Behoedzaam strateeg

Op 22 januari 2013, twee dagen na de inauguratie van Barack Obama, worden in Israël algemene verkiezingen gehouden. Dan wil Benjamin Netanyahu herkozen worden. Dat Obama het in Amerika heeft gewonnen is voor hem een tegenvaller. Al jaren zijn beide heren geen vrienden en in de loop van dit jaar is het wederzijdse wantrouwen nog verscherpt door de oplopende meningsverschillen over Iran. Netanyahu heeft zijn ‘rode lijn’ getrokken. Dat is de grens die door Iran bij de vermoedelijke ontwikkeling van een kernwapen niet mag worden overschreden. Gebeurt dit toch, dan volgt onherroepelijk de Israëlische aanval. Dat klinkt onverbiddelijk en ferm, maar wat zijn de gevolgen?

Als trouwste bondgenoot zal Amerika vanzelfsprekend Israël steunen. Maar waartoe zal dat leiden? Merkwaardig genoeg ontbreekt het bij dit initiatief aan contingency planning. Zou Iran werkeloos toezien terwijl geprobeerd wordt zijn kerninstallaties te vernietigen? Onwaarschijnlijk. Deze preventieve aanval zou het begin kunnen zijn van een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Een paar maanden geleden heeft een Amerikaanse commissie van deskundigen uit beide partijen daarover een rapport gepubliceerd. We moeten er rekening mee houden, schrijven ze, dat ‘deze oorlog ingrijpender en omvangrijker zou zijn dan alles wat Amerika de afgelopen tien jaar in Afghanistan en Irak heeft ervaren’. En verder is het mogelijk dat door de aanval de positie van het zittende Iraanse regime juist wordt versterkt. Iran zal zich verweren, proberen de Straat van Hormuz af te sluiten, wat mogelijk grote gevolgen zal hebben voor de wereldeconomie. En ten slotte: onderschat de Arabische straat niet. Zo’n oorlog zou het beste zijn wat islamistische extremisten zich konden wensen. Dit rapport heeft in de Nederlandse media nauwelijks aandacht gekregen. Aan contingency planning na een preventieve aanval is ook internationaal weinig denkwerk besteed.

Als kandidaat had Mitt Romney de onversneden voorkeur van Netanyahu. Ze zijn oude makkers. Na de overwinning van Obama is het dus de vraag of de Israëlische buitenlandse politiek zal worden herzien. Dat hangt ervan af wie op 22 januari de verkiezingen wint. Een van de grootste concurrenten van Netanyahu is de minister van Defensie, Ehud Barak. De afgelopen vier jaar is hij wel de trouwe bondgenoot van de premier geweest, maar sinds hij aan het hoofd staat van de Onafhankelijkheidspartij probeert hij zich te profileren, vooral in zijn visie op het beleid tegenover Iran. En kenmerkend: hij was een uur eerder dan Netanyahu met zijn gelukwens aan Obama. Bovendien heeft hij de media een filmpje gestuurd waarop hij in een hartelijk gesprek is gewikkeld met de president. Veelzeggende details.

Dat het hechte bondgenootschap tussen Amerika en Israël de komende vier jaar fundamenteel zal veranderen is uitgesloten. Maar er zijn wel aspecten, meer dan nuances die voor wijzigingen vatbaar zijn. Binnenkort zal Palestina weer proberen zijn status in de Verenigde Naties op te waarderen tot ‘een staat die geen lid is van de Algemene Vergadering’. Dat is nog ver weg van de onafhankelijke staat die Palestina wil zijn, maar het zou in ieder geval een stap in die richting zijn. De regering van Netanyahu is onvoorwaardelijk tegen. Wat Obama nu in dit geval zou doen weten we nog niet. Maar het kan zijn dat zijn regering hier een mogelijkheid ziet om de uitzichtloze stagnatie te doorbreken.

De verhouding tussen Israël en Palestina is geen regionale kwestie maar een wereldprobleem, een aspect van het grote, altijd sluimerende, soms tot uitbarsting komende conflict tussen de Arabische wereld en het Westen. Ik denk aan de Amerikaanse columnist William Pfaff. Een paar dagen na 9/11, de aanval op het World Trade Center, schreef hij dat de Palestijnse kwestie de diepste oorzaak van het islamistische terrorisme was. Gaat die conclusie te ver? In ieder geval wordt het streven van de Palestijnen naar een zelfstandige staat dagelijks door Israël gefrustreerd. Joodse kolonisten blijven zich op Palestijns gebied vestigen en Palestijnen worden behandeld als tweederangs burgers. Door dit vast te stellen doen we niets af van Israëls bestaansrecht. Het zijn feiten waardoor het conflict zich eindeloos lijkt voort te zetten.

Nu is het dus de praktische vraag of er enige kans is dat binnen afzienbare tijd een einde aan deze internationale impasse kan worden gemaakt. In zijn eerste ambts­termijn heeft Obama bewezen dat hij consequent streeft naar de afbouw van de tegenstellingen tussen het Westen en de islamitische wereld, zonder zich overigens schuldig te maken aan ­verraad van de principes. Als Netanyahu op 22 januari de verkiezingen wint is de kans groot dat de gevaarlijke impasse voortduurt. Obama heeft in Israël behoefte aan een tegenspeler die zijn strategie begrijpt. En er is geen sprake van dat Israël dan door het Westen verraden zal worden.