet dat je een bepaalde les wilt overbrengen. Juist het tegenovergestelde. Over het algemeen komen mensen te snel tot bepaalde conclusies. Neem Madame Bovary van Flaubert. Je kunt denken: dit boek gaat gewoon over een overspelige vrouw. Who gives a fuck? Maar Flaubert wil dat je precies begrijpt waarom ze het doet en waarom dat goed of slecht is. Wat haar beweegt kun je dus analyseren.»

Het gesprek loopt ten einde. Warner zit nog op de praatstoel, maar Thirlwell is uitgeteld. Ondertussen staat de volgende interviewer al ongeduldig op Rhodes te wachten. De schrijver vraagt, terwijl hij opstaat, of er nog één absoluut noodzakelijke vraag is die aan hem moet worden gesteld. Warner zegt snel: «Wat stoort je het meest in het leven?» Rhodes: «Ammm… wood chipped wallpaper. Behang met stukjes hout erin. Dat is echt vreselijk. Overal in Britse huizen tref je dat aan. Ook in mijn flat en dat moet ik binnenkort gaan afschrapen.»

Warner: «Soms heb ik een vreselijke hekel aan mijn tijd. Ik veracht alles wat goedkoop is. En ik vind ook dat we in een wrede, gewelddadige wereld leven. Er valt niet veel lol te beleven. Ik probeer zelf een soort wervelwind van plezier om me heen te creëren. Maar hedonisme is uiteindelijk niet het juiste antwoord. Dat kan ook niet eeuwig doorgaan.»

Thirlwell: «Ik denk dat het hedonisme al aan het verdwijnen is. Er heerst een enorme ernst en een bepaalde treurnis. Het is puritanisme en een soort wantrouwen tegenover mensen die plezier in het leven hebben. Ik weet niet precies waardoor dat wordt veroorzaakt.»

Warner: «Ach, mensen drinken gewoon te weinig.»

Thirlwell: «Nee, er zijn veel te veel mensen die heel hard werken voor weinig geld. Ze sluiten grote hypotheken af om in huizen te wonen vol behang met houtsnippers.»

Warner: «Hersenloos materialisme. Dat is het. Mensen zijn oprecht blij met een bmw. Of ze werken keihard om een jas van vijf duizend pond te kopen. Maar ik wil blijven geloven dat de beschaving ons meer moet kunnen bieden dan een boer in een bar met een Versaci-basketballpetje op zijn kop.»

Van Dan Rhodes zijn verschenen bij uitgeverij Vassallucci: Hou op over de liefde en Antropologie & 100 andere verhalen in 101 woorden. Zijn laatste boek Kom naar huis, Timoleon Vieta, is net verschenen bij De Bezige Bij.

Politiek van Adam Thirlwell is verschenen bij De Arbeiderspers, net als Movern Callar, kind van de raves en De Man Die Loopt van Alan Warner.